De spoorlijn die de buurten niet scheidt, maar verbindt

Wat doen burgers zelf, met of zonder de politiek?

‘Dat hek daar is een concessie”, zegt Akke Bink. Ze wijst naar de ijzeren afscheiding tussen de rijtjeswoningen en het nieuwe park, dat mede dankzij haar inzet rondom een voormalig treinspoor is aangelegd.

Tussen de rails ligt sinds vorig jaar een wandelpad van bijna een kilometer. Daarnaast loopt een fietspad. Sommige buurtbewoners voelden zich er niet prettig bij dat mensen tegenwoordig achter hun huis langs kunnen lopen en bij hen naar binnen kunnen kijken. Ze waren gewend aan relatieve rust: af en toe een goederentrein, of de ouderwetse pendeltrein die mensen afzette bij het Spoorwegmuseum. Met het hek is tegemoetgekomen aan de bezwaren van omwonenden.

In 2012 werd de Oosterspoorbaan in Utrecht ‘losgeknipt’ van het landelijke spoornetwerk. Het lijntje uit 1874 was niet meer nodig. Akke Bink, die bijna een kwart eeuw in een voormalig koopmanshuis vlak bij het spoor woont, vond dat aanvankelijk jammer. Ze was gehecht geraakt aan het „ding-ding-ding-ding” van de sluitende slagbomen. In die tijd was Bink nog maar pas afgestudeerd als landschapsontwerper. Haar handen gingen jeuken van het braakliggende terrein, ook die van twee oud-studiegenoten en drie buurtbewoners. „We gingen huis aan huis: ‘Wat zou jij ermee willen’, vroegen we.” Erg voortvarend, vond de gemeente. „Die hadden volgens mij soms zoiets van: doe eens rustig.”

De gemeente kocht het terrein in 2015 van ProRail en ging in gesprek met de actieve bewoners. Ze bedachten een overlegstructuur. Als een buurtbewoner een idee heeft, meldt die zich bij de ‘kerngroep’: daarin zitten tien vertegenwoordigers van initiatieven die in de loop van de tijd zijn bedacht. Zo ontstond onder meer ‘Markt om de hoek’: op een terrein naast het spoor mogen buurtbewoners een paar keer per jaar alleen buurtproducten verkopen. Er wordt ook gewerkt aan een traject met sporttoestellen en aan een „natuurlint met inheemse planten” aan de westkant van het wandelpad. Buurtbewoners moeten zelf de financiering regelen. Soms is er een potje geld bij de gemeente. Vaak is er een medewerker van de gemeente bij de gesprekken, die de uitvoerbaarheid van een plan meteen kan inschatten.

De buurten rond de spoorlijn schurken tegen het centrum aan, maar hebben verder niet bijster veel met elkaar gemeen. Je hebt Abstede, waar volgens Bink veel jonge gezinnen wonen, maar ook de studentenflats op de Ina Boudier-Bakkerlaan. Aan de andere kant ligt het volksbuurtje Sterrenwijk. Voor alle initiatieven rond het spoor moet „voldoende draagvlak’’ zijn. De kerngroep moet aantonen dat die steun er is. „Soms kan een plan niet doorgaan omdat één persoon het echt niet wil.”

Naast de natuurspeeltuin – ook een initiatief van bewoners – zouden houten bakken komen met „eetbaar groen”. Een soort verplaatsbare moestuintjes. „Niet iedereen vindt het mooi”, zegt Bink. Een bewoner zei: ‘als je die lelijke dingen neerzet, steek ik ze in brand.”’ De bakken staan daarom een paar honderd meter verderop.

„De spoorlijn was ook een soort barrière tussen de verschillende buurten”, zegt Akke Bink. „Nu gaan we het met elkaar doen. Er is een nieuwe wereld opengegaan.”