Column

Hoe democratie in een bubbelcratie verandert

Verkiezingen, dat is bekend, gaan over de inhoud. Dus waarom gaat het daar in de media zo weinig over? Nieuws over de gemeenteraadsverkiezingen behandelt vaker stuntjes dan standpunten: wie de avondjournaals wil halen kan beter aangifte doen tegen een opponent dan een afgewogen plan tegen woningnood introduceren.

Ik wil niet zeggen dat politici hun neus ophalen voor de inhoud. De laatste weken was ik bij debatten in plaatsen als Zwolle, Woerden, Utrecht en Amsterdam, en telkens ging het er uren over de inhoud.

Dus het ligt voor de hand ‘de media’ de schuld te geven van de inhoudsloze berichtgeving. Er deugt sowieso nog weinig van ‘de media’, dus dit kan er wel bij.

Maar probleem is dat er, voor media én burgers, te veel partijen zijn. In bijna alle grote(re) steden worden raadszetels straks verdeeld onder tien fracties of meer. Bestuurscolleges zullen vaak bestaan uit zeker vijf partijen.

Het betekent dat het belang van een opvatting van één raadsfractie over één thema in campagnetijd volkomen onhelder is. Vandaar dat stuntjes het winnen van standpunten.

Anders gezegd: we zijn ons land, en onze gemeenten, electoraal zozeer aan het opknippen dat niemand vóór de verkiezingen enig idee heeft welk standpunt na de verkiezingen betekenis heeft. Raden maar.

Tegelijk gaan we zelf, geholpen door stemwijzers, een relatie met één partij aan, die inhoudelijk en mentaal bij ons past. Het verklaart waarom er steeds meer partijen nodig zijn om elke bubbel te bedienen. Democratie wordt bubbelcratie.

Nu de paradox. De laatste veertig jaar zien we een daling van de opkomst bij gemeenteraadsverkiezingen. 1978: 79 procent. 2014: 54 procent. Zelf let ik woensdag daarom vooral op het opkomstcijfer, want als het wéér daalt zou ik zeggen: kan het ook zijn dat we partijen te makkelijk in gemeenteraden toelaten?

De meeste politicologen en bestuurskundigen vinden zeker van niet. Zij redeneren: ontevredenheid over democratie los je op met méér democratie.

Ik vraag het me soms af. Als ons stelsel zoveel partijen oplevert dat geen kiezer nog inzicht in hun standpunten heeft, en campagnes dus vooral nog over bijzaken gaan, moeten we dan ook niet het ondenkbare aansnijden: minder democratie, bijvoorbeeld hogere kiesdrempels, opdat elke kiezer overtuigd blijft dat zijn stem er echt toedoet?

Loesje schreef ooit: Stel je voor er komt oorlog en niemand gaat er naar toe. Dit is nu de staat van de lokale democratie. Zóveel partijen dat burgers worden overvoerd en denken: ik ga wat anders doen – met je verkiezingen.

(t.meeus@nrc.nl; @tomjanmeeus) schrijft op deze plek een wisselcolumn met Jutta Chorus.