Foto Soccrates/ANP

Koeman bant het rumoer rond Oranje

Nederlands elftal Een vastomlijnd idee voor Oranje heeft de nieuwe bondscoach nog niet, maar in de randzaken drukt hij zijn stempel. Openbare trainingen „zijn niet meer van deze tijd”.

In het spottende lachje bij de vergelijking van Oranje met IJsland schuilt nog een restje hooghartigheid uit een vervlogen tijdperk. „Met alle respect”, zei Ronald Koeman maandagmiddag over het eiland waar honderd mannen professioneel voetballer zijn en dat beschikt over een nationale ploeg die zich nu twee keer al op een eindtoernooi geplaatst heeft, „denk ik dat wij beter moeten zijn dan IJsland. Maar het is wel geweldig wat zij doen, een heel sterk team met minder individuele kwaliteit dan wij.”

Om daarna uit te leggen dat de uitgangssituatie van Oranje nu, met een opvolgingsprobleem in de afdeling creativiteit en dreiging voor doel, niet zo heel veel verschilt van die van IJsland. Individualiteit is passé. „Je zal het moeten hebben van een team zijn, duidelijke afspraken, een duidelijk systeem en dat trainbaar maken. In het besef dat dat lastig is, met de hoeveelheid trainingen die je hebt.”

Om tot slot in één vloeiende beweging zijn besluit tot het verbannen van publiek en pers bij (tactische) trainingen te rechtvaardigen door te wijzen op de „prettige rust” die dat geeft. Een marginal gain, misschien scheelt het een promille in de prestaties. „Dat vinden wij in Nederland een beetje vreemd, maar ik vind [openbare trainingen] niet meer van deze tijd.” Alleen maandag was nog volledig open, voor de rest zijn het kwartiertjes tot helemaal niets.

Koeman is begonnen. Hij sprak op rustige toon, tikje afgemeten op de persconferentie op de KNVB-campus maandagmiddag ter gelegenheid van zijn eerste Oranje-selectie, die vrijdag al bekend was gemaakt. Hij was de charismatische coach, met de geloofwaardigheid die een imposante spelerscarrière doorgaans afdwingt. „Ik ben heel goed ontvangen”, constateerde hij zelf over zijn kritieken tot dusver. Grijns: „En terecht.”

Uiteraard meteen de vraag: hoe gaat hij spelen? Dat is nog geen uitgemaakte zaak, maar „waarschijnljk” niet in 4-3-3 tegen Engeland komende vrijdag in Amsterdam, de eerste (oefen)interland onder zijn leiding. Hij wil flexibiliteit. Reactief voetbal? Beetje achterover? Het zou zomaar kunnen. Niet gek gezien de status van Oranje, veelal underdog het komend jaar met oefenduels tegen topteams. En logisch gezien de vele internationals die in de Europese middenmoot ook niet allemaal meer bij clubs zitten die voortdurend het spel maken. Koeman: „Ook in Nederland zie ik trainers die veranderen. Ik heb dat ook altijd gehad. Ik speelde als trainer van Ajax met drie centrale verdedigers in de Champions League, heb 4-4-2 gespeeld. Ik vind dat een team meerdere systemen moet kunnen spelen.”

De Oranje-selectie trainde maandag voor het eerst op het KNVB-complex in Zeist.
Foto Soccrates/ANP

De komende vier interlands wil hij vooral experimenteren, zodat hij weet hoe hij wil spelen bij de start van de Nations League in september. Dan speelt Nederland vier wedstrijden, uit en thuis tegen Frankrijk en Duitsland, in een poule waarin een playoff-ticket voor het EK 2020 kan worden binnengesleept. Pas daarna, in 2019, begint de EK-kwalificatie tegen nog nader te bepalen tegenstanders.

Toen Eric Gudde, sinds een half jaar directeur betaald voetbal, begin november vorig jaar zijn analyse deelde over de tekortkomingen van het Nederlands elftal in de laatste twee kwalificatiecampagnes, schetste hij het contrast dat hij zag bij landen als IJsland en Servië die zich met een „eenduidige spelfilosofie, continuïteit in selectie en bondscoachschap en passie” aan de middelmaat onttrokken.

Koeman wekte niet de indruk nu al een vastomlijnd idee te hebben over waar Oranje heen moet. En als hij dat al heeft, horen spelers dat eerst. „Dat is de juiste lijn.” Eén ding heeft Gudde wel binnen: continuïteit in bondscoachschap. Althans, als Koeman doet wat hij belooft – namelijk „als het aan mij ligt” vier jaar vol maken.

Veranderdrift

Veel is anders onder de nieuwe bondscoach. In het kort: Oranje traint niet meer in Katwijk, slaapt niet meer in Noordwijk – dat alles gebeurt nu in Zeist. Dat heeft net zoveel te maken met de veranderdrift van Koeman als met de toevalligheid dat de faciliteiten op het complex van de KNVB nu net toereikend zijn geworden.

Koeman trok de beslissingen naar zich toe, straalde uit dat hij bepaalt. De vergelijking is oneerlijk – maar drong zich vanwege het contrast niettemin op – met de chaotische persconferentie op dezelfde locatie waarmee Danny Blind aan zijn mislukte WK-kwalificatiecampagne begon, in september 2016. De KNVB zwabberde aan de top, Blind bleef weinig bespaard. De staf brokkelde om hem heen af, onbedoeld onbeholpen.

Niets van die lacherige toestand nu. Oranje moet weer een serieus te nemen instituut worden, maar aan Koeman kleeft niets van de wanprestaties van weleer. Hij geniet de status van de droomkandidaat, die hij al jaren geleden was. Geschraagd door een totaal andere directie, die net als hij breed draagvlak geniet in de voetbalwereld: bij pers, clubs.

Foto Soccrates/ANP
Foto Soccrates/ANP
Foto Soccrates/ANP

Koeman maakte korte metten met journalistiek gehengel naar zijn gesprek met Louis van Gaal dat hij recent had over het ambt. Ze waren eens gezworen vijanden, dus dat was pikant. Koeman: „Nee, nee. Dan gaat het weer over …iemand. We gaan een nieuwe fase in, dat was om mij zo goed mogelijk voor te bereiden op het bondscoach-zijn.” Klaar.

Koeman had Van Gaals WK in Brazilië in 2014 tot „de standaard” uitgeroepen. Op zich opvallend dan dat juist dat toernooi zich kenmerkte door openheid, met pers en familie van spelers welkom op training, in het hotel nu en dan. Misschien dat ook Koeman daar weer toe besluit, mocht Oranje zich ooit weer plaatsen. Prestatie komt voor public relations. Aan het rumoer langs de zijlijn, aan opgeblazen non-issues bij de aankomst van spelers bij het hotel – wie draagt wat? – zal het dit keer niet liggen.