Wat moet het Korps Mariniers in Zeeland?

Defensie Meer militairen dan in vorige jaren vertrekken bij het Korps Mariniers. Dat verruilt Doorn (Utrecht) voor Vlissingen. Waarom?

Mariniers oefenen op het strand van Vlissingen. Over enkele jaren verhuist hun kazerne van Doorn naar de Zeeuwse stad. Foto Evert-Jan Daniels/ANP

Eigenlijk zijn alle feiten rond de verhuizing van de kazerne van het Korps Mariniers van Doorn naar Zeeland in mist gehuld. Op één ding na: drie jaar voor het definitieve vertrek valt het aantal mariniers dat uit dienst treedt hoger uit dan ooit.

Een woordvoerder van het ministerie van Defensie bevestigde dinsdag berichtgeving uit de Volkskrant, waaruit bleek dat het aantal vertrekkende mariniers opvallend hoog ligt. Dit jaar gaat het al om 66 man, tegenover 99 in heel 2017 en getallen rond de tachtig in veel voorgaande jaren. Op de operaties van de 3.000 mariniers heeft dat volgens de woordvoerder geen invloed, wel is er inmiddels een eenheid opgeheven.

Volgens verschillende militaire vakbonden zou de leegloop het directe gevolg zijn van de verhuizing van de kazerne naar Vlissingen, waar de militairen en hun gezinnen weinig voor voelen. Ze vrezen onverkoopbare huizen te moeten kopen en geen banen te kunnen vinden voor hun partners. De woordvoerder van het ministerie bevestigt dat er dit soort signalen zijn. „Maar we willen weten hoe hard die zijn en we doen daarom nu onderzoek naar de redenen.”

Het nieuws roept vooral de vraag op waarom de Utrechtse Van Braam Houckgeestkazerne (waar circa 1.800 mariniers zitten) eigenlijk weg moet uit misschien wel de meest centrale gemeente van Nederland. Op het eerste gezicht doet het plan denken aan het beleid van het kabinet-Den Uyl, dat in de jaren 70 uit ideologische overtuigingen overheidsdiensten zo veel mogelijk over het land verspreidde. Zo kwam de Belastingdienst in Heerlen terecht en de PTT in Groningen.

De werkelijkheid is in dit geval een stuk minder prozaïsch en vooral heel chaotisch.

Logisch alternatief

Het plan uit 2012 komt van voormalig minister van Defensie Hans Hillen (CDA). De locatie van de kazerne in Doorn zou, onder meer door een toename in materieel, zo klein zijn dat er niks meer aan te doen was. „Ook na de renovatie blijft de kazerne krap behuisd”, schreef hij aan de Kamer. Zeeland zou een logisch alternatief zijn: meer ruimte voor militaire trainingen en dichter bij het water. Ook zou een betere spreiding van de krijgsmacht over het land zorgen voor een „steviger draagvlak voor Defensie”.

De plannen veroorzaakten grote consternatie bij de gemeente Utrechtse Heuvelrug, waar de kazerne een van de grootste werkgevers was. Ze presenteerde een eigen businessplan, en zou aan Defensie hebben gevraagd wat ze kon doen om de kazerne open te houden. Burgemeester Frits Naafs zegt nu in de Volkskrant dat daar nooit een antwoord op is gekomen.

Als de plannen eind 2012 aan de Algemene Rekenkamer worden voorgelegd, velt die een keihard oordeel over de verhuizing: het was onduidelijk waarom deze per se nodig was. Bovendien was het besluit onder tijdsdruk genomen en waren de kosten erg hoog – tussen de 100 en 200 miljoen euro. „Wij stellen vast”, schreef de Rekenkamer, „dat zeker vanaf het moment dat de minister zijn voorkeur voor Zeeland uitsprak, er niet meer naar alternatieven is gezocht. [...] Het is de vraag of het Ministerie van Defensie er alles aan heeft gedaan om [voor het ruimtegebrek in Doorn] een oplossing te vinden.” Toch ging het plan door. Utrechtse Heuvelrug legde zich neer bij het besluit en de kwestie verdween van de radar.

Cadeautje

Tot 2017 – het jaar waarin de Zeeuwse kazerne in eerste instantie had moeten openen. Het vertrokken VVD-Kamerlid Ybeltje Berckmoes haalde in september de kwestie op pijnlijke wijze terug in haar politieke memoires. Ze schreef dat de verhuizing een cadeautje was van Hillen aan toenmalig commissaris van de koningin in Zeeland Karla Peijs – een verdenking die ook al eerder bestond. Nadat de kwestie kort oplaaide in Zeeland ontkende Peijs de aantijgingen fel. „Ik mocht helemaal geen cadeautjes aannemen van boven de vijf euro”, zei ze tegen Omroep Zeeland.

Begin januari van dit jaar ontstond de nieuwste rel, nadat de Defensievakbonden zeiden dat op het nieuwe terrein geen goede schietbaan zou komen en dat de mariniers daarvoor alsnog naar andere plekken in het land moeten. Het ministerie laat nu weten dat het de bedoeling is dat de kazerne „gewoon gerealiseerd wordt zoals destijds afgesproken”.

Nu komt daar de personele leegloop bovenop. Toch moet er een wonder gebeuren wil de kazerne niet verhuizen. Zeeland doet daarom inmiddels haar best om de militairen alsnog te lokken. CDA-gedeputeerde Jo-Annes de Bat maakte eerder deze maand bekend dat er in augustus in Doorn een familiedag zal worden gehouden waar de provincie zichzelf presenteert. Er zou wel degelijk genoeg werk zijn voor partners van mariniers. Gezinnen kunnen op de familiedag met een virtual reality-bril kennismaken met het Zeeuwse landschap.