Recensie

Middeleeuwse miniaturen: van heiligen tot zwevend schaakbord

Tentoonstelling Catharijneconvent en Koninklijke Bibliotheek presenteren een prachtig overzicht van middeleeuwse miniatuurkunst.

Penninc en Pieter Vostaart, Roman van Walewein, Vlaanderen, circa 1350. Collectie Universiteitsbibliotheek Leiden. Foto Museum Catharijneconvent

De eerste blik doet een vlag met zwart-wit vierkantjespatroon vermoeden. Het motief staat op een bladvullende illustratie in een handgeschreven boek uit het Vlaanderen van omstreeks 1350. Tegen een rode achtergrond steekt een geharnaste ridder af, te paard en met schild en speer in de aanslag. Rechtsboven is het geblokte dundoek te zien, dat bij nader inzien echter wel erg strak staat en bovendien een mast of stok ontbeert. Het gaat hier dan ook om de uitbeelding van een verhaal uit de legende van koning Arthur, waarin ene ridder Walewein voor zijn vorst jacht maakt op een kostbaar, mysterieus zwevend schaakbord.

Boekverluchtingen

De veertiende-eeuwse miniatuur is niet de mooiste, maar wel een van de fascinerendste in de tentoonstelling die Museum Catharijneconvent in samenwerking met de belangrijkste bruikleengever, de Koninklijke Bibliotheek, wijdt aan middeleeuwse boekverluchtingen – het ambacht van illustraties in handgeschreven boeken. Het surrealistische sprookjesverhaal waarop de afbeelding zich baseert, herinnert eraan dat middeleeuwse boeken lang niet per definitie religieus van aard zijn. Het feit dat het manuscript de enige overgeleverde, complete versie van het verhaal bevat, weerspiegelt de zeldzaamheid die ook veel andere getoonde werken kenmerkt. En waar de zaaltekst de magie van de tekst en beeld benadrukt, gaat de voortreffelijke catalogus onder redactie van specialisten Anne Margreet As-Vijvers en Anne Korteweg, vooral in op de boekwetenschappelijke aspecten van het handschrift.

Aan de hand van negentig geïllustreerde boeken en losse bladen uit Nederlandse collecties, toont de expositie een prachtig overzicht van miniatuurkunst in de Zuidelijke Nederlanden. Vanaf de tiende eeuw hebben het huidige Vlaanderen en Noord-Frankrijk een rijke productie gekend van perkamenten handschriften en de daarbij behorende versierde initialen, kleine of grotere illuminaties, en fantasierijke randversieringen in de vorm van menselijke figuurtjes, bloemen, dieren en wat niet al. Uitbeeldingen van heiligen begeleiden gebeden, Bijbelscènes de verhalen in evangeliaria, en voorstellingen van het boerenleven de kalenders van getijdenboeken.

Aan de hand van geïllustreerde boeken en losse bladen toont de expositie een prachtig overzicht van miniatuurkunst in de Zuidelijke Nederlanden.

Foto Museum Catharijneconvent

Anoniem

Toen de hertogen van Bourgondië zich er in de vijftiende eeuw vestigden, kwam de stad Brugge als kunstcentrum tot ongekende bloei. Hoogtepunten in de expositie zijn dan ook geïllustreerde getijdenboeken die na 1420 in West-Vlaanderen zijn gemaakt door de zogenaamde ‘goudenrankenmeesters’, een groep anonieme miniaturisten die de marges van hun schilderingen versierden met delicate golvende gouden lijnen voorzien van blad- en vruchtmotieven. Later groeide Simon Bening (ca. 1483-1561), een van de weinige miniaturisten die bij naam bekend is, uit tot een toonaangevende kunstenaar in de stad. Voor de beroemde Duitse kardinaal Albrecht van Brandenburg illustreerde hij bijvoorbeeld een getijdenboek, waaruit een voorstelling wordt getoond van Johannes de Doper met zijn lam in een uiterst gedetailleerd weergegeven landschap.

Rond 1500 werd de boekdrukkunst een geduchte concurrent van het manuscript. Maar de handgeschilderde illuminatie verdween niet. Zo is een misboek dat in 1509 te Venetië is gedrukt, voorzien van een in Mechelen geschilderde miniatuur. Het stelt een landschap met de gekruisigde Christus voor. De marge is voorzien van bloemen en, pal middenonder, een kleine rode cirkel met nog een kruis. Het is de plaats waar de priester tijdens het opdragen van mis geacht werd het boek even met de lippen te beroeren. Een boek om te zoenen.

    • Bram de Klerck