Opinie

    • Frits Abrahams

‘Altijd weer dat gekanker’

Behoedzaam, zonder te veel nadruk, vroeg ik mijn vrouw: „Waar is die verkiezingsposter van de PvdA toch gebleven?” Ik had het ding, foeilelijk als altijd, bij de post zien liggen, maar daarna was het geruisloos verdwenen.

„O, die heb ik al weggegooid”, luidde, tamelijk luchtig, het antwoord.

„Weggegooid?”, vroeg ik met goed gespeelde verontwaardiging. „Sinds wanneer gooien wij verkiezingsposters van de PvdA weg?”

„Wij hebben er nog nooit één opgehangen”, zei ze.

„Misschien zou je het in deze voor jullie zware tijden juist wél moeten doen als een soort symbolisch gebaar.”

„Ik ben blij dat je zo begaan bent met het lot van de partij”, zei ze koeltjes, „maar we redden het ook wel zonder jouw adviezen.”

„Dat is nog maar de vraag. Halvering dreigt bij de gemeenteraadsverkiezingen.”

„Dan blijven er nog genoeg zetels over om stevig oppositie te voeren.”

Ik ging koffie zetten en deed er een gehalveerde gevulde koek bij – ieder de helft, ‘eerlijk delen’, heel socialistisch – om het nog wat gezelliger te maken. „Vertel ’s, waarom zou ik op jullie moeten stemmen?”

Ze ging er even goed voor zitten, wat nou ook weer niet helemaal mijn bedoeling was. „Ik zal volstaan met een punt dat jou zal aanspreken: de drukte in Amsterdam door de vakantieverhuur. De PvdA in Amsterdam wil als enige politieke partij Airbnb en alle andere vakantieverhuurplatforms verbieden. Dit om de stad leefbaar te houden. Lijsttrekker Marjolein Moorman heeft er een hoofdpunt van gemaakt.”

„Eindelijk!”, riep ik uit. „Ik heb er al jaren geleden voor gepleit, maar waarom hebben jullie dat niet eerder gedaan, toen jullie nog macht hadden?”

Ze zuchtte gevaarlijk diep. „Dat vind ik nou zó flauw en gemakkelijk… Altijd weer dat gekanker op de PvdA: toen jullie regeerden blablabla … Pechtold, die gladjanus, deed het zondag ook in Buitenhof steeds tegen Asscher. En Asscher blijft dan iets te netjes. Die zou op zulke momenten het norse venijn van Eberhard van der Laan mogen hebben. Laten ze blij zijn dat de PvdA toen mee heeft willen regeren. Het land staat er financieel nu beter voor, maar de PvdA krijgt stank voor dank.”

„Boompje groot, plantertje dood”, riposteerde ik met een ander (te weinig gebruikt) Nederlands gezegde.

„We zijn nog lang niet dood, die ultrarechtse gekte blijft heus niet duren. Kijk naar Amerika waar een malloot de macht kon grijpen, kijk naar Italië, waar twéé malloten het wonnen… Willen wij dat ook in Nederland?”

„We hebben er hier in ieder geval óók twee.”

„Die vreten elkaar op.”

Moesten we het nog over het referendum hebben? Liever niet, maar je kon er moeilijk omheen. „Ik stem tegen die inlichtingenwet”, zei ze, „je moet de overheid niet te veel macht over je privacy geven.”

„Ik stem níét”, zei ik, „uit protest tegen álle referenda. Hoe meer referenda, hoe minder democratie. A fortiori: geef de macht aan Forum voor Democratie, en het zal afgelopen zijn met de democratie.”

„Maar nou weet ik nog altijd niet op welke partij jij gaat stemmen”, zei ze.

„Ik wil er nog twee nachtjes over slapen”, ontweek ik.

    • Frits Abrahams