Recensie

Festival Cement: schaduwspel van Joey Schrauwen werkt hypnotiserend

Vrijdag 16 maart opende het jonge-makersfestival Cement in Den Bosch met spannende voorstellingen van Joey Schrauwen en Maxim Storms.

Theatermaker Joey Schrauwen in de voorstelling 'Introspector' Foto William van der Voort

Het jonge-makersfestival Cement is al jaren een van de spannendste theaterfestivals van de lage landen. De potentie van het festival werd vroeger enigszins beknot door het feit dat het in 1999 is ontstaan als samenwerking tussen twee productiehuizen, waarvan de eigen output een stempel op het programma drukte. Sinds het aantreden als artistiek directeur van Leonie Clement in 2013 heeft Cement zich ontwikkeld tot een rijk productie- en presentatieplatform voor jong talent, waar je jaar na jaar de ontwikkeling van nieuwe vormen, stijlen en stromingen kan volgen, van studentenwerk tot (inter)nationale doorbraak.

De afgelopen twee jaar zet het festival bovendien in op een randprogramma dat aandacht vraagt voor andere artistieke medewerkers. Naast de terugkerende Dag van de Dramaturgie is er een dag aan scenografie gewijd, waarbinnen de ‘emancipatie van de scenografie’ centraal staat. In hoeverre wordt de ontwerper van het beeld (zowel decor als kostuums) van een voorstelling door regisseurs, producenten en critici al als gelijkwaardige partner binnen het creatieproces gezien? De vraag sluit goed aan bij een generatie jonge makers die meer naar collectieve werkvormen lijkt te neigen, en de alleenheerschappij van de regisseur of choreograaf afwijst.

De eigengereidheid die past bij een festival voor jonge makers wordt dit jaar gewaarborgd in de keuze voor drie eigenzinnige festivalgasten: theatermaker Jetse Batelaan, autonoom scenograaf Jozef Wouters en auteur en illustrator Joke van Leeuwen. Van Leeuwen, die met boeken als Deesje en Een Huis Met Zeven Kamers een generatie kinderen de waarde van non-conformisme bijbracht, is de ideale inspirator voor de vier auteurs in Het Schrijfverblijf. De jonge toneelschrijvers bouwen samen een estafetteverhaal, gebaseerd op de vier prachtige korte teksten die Van Leeuwen op de opening voorlas.

Vrijgevochten

De voorstellingen op de openingsavond sluiten goed aan bij dit gevoel voor vrijgevochtenheid. Performancekunstenaar Joey Schrauwen en acteur/theatermaker Maxim Storms laten zich niets gelegen liggen aan theaterconventies en nemen de toeschouwer mee in een eigen wereld.

Joey Schrauwen viel voor het eerst op met zijn fysieke performance in How did I die van Davy Pieters, en toont in zijn eigen werk een fascinatie voor de relatie tussen het menselijk lichaam en materie. In Stopping the world, vorig jaar op Cement te zien, plaatste hij zichzelf in een gemotoriseerd rad; de continue voortbeweging maakte het tot een ware uitputtingsslag, een commentaar op leven en dood. In zijn nieuwe werk Introspector staat wederom een draaibeweging centraal, maar ditmaal sluit Schrauwen zich op in een houten kooi die hij zelf voortbeweegt. Het schaduwspel van de van binnen verlichte kooi, de schraapgeluiden van hout en metaal en de voortdurende inspanning van Schrauwen werken hypnotiserend.

Absurdistisch

Net als in Stopping the world probeert Schrauwen in Introspector ruimte te scheppen voor stilstand en meditatie temidden van een doorlopende beweging, en wederom levert dat een fascinerende theaterervaring op.

De uit Gent afkomstige Maxim Storms zet zijn fysieke spel op een hele andere manier in. In Brother Blue lijkt hij te putten uit de traditie van stomme films – zijn staccato bewegingen en uitvergrote mimiek toveren een absurdistisch universum te voorschijn. Storms scheert door zijn aan Afro-Amerikaanse dialecten ontleende taalgebruik, uitpuilende ogen, op percussie gebaseerde muzikale intermezzo’s en net-niet-blackface langs racistische clichés, maar hij verwerkt zoveel andere culturele bronnen in zijn solo dat je als kijker al snel loskomt van een maatschappelijke lezing.

Brother Blue werkt het beste als een onvervalst staaltje dadaïsme van een begenadigde fysieke acteur, die in zijn blikken tegelijkertijd agressie en eenzaamheid, komedie en pathos weet te vangen.

    • Marijn Lems