Opinie

    • Maxim Februari

Ik ga nee zeggen. Maak maar een nieuwe wet

Onderzoeksopdrachtgerichte interceptie. U denkt misschien dat zoiets geen leuk onderwerp is, maar tegen alle verwachtingen in is het dat wel. De onderzoeksopdrachtgerichte interceptie is geregeld in de Wet op de inlichtingen- en veiligheidsdiensten 2017, en hoe saai dat op zich ook mag klinken, zodra autoriteiten het erover gaan hebben, beginnen ze te fabuleren en te fabriceren, te fingeren en te fantaseren. Heel spannend allemaal.

De onderzoeksopdrachtgerichte interceptie heet in de volksmond ook wel sleepnetbevoegdheid. Of eerlijk gezegd doet de volksmond er het zwijgen toe. We hebben woensdag een referendum over de nieuwe inlichtingenwet, maar volgens onderzoek van de NOS weet veertig procent van de Nederlanders niet dat inlichtingendiensten op grond van die wet communicatie ongericht mogen aftappen. Zeventig procent van ons weet niet dat de inlichtingendiensten hun vondsten met het buitenland gaan delen zonder er eerst zelf naar te kijken.

Artikel 48 van de nieuwe wet regelt de ‘sleepnetbevoegdheid’. De diensten mogen elke vorm van telecommunicatie of gegevensoverdracht – denk aan telefoongesprekken, e-mails en appverkeer – ‘aftappen, ontvangen, opnemen en afluisteren’. Overigens mocht dat al lang. Maar het is nieuw dat communicatie die vanaf nu wordt onderschept, ontvangen, opgenomen en afgeluisterd niet hoeft te zijn gekoppeld aan een bepaalde persoon of organisatie. Heel Nederland mag in één klap worden bespioneerd.

Ben ik daar voor? Ben ik daar tegen? Dat is niet het meest relevant. Belangrijker is het te zien hoe het kabinet ons deze wet aanprijst. Op een officiële site over het referendum staat het verschil tussen oude en nieuwe wet netjes uitgelegd. Onder de oude wet mogen de diensten ‘kabelgebonden telecommunicatie’ alleen onderscheppen als die gericht is op een bepaalde persoon of organisatie. Onder de nieuwe wet mogen ze communicatie via de kabel ‘ook breder’ onderscheppen.

Ook techredacteur Marc Hijink stemt woensdag tegen de nieuwe Wet op de inlichtingen- en veiligheidsdiensten (Wiv). Lees ook: Het wordt ‘Nee’; die wet kan beter

Toch zegt de minister van Binnenlandse Zaken op 13 maart bij actualiteitenprogramma Nieuwsuur dat je communicatie via ‘kabels onder de grond’ moet kunnen aftappen – ‘en dat mag op dit moment niet’. Maar dat mag dus wel. Vergist zij zich? Nee, want ze heeft deze zelfde onjuiste bewering na Kamervragen van de SP in december al laten aanpassen op de site van de AIVD. Stond er eerst ‘kabels waar wij nu niet bij mogen’, na de kritiek staat er ‘kabels waar wij nu niet zonder meer bij mogen’. Ze weet het dus best.

Vice-premier De Jonge doet het ook. In december, als hij premier Rutte vervangt in het wekelijks gesprek met de minister-president, zegt hij dat de nieuwe wet nodig is omdat de oude wet niet toestaat kabelgebonden informatie te onderscheppen. ‘Die dataverbindingen waar we allemaal gebruik van maken, daar kan op dit moment de inlichtingen- en veiligheidsdienst nog geen gebruik van maken (…) alles wat door die kabels gaat, daar kan de inlichtingendienst niet bij volgens de wet.’ Oòòh, denkt de luisteraar verontwaardigd. Welles.

Buma van regeringspartij CDA? Van hetzelfde laken een pak. ‘De kabel mag niet afgetapt worden.’ Rutte over de diensten: ‘Het probleem is, nu kunnen ze überhaupt niet op de kabel.’ Wat een onverbeterlijkheid. Als de regerende partijen de burgers zo willen overtuigen van hun goede bedoelingen met deze wet, dan lukt dat ze niet best. Deze wet verandert ‘kabels waar wij niet zonder meer bij mogen’ in ‘kabels waar wij wel zonder meer bij mogen’. Wees daar dan eerlijk over. En over het feit dat Nederland al onze onderschepte appjes en telefoongesprekken ongecontroleerd doorstuurt naar andere landen – die daar zo hun eigen ding mee gaan doen.

Lees ook het vragenstuk: Waarom zou je voor of tegen de Inlichtingenwet stemmen? En 18 andere vragen

Ben ik ervoor, ben ik ertegen? Ik denk dat inlichtingendiensten schimmig werk doen, dat je niet makkelijk in een wet kunt beschrijven. Maar maak je toch een wet, waarin eenvoudigweg alles mag, zeg dan niet dat je jezelf in de praktijk uit fatsoen zult beheersen, om dat fatsoenlijke imago meteen te ontkrachten door erop los te gaan fabuleren.

Het basisprobleem is dat overheden in hun strijd tegen terrorisme en misdaad vooral oplossingen verzinnen die het leven onveiliger maken. Om mens en samenleving volmaakt te kunnen doorzien, eisen ze zelf grotere geheimzinnigheid op. Om mens en samenleving meer te verbieden, staan ze zichzelf steeds meer toe. Straks is er geen terrorist meer over en gaat al ons telefoonverkeer via de werkkamers van Poetin, Trump en Erdogan. Kortom, hoewel ik de inlichtingendiensten best een schimmig bestaan gun, gun ik mezelf dat ook, en dus ga ik, alleen al vanwege die rare buitenlandbepaling, morgen ‘nee’ zeggen tegen de wet. Maak maar een nieuwe.

Maxim Februari is jurist en schrijver.
    • Maxim Februari