Recensie

Racines ‘Andromache’ is een museumstuk

Tragedie

De zeventiende-eeuwse klassieke taal van de Franse toneelschrijver Jean Racine is een monument. De Toneelschuur waagde zich aan een moderne versie van ‘Andromache’.

‘Andromarche’ van Toneelschuur Producties Foto Sanne Peper

In de openingsscène houdt zwart plastic de acteurs gevangen in een hoge vitrinekast, tot ze eruit breken. Titelheldin Andromache draagt een zwart keurslijf met rijgkoorden over haar kostuum. Op een dramatisch hoogtepunt, als ze beseft dat haar liefdesverlangen vergeefs is, bevrijdt ze zich van dit korset.

Het is duidelijk wat regisseur Olivier Diepenhorst met deze beelden duidelijk maakt: de klassieke tragedie Andromache (1667) van Jean Racine is als een museumstuk dat nodig adem moet halen. Maar werkt het? Niet echt. Het grootste nadeel van zijn regie is dat hij verzuimt het indrukwekkende taalmonument van Racine, nu opgetrokken uit nieuwe, rijmloze verzen van vertaler Herman Altena, spannend te maken. Het is alsof Diepenhorst niet kan kiezen tussen eerbied voor de tekst en de eisen van een voorstelling. Zijn cast is niet gering: Roeland Fernhout, Kirsten Mulder, Ellen Parren, Matthijs IJgosse en Steven Ivo.

‘Andromarche’ van Toneelschuur Producties Foto Sanne Peper

In Andromache kijken we naar de nasleep van de Trojaanse oorlog. Andromache (Kirsten Mulder) verloor haar held Hector. In een vernuftige constructie ontvouwt zich een toneelspel van antieke hartstochten en onverenigbare verlangens: de een houdt van de degene die van een ander houdt enzovoort.

‘Andromarche’ van Toneelschuur Producties Foto Sanne Peper

Pas na lange duur weten de personages zich te bevrijden van de museale zwaarte en komt er energie vrij voor enkele prachtige scènes. Vooral de smoorverliefde, opstandige Orestes van IJgosse die ongegeneerd de liefde van Hermione (Ellen Parren) vraagt, laat zien dat er volop nieuwe spelmogelijkheden zijn met Racine. In 1990 regisseerde Gerardjan Rijnders Andromache, eveneens strak ingesnoerd maar preciezer en vooral trager van dictie. Het probleem met deze Toneelschuur-versie is dat de acteurs haast maken met hun onverdroten monologen, waardoor nauwelijks vrijheid blijft tot toneelspel dat zich losmaakt van taal. Liever speelden ze hartstocht, in plaats er alsmaar over te vertellen. De echt gepassioneerde scènes zijn er tot slot gelukkig wel, maar te weinig.

    • Kester Freriks