In New York kan je weer naar de speakeasy - zoals in de jaren 20

Horeca In New York schieten de speakeasy’s – geheime drinkgelegenheden – net als tijdens de jaren twintig als paddenstoelen uit de grond. Ditmaal niet uit noodzaak, maar omdat het hip is.

Een drukke speakeasy in 1932. Foto Nationaal Archief en Library of Congress

De ingang is onopvallend. Een dubbele, houten deur die naar buiten opent. Rechts ingesloten door Sunrise Market, een Japanse supermarkt. Links door het overkapte terras van Japanse bakker Pan Ya.

Een trap leidt naar een Japans restaurant met kleine tafeltjes en de geijkte lampionnen aan het plafond. Even kijk je verward om je heen tot een ober van middelbare leeftijd met een glimlach vraagt: restaurant of bar? Opgelucht zeg je ‘bar’, waarna hij wijst naar een ietwat vale, houten deur achter hem.

Je duwt de deur open. Terwijl je ogen wennen aan het sfeerlicht zie je de grote houten bar met rijen sterke drank, een enorm schilderij met engeltjes er schuin boven. Aan de andere kant grote ramen opgebouwd uit kleine ruitjes, met uitzicht op het driehoekige park tussen Stuyvesant Street, 3rd Avenue en 9th Street – de plek waar je even daarvoor nog vertwijfeld naar het juiste adres stond te zoeken. Tot in de puntjes geklede obers serveren prachtige cocktails. Een hostess heet je welkom. Je bent in Angel’s Share, een van New Yorks bekendste, hedendaagse speakeasy’s.

Een speakeasy is een ‘geheime’ bar. Net als tientallen vergelijkbare horecagelegenheden die de afgelopen jaren hun deuren openden in New York, is Angel’s Share geïnspireerd door de verborgen kroegen van tijdens de Drooglegging, de vaak geromantiseerde periode van 1920 tot 1933 waarin de VS alcohol in de ban deed. Een weinig succesvol verbod overigens, want de alcohol vloeide rijkelijker dan ooit. Zeker in New York, een van ’s lands ‘natste’ steden, waar in iedere twee straten wel een illegale drinkgelegenheid te vinden was.

Links: een bar in New York enkele minuten voor de Drooglegging op 30 juni 1919. Rechts: Whiskey wordt in het riool gegoten (1921).
Foto’s Nationaal Archief en Library of Congress

De speakeasy’s, zo genoemd omdat er letterlijk easy (onopvallend) over moest worden gesproken, waren vaak verstopt achter een onopvallende kelderdeur of in de opslagruimte van een slagerij. Of – zoals Angel’s Share – in een eetgelegenheid. Ook in sommige diners kon de klant aan de toog om ‘koude thee’ vragen en een kopje whiskey krijgen.

Met de opheffing van het verbod in 1933 werden de speakeasy’s vaak weer gewoon opslagruimtes. Sommige veranderden in een legale bar. Maar het concept van de geheime drinkplaats – een plek waarvoor je een wachtwoord moet hebben om binnen te komen of precies moet weten op welke deur te kloppen – bleef aantrekkelijk.

Drinkervaring

„Met de heropleving van de cocktailcultuur een jaar of vijftien geleden, ging de horeca zich verdiepen in de geschiedenis van de cocktails en van het barleven”, zegt Art Sutley, nightlife- en hospitality-expert en uitgever van Bar Business Magazine. „Hoe meer verheven de cocktails werden, hoe meer verheven de drinkervaring werd. Een mooie speakeasy past daar perfect bij.”

Angel’s Share wordt door Sutley aangewezen als de oorspronkelijke, hedendaagse speakeasy van New York. Een jaar of tien geleden opende de bar zijn deuren. Het succes inspireerde meerdere andere geheime bars. Evenzeer beroemd zijn ondertussen Please Don’t Tell (ingang via een telefooncel in een aftands hotdogzaakje), Beauty and Essex (meerdere verdiepingen verstopt achter een pandjeszaak met een grote, dramatische wenteltrap en gratis champagnebar in het damestoilet) en Attaboy (een onopvallende grijze deur met de boodschap ‘please knock gently’).

Deze winter was er een piek. Meerdere ondernemers openden in korte tijd een geheime bar in Manhattan of Brooklyn. Verstopt achter Patent Coffee in de wijk NoMad (bel na 17.00 uur aan en ga door de met kaarsen verlichte koffiezaak naar de ondergrondse bar). In de opslagruimte van ijssalon The UES in de Upper East Side (vraag naar de ‘storage room’). Of in de kelder van het nieuwe Life Hotel. Die laatste is geïnspireerd door de lege whiskeyflessen die tijdens de renovatie van het hotel in de kelder werden gevonden, waarschijnlijk resten van een echte speakeasy gebruikt door de hotelmedewerkers.

Een Instagram-post van The UES in New York.

M is for Monday. #theuesnyc #storagemondays #whatsthescoop

Een bericht gedeeld door UES. (@theuesnyc) op

„Ik zou het haast geen trend meer noemen. De speakeasy is gekomen en zal blijven”, stelt Sutley. Hij verklaart de recente golf door twee factoren. De eerste, simpel: geld. Met een speakeasy kan een uitbater twee zaken tegelijkertijd openen. „De alcoholbusiness speelt zich vrijwel alleen ’s avonds en in het weekend af.” Maar met een speakeasy verstopt achter een koffietent of ijszaak kan een ondernemer ook overdag geld verdienen, zegt Sutley. „Hierdoor ligt er minder druk op het cocktailgedeelte.” Dat is prettig in een stad als New York, waar het hebben van een zaak een dure aangelegenheid is.

De tweede factor en voornaamste reden is sociale media. Sutley: „Zodra je die deur doorloopt, ben je echt in een andere wereld, in een andere tijd. Het voelt alsof je een geheim hebt ontdekt.” En er is niks leukers dan degene zijn die dit geheim met de rest van de wereld deelt op Instagram, aldus Sutley. Zeker wanneer het zo fotogeniek is als de meeste speakeasy’s tegenwoordig zijn. Klandizie leidt zo tot nog meer klandizie.

Gevaarlijke alcohol

Vooral die bijzondere interieurs vindt Christine Sismondo, schrijver van het boek America Walks Into A Bar: A Spirited History of Taverns and Saloons, Speakeasies and Grog Shops fascinerend. De klassieke houten bar, de imponerende kunst, het overdadige decor en de kunstige cocktails lijken in niets op de geheime drinkgelegenheden van de roaring twenties.

„Niemand investeerde toen in meubels, want de kans was groot dat je diezelfde dag werd opgedoekt”, zegt ze. Ze noemt als voorbeeld een van New Yorks bekendste speakeasy-uitbaters van die tijd: Miss Texas Guinan. Iedere keer als haar club werd gesloten, opende ze een straat verderop gewoon een nieuwe. „Haar clubs werden zo vaak gesloten dat de politie een ketting met een hangslot meenam.”

Een inval door in burger geklede ambtenaren van de Federale droogleggingspolitie in 1932. Foto Nationaal Archief en Library of Congress.

Ook als het om alcoholische versnaperingen gaat zouden de speakeasy’s van de jaren ’20 nu wat tegenvallen, vreest de schrijfster: „Er waren wellicht een paar bars die een cocktail serveerden, maar de overgrote meerderheid verkocht barslechte en serieus gevaarlijke alcohol. De kans was aanzienlijk dat je de avond eindigde in het ziekenhuis.”

Iets wat met cocktails van 15 dollar per stuk niet snel zal gebeuren.

    • Anke Meijer