Column

De vrouw mag minister van Vrouw of van Geluk zijn

Nog 356 jaar voor vrouwen in het Midden-Oosten evenveel politieke macht hebben als mannen, leest Carolien Roelants. Hoe komt dat?

Een vrouw loopt op straat in de Iraanse hoofdstad Teheran. Foto Abedin Taherkenareh/EPA

Ik moest ergens spreken over vrouwen in het Midden-Oosten en checkte daarvoor natuurlijk het Global Gender Gap Report van het Wereld Economisch Forum. Erg interessant, ik kan het u aanbevelen als u van klassementen houdt: wie de beste is en wie de slechtste, en klimmers en dalers. In het Midden-Oosten is de kloof tussen de geslachten het breedst, het zal u niet werkelijk verbazen, en dan vooral wat politieke macht betreft. Volgens de inventarisering van de Gender Gap-redactie hebben Midden-Oosterse vrouwen in de politiek in de laatste jaren niet meer dan 9 procent van de kloof met de man goedgemaakt. Denk aan vrouwelijke parlementsleden, ministers en dergelijke. Wat me nog het meest trof, was de mededeling dat het in het huidige tempo 356 jaar zou vergen voor het moment van volledige gelijkheid is bereikt.

Overigens, voor u zou denken dat wij vrouwen die gelijkheid hier wél hebben – wat onderwijs en gezondheid betreft gaat het prima, maar gewogen naar politieke macht komt ook bijna heel Europa niet verder dan ruim onder de 50 procent. En Nederland moet zich schamen: op plaats 32 van het totaalklassement, nog achter België. Ik weet best waar we die plaats aan te danken hebben: die 10 procent vrouwelijke ceo’s en 15 procent vrouwelijke hoogleraren bijvoorbeeld. Toch zesde op de jongste VN-lijst van gelukkigste landen; daar moet ik nog eens over nadenken.

Waardoor komt die slechte score van Midden-Oosterse vrouwen qua politieke macht? Het ligt niet meer aan het onderwijs; tenminste in die zin dat ook in de meeste Midden-Oosterse landen de universiteiten tegenwoordig ruim méér vrouwelijke studenten tellen dan mannen. En vrouwen kiezen niet voor vrouwenprietpret maar voor bètastudies. In Iran is ongeveer 70 procent van de bètastudenten vrouw, schrijft Saadia Zahidi (Pakistan) in haar zojuist gepubliceerde boek Fifty Million Rising, over het groeiende aantal vrouwen in de islamitische wereld dat de arbeidsmarkt op gaat. Zahidi heeft het over een „machtige revolutie”, en is daarmee optimistischer dan het Global Gender Gap Report waaraan ze toch zelf óók meeschrijft.

Maar wie Sexe et Mensonges, La vie sexuelle au Maroc, van de Frans-Marokkaanse schrijfster Leïla Slimani, leest krijgt kristalhelder de barrières geserveerd. Slimani ging na de publicatie van haar eerste roman, over een seks-verslaafde vrouw (naar analogie van Dominique Strauss-Kahn, van het kamermeisje), op tournee door Marokko, en werd daar bestormd door vrouwen die hun verhaal aan haar kwijt wilden. Daarvan is dit non-fictieboek de neerslag. Al die verhalen zijn evenzovele aanklachten tegen de terreur van de schaamte en de eer, en tegen de schijnheiligheid. Niks mag, seks buiten het huwelijk is strafbaar en ga zo maar door, en alles gebeurt. Heeft u de film Much Loved van Nabil Ayouch over de lotgevallen van vier prostituees in Marrakech gezien? De film werd meteen verboden en Ayouch met de dood bedreigd. De buitenwereld mag het niet weten, althans voorzover het de vrouw betreft, want dan is de eer in het geding en het land te klein. En dan komt Slimani waar ik zijn wil: de sociale controle waaraan de vrouw is onderworpen, verhindert haar haar politieke rechten volledig uit te oefenen.

Lees voor Marokko de hele Midden-Oosterse wereld.

Ja, er zijn vrouwelijke ministers. Maar voornamelijk voor de vorm: minister van Mensenrechten, minister van Vrouwenzaken, minister van Geluk. De man is minister van Binnenlandse Zaken, Financiën en Defensie. En houdt de vrouw in toom.

Carolien Roelants is Midden-Oostenexpert en scheidt op deze plaats elke week de feiten van de hypes.