VVD en D66 winnen race om media-aandacht

Data-analyse Media geven meer aandacht aan regeringspartijen dan aan populistische partijen. Ook op sociale media ‘scoren’ PVV en FvD niet hoger dan VVD en D66.

Minister Kajsa Ollongren (D66) voert campagne op de Markt in Gouda. Foto Bas Czerwinski / ANP

Het ‘redelijke geluid’ van D66 tegen het populisme van Forum voor Democratie. Zo besloot D66 de campagne rond de gemeenteraadsverkiezingen te framen, viel in Den Haag te horen in aanloop naar de verkiezingen van aanstaande woensdag.

Dus noemde D66-vicepremier Kajsa Ollongren FvD-leider Thierry Baudet en zijn partij een grotere bedreiging voor „de kernwaarden van Nederland” dan Geert Wilders; zei de fractieleider van D66 in Amsterdam dat hij misselijk werd van „het racistische Forum voor Democratie”; en antwoordde Tweede Kamerlid Jan Paternotte op de vraag of hij Baudet racistisch vond: „Als het kwaakt als een eend, is het meestal een eend”.

De strijd tegen Forum als trampoline voor electoraal succes – als je kijkt naar de media-aandacht die het opleverde, heeft die strategie gewerkt. Alexander Pechtold was de afgelopen twee maanden meer dan elke andere partijleider met zijn gezicht op tv. Vooral bij praatprogramma’s Buitenhof en Pauw was de D66-leider vaak in beeld. Het ging natuurlijk niet alleen over de strijd tegen de partij van Baudet: D66 was ook veel in het nieuws omtrent de afschaffing van het raadgevend referendum (het ‘kroonjuweel’ waar de partij zo makkelijk afstand van leek te doen) en de kritiek op de Europese factcheckdienst EU vs Disinfo (die minister Ollongren aanvankelijk verdedigde maar later op verzoek van de Kamer moest aan pakken). Op sociale media was D66 de afgelopen twee maanden verreweg de meest besproken partij, maar die aandacht was niet altijd positief: FvD-aanhangers maakten er een sport van D66-politici voor „nazi” of „duivel” uit te maken. In de geschreven pers – landelijke dag- en opiniebladen en grote nieuws- en opiniesites – oogstte de partij en Pechtold bijna evenveel aandacht als koploper VVD en premier Rutte. Niet slecht voor de vierde partij in het land. Alleen op tv werd de partij minder vaak genoemd dan concurrenten als VVD en GroenLinks.

Dat blijkt uit een analyse van NRC samen met drie databedrijven. Het Amsterdamse Media Distillery maakte tv-uitzendingen doorzoekbaar, met behulp van gezichts- en spraakherkenning. Databank LexisNexis leverde data over landelijke en regionale kranten, opiniebladen en nieuwssites. Via het Luxemburgse Talkwalker kon NRC sociale media als Facebook, Twitter en Instagram analyseren. Lokale partijen zijn buiten beschouwing gelaten; alleen de aandacht voor landelijke partijen is onderzocht.

De VVD wist nipt de meeste aandacht te trekken rond de gemeenteraadsverkiezingen. De partij en haar politieke leider werden het vaakst genoemd in de geschreven pers en op tv. Dat is niet vreemd: de VVD levert de meeste bewindslieden (met als bonus de premier), die allemaal nieuws genereren. Regeringspartijen doen het sowieso goed in de race om media-aandacht. Het CDA, qua zetelaantallen de derde partij van het land, kreeg na de VVD de meeste tv-aandacht en bereikt de derde plek in de geschreven pers. De partij maakt alleen met 93.000 shares, comments en likes weinig los op sociale media. De ChristenUnie wist als enige partij niet te profiteren van deze ‘regeringsbonus’.

Populistische partijen

Hebben de media populistische partijen geholpen door hen veel aandacht te geven? Dat wordt vaak gesuggereerd, maar het blijkt niet uit de analyse. De PVV, de tweede partij van het land, scoort niet hoger dan de VVD op tv en wordt in de kranten en op nieuwssites minder genoemd dan VVD, D66 en CDA. Opvallend genoeg krijgt de partij ook op sociale media niet bijzonder veel aandacht. Bij de Kamerverkiezingen van 2017 – toen NRC ook de media-aandacht voor partijen onderzocht – domineerde de PVV nog op sociale media.

Forum voor Democratie, slechts twee zetels in de Kamer, komt op sociale media in de buurt van de PVV. Partijleider Thierry Baudet ging de aanvallen van D66 niet uit de weg. Zo deed hij aangifte tegen vicepremier Ollongren „wegens smaad en laster”, gevolgd door een persconferentie waarop journalisten geen vragen mochten stellen. Ook was FvD in het nieuws nadat uitspraken van Yernaz Ramautarsing, de nummer twee op de Amsterdamse lijst, over homo’s uitlekten uit een WhatsApp-groep. Ramautarsing trok zich na de ophef terug als kandidaat. De relletjes leverden de partij tijdelijke aandachtspieken op, maar de belangstelling van de verzamelde pers was niet blijvend groot.

De regionale dagbladen en nieuwssites laten grosso modo hetzelfde beeld zien als hun landelijke collega’s: veel aandacht voor regeringspartijen, geen pre-occupatie met populisten. Het CDA, vier jaar geleden bij de gemeenteraadsverkiezingen de grootste landelijke partij, krijgt in de regionale dagbladen en op regiosites bijna evenveel aandacht als de VVD.