Een overname wordt zelden zo complex als bij NXP

Deze rubriek belicht beursfondsen die deze week in de belangstelling staan. Vandaag: chipfabrikant NXP.

Een chip onder de microscoop bij de Eindhovense fabrikant NXP. Foto Piroschka van de Wouw/ANP

Het overnemen van een miljardenbedrijf is nooit een eenvoudige klus. Maar zo ingewikkeld als de overname van de Nederlandse chipfabrikant NXP wordt het zelden. Wat begon als een onderonsje tussen twee bedrijven, leek vorige week heel even uit te draaien op een liefdesverhaal dat niet had misstaan in de romans van de Tsjechische schrijver Milan Kundera.

Hoe dat ook alweer zat? Bijna anderhalf jaar geleden bereikte NXP, de vroegere chipafdeling van Philips, een akkoord met branchegenoot Qualcomm. Ze spraken af dat de Amerikanen 110 dollar (89 euro) zouden betalen per aandeel. NXP als geheel werd daarmee gewaardeerd op zo’n 43 miljard euro, de grootste overname ooit in de chipindustrie. Maar toen ontving Qualcomm een overnamebod van het Singaporese Broadcom en was het bedrijf plotseling zelf prooi.

NXP groeide in tien jaar tijd uit van zorgenkindje naar het knapste meisje van de klas. Hoe deed topman Rick Clemmer dat?

Broadcom voelde op zijn beurt echter weinig voor NXP. De chipmaker vreesde dat Qualcomm te veel zou betalen voor het Eindhovense bedrijf en bemoeide zich daarom nadrukkelijk met de gesprekken tussen beide fabrikanten. Alsof de situatie nog niet complex genoeg was, diende zich anderhalve week geleden nog een vierde partij aan: volgens bronnen van The Wall Street Journal zou Intel een bod op Broadcom overwegen.

Beperkte interesse

Het was uiteindelijk de Amerikaanse president Trump die de zaken danig versimpelde: omwille van de staatsveiligheid mag Qualcomm niet door buitenlandse partijen worden overgenomen, kondigde hij vorige week maandag aan. De Amerikaanse chipmaker hoeft daardoor dus geen rekening meer te houden met de wensen van Broadcom. Is de weg om NXP over te nemen daarmee nu vrij?

Volgens Wim Zwanenburg, beursanalist van vermogensbeheerder Stroeve Lemberger, is dat maar zeer de vraag. Onder aandeelhouders van NXP is namelijk niet al te veel interesse in het bod, zegt hij: slechts een klein deel heeft zijn stukken aangemeld. Dat de Amerikanen vorige maand hun prijs verhoogden tot 127,50 dollar heeft daar volgens Zwanenburg nog weinig aan veranderd.

De activistische belegger Elliott, die een kleine 7 procent van de aandelen in NXP bezit, liet eerder al weten minimaal 135 dollar per aandeel te willen. Zwanenburg vindt een dergelijke prijs „helemaal terecht”. Hij wijst erop dat de markt voor microchips sinds het eerste bod van Qualcomm heel sterk is gegroeid.

Haagse inmenging

Daar komt bij dat de Chinese toezichthouder nog moet instemmen met de overname van NXP. In principe zou dat niet tot al te veel problemen moeten leiden aangezien beide bedrijven aan andere sectoren leveren, zegt Zwanenburg. „NXP zit groot in de auto-industrie, Qualcomm in de mobiele communicatie. Het zijn complementaire bedrijven.”

Toch valt volgens de beursanalist niet uit te sluiten dat Chinese autoriteiten, in navolging van Trump in de VS, „politieke argumenten” gebruiken om de overname te blokkeren. Ze zouden bijvoorbeeld kunnen opvoeren dat één grote Amerikaanse chipfabrikant een té sterke concurrent oplevert voor Chinese producenten, oppert Zwanenburg.

Waarom Trump die overname blokkeerde? Vanwege China, denkt columnist Menno Tamminga. Want een handelsoorlog is één, maar de échte strijd gaat om chips.

Ook in Den Haag zou de overname nog kunnen stranden, zegt beleggingsdeskundige Nico Inberg van internetplatform IEX. Hij doelt daarmee op het recente verzoek van Kamerlid Tom van der Lee (GroenLinks) om NXP als „vitaal bedrijf” aan te merken. Dat moet voorkomen dat het „in buitenlandse handen valt”.

Het is echter te hopen dat de regering zover niet zal gaan, stelt Inberg. „Van PostNL kun je nog zeggen dat het van belang is omdat het hier de post bezorgt, maar NXP is ontzettend internationaal. Het is misschien ontstaan in Eindhoven, maar verkoopt zijn spullen in het buitenland. Dus met de veiligheid hier heeft dit niets te maken. Het is hoogstens een stuk kennis dat uit Nederland verdwijnt.”