Opinie

    • Menno Tamminga

Hoe koopman Rutte Trump achterna gaat

Economisch nationalisme is aan Nederland nooit zo besteed. Terwijl president Donald Trump zijn America First-politiek onderstreepte met een verbod op de mammoetovername van chipfabrikant Qualcomm door een buitenlandse concurrent, kibbelde politiek Den Haag over de historische beslissing van Unilever.

Het Brits-Nederlandse voedings- en zeepconcern (Knorr, Calvé, Dove) zette 88 jaar historie overboord en wordt een exclusief Nederlands bedrijf. Hoofdkantoor: Rotterdam.

Minister-president Mark Rutte (VVD) was „heel blij”. GroenLinks-leider Jesse Klaver laakte de „chantagepolitiek van Unilever en de prestigepolitiek van de premier”. De koopman versus de idealist. Daarmee was Klaver op vertrouwd terrein: de voorgenomen afschaffing van de dividendbelasting à 1,4 miljard euro. Heeft deze fiscale maatregel een rol gespeeld bij de verhuizing? Natuurlijk wel.

Unilever zegt dat er door het verdwijnen van die belasting, die het Verenigd Koninkrijk al eerder had afgeschaft, een gelijk speelveld is ontstaan. Vergelijk het met de keuze tussen twee huizen. Eén heeft nog een olietank uit de jaren zestig in de tuin. De ander niet. Maar de eigenaar zegt dat die tank er uit gaat. Hij betaalt. Als het huis ook net wat mooier ligt, in een veilige buurt, dan is die verwijderde tank hét argument dat de keuze zo simpel maakt als Unilever zegt.

De verhuizing is vrolijke reclame voor de BV Nederland. Beter dan die brievenbusmaatschappijen die Nederland gebruiken als fiscale vrijhaven of vluchtroute, zoals nu de verdenking is bij modeconcern Gucci. Het kabinet wil fiscale schoonmaak houden. Begrijpelijk. Als je echte bedrijven met echte banen, echt sponsorgeld (musea) en echte research daarvoor in de plaats krijgt, lijkt me dat pure winst.

Fiscale voordeeltjes geven is een rechtse hobby, maar óók het basisgereedschap van economisch beleid voor kleine(re) landen. Zij missen de schaalvoordelen op de consumentenmarkt, in het hoger onderwijs, in het talentaanbod en de politieke macht. Een klein land dat toch grote ondernemingen binnen zijn (belasting)grenzen wil krijgen, moet boter bij de vis geven. Belastingvoordelen bijvoorbeeld. Zie Luxemburg, België, Ierland, Zwitserland en… Nederland.

Als de Europese Commissie onder druk van grote landen als Duitsland straks een eind maakt aan fiscale voorrechten die Nederland nu aanbiedt, moet je een plan B hebben. De Randstad plus Eindhoven als Manhattan. Hoofdkantoren. Daar is Rutte III best succesvol. De Brits-Nederlandse uitgever RELX koos voor Londen. Maar staal (Tata/Thyssen) koos regio Amsterdam. Geneesmiddelenautoriteit EMA ook.

Lees ook deze reconstructie van de Nederlandse lobby voor het hoofdkantoor van de staalfusie Tata/Thyssen

Hoofdkantoren geven wel hoofdbrekens. Nederland is van oudsher vrijhandelskampioen. Logisch, gezien de Rijn, het Duitse achterland, Schiphol en de exportkanonnen, van chipmachinefabrikant ASML tot en met de landbouw- en voedingssector. Maar ‘simpel’ vrijhandelsgeloof belijden, volstaat niet meer in een wereld waarin Chinees staatskapitalisme de motor is en economische politiek de voortzetting lijkt van militaire macht (Trumps handelsoorlog).

Economie is politiek en de topmannen en -vrouwen in die hoofdkantoren kijken naar de topman in het Torentje. Wat doe jij voor ons? De een wil vrijhandel (voedingswereld). De ander juist protectie (staal) of steun in een handelsoorlog. Of een bankenbaasbonus op Europees niveau. Niemand wil zijn baan en zijn hoofdkantoor verliezen als een buitenlandse opkoper zich meldt. Hoe meer hoofdkantoren, hoe meer ondernemingsbelangen ook nationale politieke belangen worden.

De vertaling van America First? Eigen hoofdkantoor eerst.

Menno Tamminga schrijft op deze plaats elke dinsdag over ondernemingsbeleid en economie.
    • Menno Tamminga