Recensie

Johannes mogelijk nog diverser uitgevoerd dan Matthäus

Klassiek Rond Pasen klinkt in Nederland natuurlijk overal de Matthäus-Passion, maar ook de vlottere Johannes Passion is op veel plekken te beleven.

Reinbert de Leeuw dirigeerde in 2016 voor het eerst de Matthäus. Dit jaar is het tijd voor zijn eerste Johannes, wederom met Holland Baroque en het Nederlands Kamerkoor. Foto ANP

In Passie-gek Nederland klinkt de Matthäus deze maand in alle smaken. En in de luwte daarvan wordt Bachs oudere, kleinere en vlottere Johannes Passion al bijna net zo vaak uitgevoerd. Daarbij zijn de verschillen zo mogelijk nog groter, bleek uit een vergelijking tussen drie topensembles. Bewogen Ton Koopman en Philippe Herreweghe zich niettemin binnen dezelfde bandbreedte, Reinbert de Leeuw trok met zijn interpretatie van uitersten een geheel eigen, niet helemaal overtuigende lijn.

Herreweghe maakte indruk met een superieur openingskoor. De zestien zangers van Collegium Vocale klonken groots en warmbloedig, Herreweghe bracht veel reliëf aan en boetseerde een meeslepend betoog. Na dat overrompelende begin viel evangelist Maximilian Schmitt tegen: veel vibrato, overdadige expressie. Peter Kooij, die inviel voor een zieke collega, betoonde zich als Christus van een ander kaliber.

Mooiste totaalklank

De solisten maakten bij Herreweghe deel uit van het koor, om meer vocale samenhang en intimiteit te creëren. Toch kwamen veel aria’s niet goed uit de verf en wist geen enkele solist echt te overtuigen. Hoewel de koorscènes puntgaaf en retorisch sterk waren, verloor de uitvoering gaandeweg momentum – op het kookpunt van de gebeurtenissen verlangde je naar meer opwinding, desnoods ten koste van het raffinement. Ondanks de mooiste totaalklank realiseerde Herreweghe zo niet de meest geslaagde Johannes.

Daarvoor moest je bij Ton Koopman en zijn Amsterdam Baroque Orchestra & Choir zijn, niet in de laatste plaats dankzij een geweldig solistenkwartet. Vooral Tilman Lichdi was verpletterend goed als meelevende, maar nooit schmierende evangelist – de fellere, dramatischere Johannes paste hem nog beter dan de Matthäus. Ieder detail was raak, zonder dat het geheel een bestudeerde indruk maakte. Lichdi zong ook de tenoraria’s en excelleerde in Erwäge: zo naturel en ontroerend heb ik deze lastige aria nog nooit gehoord.

Transparantie

Bas Klaus Mertens (69) vertoonde geen spoortje van slijtage en imponeerde behalve als Christus bovenal met het sonoor, zonder opsmuk gebrachte arioso Betrachte, meine Seele – vervoerende, diepzinnige eenvoud. Ook het zeventienkoppige koor zong prachtig, al was de Jacobikerk-akoestiek niet optimaal voor de transparantie. Koopman, dirigerend van achter het kistorgel, zorgde voor vaart in de handeling en bracht rust aan met de koralen, die hij qua kleur en tempo gelijkaardig toonzette. Bij Koopman scholen de verrassingen in de details – het diminuendo op het driewerf ‘Herr!’ in het openingskoor bijvoorbeeld, of het scherpe uitlichten van chromatiek in de koorscènes aan het begin van deel 2. Hooguit zou je de turbae (volksopstootjes) wat uitgesprokener wensen.

Aan uitgesproken turbae bij Reinbert de Leeuw geen gebrek. De Leeuw, icoon van de eigentijdse muziek, dirigeerde in 2016 voor het eerst de Matthäus, waarbij hij de hele historische uitvoeringspraktijk aan zijn laars lapte. Dat het een hit werd lag zeker ook aan De Leeuws aanstekelijke bevlogenheid. Diezelfde intensiteit was de aantrekkingskracht van zijn eerste Johannes, wederom met Holland Baroque en het Nederlands Kamerkoor.

Die ervaren zangers en musici zullen zich kapot geschrokken zijn toen De Leeuw het moordende tempo van Herr, unser Herscher aangaf: het reduceerde het openingskoor tot een troebel spervuur van nootjes waaraan weinig eer te behalen viel. De koralen waren dan weer zo traag dat ze haast omvielen. In de vele flitsende turbae kon het koor gelukkig wel zijn klasse tonen. Sowieso etaleerde De Leeuw een scherp zintuig voor drama, geholpen door de uitstekende tandem van ranke evangelist Benedikt Kristjánsson en diepe Christus-bas Andreas Wolf.

Het openingskoor door Academy of Ancient Music o.l.v. Richard Egarr - snel, maar lang niet zo snel als door De Leeuw.

Zijn grootste verrassing serveerde De Leeuw aan het einde, door het slotkoraal a capella uit te voeren. Ach Herr, lass dein lieb Engelein klonk zo breekbaar en traag dat het bijna vervluchtigde. Halverwege viel het orkest toch in en zwol het aan tot een triomfkoor. In de stilte voor de ovatie sloeg De Leeuw, uitgeput, de partituur met een klap dicht.