Peilen waar je populair bent

Peilingen Politieke partijen laten zelf onderzoek doen onder kiezers. Geeft dat een eerlijk beeld?

Een verkiezingsbord op het Museumplein met daarop affiches van de deelnemende partijen aan de gemeenteraadsverkiezingen. Foto Lex van Lieshout

In Amsterdam zijn de raadsverkiezingen een nek-aan-nekrace tussen D66 en GroenLinks. Dat blijkt althans uit een peiling die is betaald door D66 en GroenLinks. En een onderzoek in opdracht van Leefbaar Rotterdam laat zien dat die partij de grootste blijft.

Peilingen zijn niet meer weg te denken rond de verkiezingen. Maar deze keer zien we opvallend veel peilingen die zijn betaald door politieke partijen: GroenLinks, D66, Leefbaar Rotterdam, Forum voor Democratie: allemaal geven ze zelf opdracht voor een onderzoek. Geven die wel een eerlijk beeld?

Zelf interpreteren

Politicologen betwijfelen het. Tom van der Meer van de Universiteit van Amsterdam denkt niet dat de uitkomst van de peilingen door de partijen wordt beïnvloed – hij heeft vertrouwen in de grote peilbureaus. Maar, zo stelt hij: „Het probleem is niet de peiling zelf, maar de interpretatie daarvan.”

Van der Meer wijst op het ‘bandwagon effect’, dat beschrijft hoe mensen graag bij een winnende partij willen horen. Dat effect zie je door de hele maatschappij, bijvoorbeeld als het Museumplein volstroomt wanneer het Nederlands elftal het goed doet op een eindtoernooi. Of jongeren die populaire kledingmerken dragen.

Ook in de politiek speelt dit een rol, aldus Van der Meer. Hoe succesvoller de partij lijkt, hoe meer andere kiezers dat aantrekt.

Door zelf peilingen uit te voeren, kunnen politieke partijen dat beeld beïnvloeden. „Zij maken nu ook de eerste interpretatie van de peiling, terwijl dat normaal gesproken aan journalisten is”, zegt Van der Meer. In het persbericht waarin de uitslagen worden gepresenteerd, zetten de partijen vast de toon: kijk eens hoe hard wij groeien. „Journalisten staan soms onder grote tijdsdruk, en kijken niet kritisch genoeg naar de peilingen.”

Ook kunnen partijen bepalen in welke steden de peilingen worden uitgevoerd. „GroenLinks laat wel in Amsterdam en Utrecht peilen, maar niet in Tubbergen”, zegt Van der Meer. „Daar zijn ze veel minder populair.” Dat past niet in het beeld van de winnende partij.

Maurice de Hond, die de diverse peilingen in opdracht van politieke partijen deed, ziet het probleem niet. „Dan moet het CDA maar een peiling in Tubbergen laten uitvoeren.” In kleinere gemeenten geven partijen nauwelijks opdracht tot peilingen.

Uitvergroot

Kleine verschillen worden bovendien regelmatig groot uitgemeten. In december stelde D66 na een eigen peiling dat zij de grootste partij in Utrecht zou zijn, terwijl het verschil maar één zetel was. Een maand later kraaide GroenLinks victorie, omdat uit een eigen peiling bleek dat die partij de grootste was – met een verschil van twee zetels. Die verschillen zijn te klein om harde uitspraken over te doen.

I Hate Statistics, een start-up die statistiek voor iedereen begrijpelijk wil maken, maakte een explainer waarin je kunt zien dat kleine verschillen er niet toe doen. Vul je eigen gemeente in, en voer je eigen peiling uit.”

Forum voor Democratie stelde op Twitter zelfs dat de partij van Thierry Baudet in Amsterdam „waarschijnlijk” groter dan de VVD zou worden, terwijl in de peiling waar de partij zelf voor betaalde, beide op vier zetels uitkwamen.

Journalisten moeten er ook rekening mee houden dat peilingen die niet het gewenste resultaat opleveren, kunnen worden achtergehouden, stelt Van der Meer. De Hond benadrukt dat dat niet het geval is.