Recensie

Verfrissend hoe Lebbis altijd zegt waar het op staat

Voorstelling

In zijn nieuwe theatershow De bovengrens levert Lebbis op overtuigende wijze kritiek op de menselijke domheid.

Lebbis in zijn voorstelling De bovengrens Foto Martin Oudshoorn

‘Twee dingen zijn oneindig: het universum en de menselijke domheid. En van het universum weet ik het nog niet zeker.’ Deze uitspraak van Albert Einstein, die Lebbis bij een kerstdiner in zijn Christmas cracker aantrof, zou het motto kunnen zijn van De bovengrens, waarin Lebbis op overtuigende wijze kritiek levert op de menselijke domheid.

De premisse van de voorstelling is dat we schaarste nodig hebben om geen slachtoffer te worden van onze domheid. De mensheid is volgens Lebbis (Hans Sibbel) zo ver doorgeëvolueerd dat we een bovengrens bereikt hebben. Nu al sterven er meer mensen aan obesitas dan aan honger. Het prachtige decor toont een dorre woestijn met verlaten reuzenrad, symbool van een wereld die door de mensheid kapot wordt gemaakt.

Lebbis is een klassieke cabaretier die zijn publiek een spiegel voorhoudt. Hij doet in deze voorstelling vaak denken aan Youp van ’t Hek, die het in de jaren negentig al opnam tegen overvloed en doorgeschoten consumentisme. Maar Lebbis toont overtuigend aan dat dit thema nog altijd actueel is. Met zijn knalgroene kostuum belichaamt hij bovendien het nieuwe ecologische bewustzijn. Lebbis toont ons zijn persoonlijke zoektocht naar een moderne, verantwoorde levensstijl, waarin vlees eten en vliegen echt niet meer door de beugel kan. Zo probeert hij ook in zijn eigen leven een bovengrens aan te houden.

Dat het thema van de overvloed onverminderd actueel is, maakt ook een beetje treurig. Blijkbaar hebben we in al die jaren niets geleerd. Lebbis heeft veel pijnlijk-grappige voorbeelden van de menselijke domheid. Zo zijn er nog altijd mensen die bij een tankstation 18 Tony’s Chocolonely-repen voor de prijs van 17 kopen. En vergapen de bezoekers in Ouwehands Dierenpark zich aan de bijna uitgestorven pandabeer, die ook nog eens vanuit China naar Nederland overgevlogen is.

Lebbis in zijn voorstelling De bovengrens Foto Martin Oudshoorn

Toch heeft De bovengrens geen pessimistische toon. Lebbis wisselt zijn tirades tegen aandeelhouders en verzekeringsagenten af met luchtige verhalen waarin hij zijn zoektocht naar een bewustere omgang met de wereld prachtig invoelbaar maakt en waarin ook de hoop op een betere toekomst doorklinkt. Zo doet hij grappig verslag van een wanhopige poging om een betekenisvolle rustplaats te vinden voor de vogel die tegen zijn ruit vloog - en vindt hij uiteindelijk een zeer onconventionele oplossing.

Af en toe word je een beetje moe van het moralisme van Lebbis, zeker op de momenten dat hij maar wat lijkt te roepen. Zo stelt hij voor om de kinderbijslag af te schaffen, want dat werkt de overbevolking alleen maar in de hand. Een lekker radicale gedachte, maar omdat er geen clou of grappige omkering volgt, blijft het een ondoordachte stelling.

Maar over het algemeen is die activistische houding van Lebbis juist een pre. Dat vuur om de wereld te veranderen zien we niet bij zoveel cabaretiers. Het is bovendien verfrissend dat Lebbis altijd zegt waar het op staat en zijn progressieve overtuigingen niet kapotrelativeert. Want nu we als mensheid de bovengrens bereikt hebben, is daar echt geen tijd meer voor en moeten we ons leven veranderen.