Albumoverzicht: nieuwe soul vol oude blues en krachtige Kim Hoorweg

De muziekrecensenten van NRC beoordelen de nieuwe albums van deze week, met onder meer Mélissa Laveaux, Lucy Dacus, CUT_ en Kim Hoorweg.

  • ●●●●

    Mélissa Laveaux: Radyo Siwèl

    Mélissa LaveauxPop: Het lag voor de hand dat Mélissa Laveaux een keer in haar Haïtiaanse roots zou duiken. Het werd onvermijdelijk toen ze het land in 2016 weer bezocht na twintig jaar afwezigheid. De Canadese zangeres maakt al jaren Frans- en Engelstalige liedjes op het snijvlak van neo-soul en bluesy indierock. Op Radyo Siwèl verloochent ze die stijl geenszins, maar combineert het met de heerlijke schurende elementen van Haïtiaanse rootsmuziek. Ze wordt daarbij sterk geholpen door Drew Gonsalves op gitaar en cuatro. Hij legde met zijn neo-calypso band Kobo Town eenzelfde muzikale rootsreis af naar Trinidad. De meeste nummers van Radyo Siwèl zijn bewerkingen van traditionele Haïtiaanse songs en dus zingt Laveaux in Kréyol, een taal die gemaakt lijkt voor zang. Haar bijna kinderlijke stem en percussieve gitaarspel maken het tot haar eigen muziek: nieuwe soul vol oude blues. Openingstrack Lè Ma Monte Chwal Mwen is een parel. Leendert van der Valk

  • ●●●●●

    Lucy Dacus: Historian

    Lucy DacusPop: Op haar tweede album valt zangeres Lucy Dacus met de deur in huis met de woorden: ‘The first time I tasted somebody else’s spit/ I had a coughing fit’, in openingsnummer Night Shift. De openhartigheid van haar teksten staat in contrast met haar gedistingeerde dictie. Bij Dacus vloeien de zinnen weloverwogen over de lippen. Haar stem heeft een donkere volle klank, die beschouwelijk golft van laag en warm naar een schelle klank in de hogere regionen. Die gezongen uitbarstingen worden begeleid door knarsende gitaarerupties. Een nummer als The Shell, op dit prachtige Historian, deint op weids twinkelende instrumentaties van gedempt orgel, aanzwellende gitaaraccenten en een subtiele drummer. Lucy Dacus is een aanwinst in het singer-songwriters-genre, met haar doordachte aanpak en aantrekkelijke ambivalentie: zowel ruig als sjiek, met zowel grungy gitaren als statige blazers. Concert: 4/5 Sugarfactory, Amsterdam. Hester Carvalho

  • ●●●●

    Kim Hoorweg: Untouchable

    Kim HoorwegJazz: Ruim tien jaar geleden is het alweer dat de Rotterdamse Kim Hoorweg als piepjong talent van veertien debuteerde bij Verve, stal van vermaarde jazzartiesten. Een zeer vroege lancering met alle risico’s van dien. Haar ontluikende jazztalent kreeg kansen, maar haar muziek bleef lang inhoudelijk dunnetjes. Een volwassen, geloofwaardige sound heeft simpelweg enige (struikel)tijd nodig. Met haar album Untouchable heeft Kim Hoorweg (nu 25) stappen gemaakt als artieste met een eigen verhaal. Hoorweg heeft ontegenzeggelijk gewonnen aan zangkracht en inhoud. Compositorisch is er geen misplaatste artisticiteit meer, maar een als indiejazz omschreven stijl met popaccenten die haar ligt. Haar stem verschiet mooi van kleur en staat in dienst van de songs waarvan een enkeling nog aan de lichte kant is, maar vaker valt meer experimenteler werk op. Zoals hoe ze bedwelmende verstikking bezingt in The Art of Breathing Under Water of de persoonlijke, onconventionele opening Soar. Amanda Kuyper

  • ●●●●●

    CUT_: Blind = Bliss

    CUT_Dance: Het Amsterdamse electronica-duo CUT_ heeft een spaarzame productie. De voormalige conservatoriumstudenten Sebastiaan Dutilh en Belle Doron sieren vaak de (festival-)podia met hun wervelende elektronica, fraaie dans en achtergrondprojecties, maar brengen de muziek in kleine porties uit. Zo is er nu een EP met de mysterieuze titel Blind = Bliss, met daarop vier nieuwe nummers. Opvallend aan deze composities is de heldere klank die de twee in hun elektronica leggen. Fris gebubbel van de synthesizer, in wiegende ritmes gevat, wervelt rond, en wordt zo nu en dan doorsneden door puntige riffs op gitaar of keyboard. De melodieën ontvouwen zich gelijkmatig, er wordt geen drama in gelegd. Soms, in Trick Me is er de voor dance typerende ‘break’, pauze, waarna het ritme op hol slaat om de danslustigen aan te vuren. De zang van Belle Doron ligt als een heldere neonstreep over de instrumentaties, fel en warmbloedig tegelijk. Hester Carvalho

  • ●●●●●

    Ruben Hein: Groundwork Rising

    Ruben HeinPop: „What if it’s all just a gameshow?”, vraagt zanger en pianist Ruben Hein zich met lichte spot af op zijn nieuwe album Groundwork Rising. Een treffende vraag op het moment dat de belangstelling voor Hein sinds zijn onvermoede winnen van tv-programma Wie is de Mol? op een piek is beland. Gameshow is veruit het stevigste liedje op Heins album dat verder charmeert in soberheid. Zijn liefde voor pop is groot, zijn jazzachtergrond een gegeven. Hoe dan ook wilde hij, na sinds zijn debuut in 2010, diverse albums en een tournee met singer-songwriter Fink, terug naar de basis. Dus: zachte composities op de piano, heldere melodielijnen, dicht met die geweldig zalvende stem op de microfoon. Het avontuur zit ’m in de eenvoud, de harmonische rust. Gitaar en drums leveren extra rimpelingen in het zoete water. Fraai is hoe de opening Everything I Say (Magnolia) zachtjes toewerkt naar een climax. Tournee start 6/4. Inl. Rubenhein.nl Amanda Kuyper

  • ●●●●

    Gewandhausorchester & Andris Nelsons: Bruckner Symphony No. 4

    Gewandhausorchester & Andris NelsonsKlassiek: De Let Andris Nelsons gold als kandidaat om zijn landgenoot en mentor Mariss Jansons op te volgen bij het Concertgebouworkest. In plaats daarvan werd hij chef van het Gewandhausorchester in Leipzig – eveneens een toporkest, bewijst hun nieuwste cd. De Vierde symfonie van Bruckner (die waarschijnlijk al duizend keer is opgenomen) vormt de tweede aflevering van een geplande Bruckner-cyclus. Eerder legden Nelsons en zijn orkest de Derde al vast, volgende maand volgt de eveneens populaire Zevende. Deze Bruckner is een hoogenergetische live-opname, met een beeldschoon spelend Gewandhausorchester. Nelsons slaagt erin het reusachtige openingsdeel overtuigend vorm te geven en zijn orkest als een ensemble te laten musiceren: wendbaar, geenszins pompeus en toch met grootse klank. Het Andante is wat log, maar de triomfantelijke fanfares van het Scherzo klinken fris en dansant en zorgen voor een jubelend hoogtepunt. Dat alles wordt voorafgegaan door Wagners Lohengrin Vorspiel – een etherisch mooie, maar eigenlijk overbodige opener. Joep Stapel