Opinie

    • Marjoleine de Vos

De waarheid van verdriet en wanhoop

Hoe mager is Reinbert de Leeuw, denk ik vluchtig als hij het podium op komt, een beetje gebogen. Koor en solisten, het orkest, iedereen staat en zit klaar, De Leeuw draait zich naar ze toe en heft zijn armen op: die rare, bijna rommelige, ook wat schrille klanken van het openingskoor van de Johannespassion – het is of De Leeuw ze tevoorschijn zwaait.

Hij heeft dit uitgebreid ingestudeerd met de musici van Holland Baroque, hij moet zo vaak hebben gezegd dat hij hier wat meer, daar wat minder, dit wat langer, dat wat ingehoudener, dat het tempo iets hoger, iets lager, iets dansanter of gedragener moest zijn. Nu is het hele orkest een en al concentratie. En daar komt het koor: „Herr! unser Herscher.” Rare tekst, toch, beetje onaangenaam ook, zoals zoveel tekst van de Johannes. Het Nederlands Kamerkoor zingt het overtuigend, wat de tekst alleen maar bevreemdender maakt.

Denk niet dat dit onbelangrijk is, zeg ik tegen mezelf als ik de ontroering om dit alles voel opkomen. ‘Dit alles’ is werkelijk alles: de grote zaal van de Oosterpoort in Groningen, die helemaal volzit met allemaal aandachtig luisterende mensen, het licht dat om en over de uitvoerenden hangt, de zwaaiende armen van de dirigent, de muziek zelf, en het verhaal van een mens die door een meute gestraft wordt voor iets onduidelijks, omdat ze razend zijn, bloed willen zien – Es wäre gut, daß ein Mensch würde umbracht für das Volk.

Weinig is zo griezelig als een woedende meute. Ze willen deze man dood zien. En diezélfde stemmen bewenen zijn lot, zingen over hun heil en zijn koninkrijk. Dat is niet alleen in een uitvoering zo, maar ook in de werkelijkheid. Dezelfde mensen die geroerd zijn door het lot van een jonge sportman, zijn bereid om een asielzoekerscentrum – en dezelfde mensen die naar een Johannespassion zitten te luisteren? Een menigte stijgt boven de individuen uit, in goede en kwade zin.

Het koor zingt de wonderlijkste teksten: „Flieht – Wohin? – zum Kreuzeshügel,/ Eure Wohlfahrt blüht allda.” Uw welzijn bloeit op de kruisheuvel, jawel. Griezelig is het, al dat verheerlijken van het vergoten bloed, allemaal ‘om ons’, allemaal tot een of ander heil. Brr. „Achttiende-eeuws piëtisme” zegt de kunsthistoricus die ik na de voorstelling spreek schouderophalend. Het heeft even geduurd voor spreken weer mogelijk was na deze verpletterende uitvoering.

Er is bijvoorbeeld die sopraanaria die precies uitdrukt hoe het is als een innig geliefd iemand gestorven is en de hele wereld tot stilstand komt: Erzähle der Welt und dem Himmel die Not:/ Dein Jesus ist tot! Alles aan die aria, het bijna haperende zingen, ‘to-o-o-t’, de fluit en de hobo die verzachtend optreden maar ook steeds even stilvallen omdat er iets waarlijk ontzagwekkends is gebeurd, wrijft het in: hij is echt dood. De man van wie je zoveel hield.

Het is het geheim van de muziek dat die kan laten horen wat we voor waar houden – de waarheid van het verdriet, de waarheid van de wanhoop. Dat zijn de momenten waarop muziek alles zegt van wat een mens kan ondergaan.

En als dan in het slotkoraal het koor zo smekend zingt „erhöre mich! erhöre mich!” – wie beweegt dan niet mee? Verhoor mij. Alstublieft. De Leeuw laat het koor eerst ingetogen zingen zonder orkest en zet dan pas hun smeekbede instrumentaal kracht bij.

Denk niet dat dit onbelangrijk is. Nee. Het hoort tot het mooiste wat de mens weet voort te brengen, terwijl het tegelijkertijd het verschrikkelijkste verbeeldt: maak die man af.

Marjoleine de Vos is redacteur van NRC.

Correctie (20-03-2018): In een eerdere versie van dit artikel was sprake van het Amsterdam Baroque Orchestra, dat had Holland Baroque moeten zijn. Dit is aangepast.

    • Marjoleine de Vos