Eis van dertig maanden tegen ex-topmannen HDI

Fraude Twee ex-topmannen van verzekeraar HDI waanden zich volgens het Openbaar Ministerie bij het frauderen ‘onaantastbaar’.

Rotterdam uit de lucht gezien. Bart Maat/ANP

Dertig maanden de cel in voor fraude, witwassen, het aannemen van steekpenningen en oplichting. Dat eist het OM deze maandag voor twee voormalige topmannen van HDI, een Rotterdamse industriële verzekeraar. Ze hebben zich volgens de officier van justitie tijdens hun bestuursperiode „onaantastbaar’’ gewaand in hun frauduleuze praktijken. HDI, onderdeel van het Duitse verzekeringsconcern Talanx HDI Global, schat zo’n 25 miljoen euro te zijn verloren.

„Het is op zijn minst opmerkelijk dat een bestuurder, of zelfs de voorzitter van de raad van bestuur, zich op zo weinig verantwoordelijkheidsgevoel laat betrappen”, aldus het OM. Oud-bestuursvoorzitter Bert S., 59 jaar, verschuilt zich volgens het OM onterecht achter een dwingende „Duitse bedrijfscultuur”, zonder naar zijn eigen verantwoordelijkheid te kijken. Zo fabriceerde hij valse facturen om hem en zijn voormalige baas, de 78-jarige Gerd M., bonussen uit te keren. Dit moest wel in het geheim, want anders „zou iedereen dat willen”.

Tegen Gerd M. is nog geen strafeis geuit. De rechter wil dat hij eerst psychiatrisch onderzocht wordt.

De tweede topman tegen wie dertig maanden cel is geëist is het 52-jarige oud-bestuurslid Marco M., de zoon van Gerd M. Zo heeft hij, toen hij zich in Aruba wilde vestigen, een zogenaamd waardeloze portefeuille van HDI aan het Arubaanse Treston verkocht voor omgerekend nog geen halve euro. Marco M. vertelde HDI er alleen niet bij dat hij en zijn vader grootaandeelhouder van die Arubaanse firma waren.

Inmiddels blijkt HDI alleen al het afgelopen jaar 1 miljoen euro aan winst te zijn misgelopen op die portefeuille. Dit bedrag moet Marco M. volgens het OM dan ook als voorschot op de schadevergoeding aan HDI betalen.

De twee mannen die vandaag terecht stonden hebben zich volgens het OM „onrechtmatig verrijkt ten nadele van HDI’’, hoewel Bert S. er uiteindelijk het minst aan over heeft gehouden: „een aandeel in een villa op Mallorca waar hij niets mee kan”. Dinsdag gaat de zitting verder, op 19 april volgt het vonnis van de rechtbank.