Ook tegen Sparta lijkt niets voorgekookt bij Justin Kluivert

Justin Kluivert, voor het eerst opgeroepen voor Oranje, won zondag met Ajax met 5-2 van Sparta. „Ik wil een killer worden, zodat ik unstoppable word.”

Justin Kluivert (45) in duel met Sparta-verdediger Thomas Verhaar. Foto ANP Pro Shots

In zijn loopje zit een klein hupje verscholen. Bijna niet waarneembaar, maar wie erop let ziet hoe zijn linkerbeen een centimeter of vijf opveert wanneer hij in de gelegenheid is om te wandelen. Swag, zo zouden jongeren zijn tred omschrijven. Beetje breed lopen, borst vooruit, maar wel lichtvoetig. Aan te leren is het niet: swag heb je of je hebt het niet.

Justin Kluivert heeft het. Misschien wel iets te veel, als we zijn critici mogen geloven, maar de Ajax-aanvaller is de laatste die zich daar wat van aantrekt. Al vaker heeft hij gezegd dat die bravoure heel normaal is voor iemand die in de Amsterdamse Jordaan opgroeit. Daar krijg je vanzelf die branie mee. Je bijt er van je af. Of je wordt opgevreten door de ouderen.

Nu, anderhalve maand voor zijn negentiende verjaardag, op een koude zondagmiddag in stadion Het Kasteel in Rotterdam, drukt hij zich in grote woorden uit als hij wordt gevraagd naar zijn doel voor de komende jaren. „Ik wil nog meer een killer worden. Zodat ik unstoppable word.”

Unstoppable. Je hoort het weinig spelers zeggen, maar het is een typerend woordje voor de jonge Kluivert. Hij meent het. „Net als bij Cristiano Ronaldo. Dat elke kans een goal is.”

Eén ding is zeker: Ronald Koeman heeft een speler geselecteerd die aan bravoure en zelfvertrouwen geen gebrek heeft. Vrijdag maakte de bondscoach bekend dat Kluivert een van de debutanten is in de selectie van het Nederlands elftal voor de oefenwedstrijden tegen Engeland en Portugal.

Een van de beste spitsen

Het was een nieuw hoogtepunt in de carrière van de zoon van een van de beste spitsen die Nederland heeft gekend. Begin vorig jaar debuteerde hij op zijn zeventiende bij Ajax, nu zit hij als achttienjarige voor het eerst bij Oranje, nadat hij nog maar twee duels in Jong Oranje heeft gespeeld. „Als het aan mij ligt blijft het daar ook bij”, zegt Kluivert grijnzend.

Geselecteerd of niet, zondag voor de aftrap tegen Sparta vervult hij nog dezelfde taak als bij elk duel van Ajax. Na de spelersopkomst en het handen schudden, verzamelt hij de vesten van de andere spelers en brengt die vervolgens richting de dug-out. Doorgaans een taak voor de jongste, ware het niet dat die speler, Matthijs de Ligt, langer bij de selectie zit. Dat weegt zwaarder dan leeftijd. Kluivert: „Ik vind het geen probleem, ik doe het voor mijn team.”

Wie Kluivert zondag volgt tijdens de uitwedstrijd tegen Sparta, ontwaart in hem een van de meest energieke spelers op het veld, op het springerige af. Zeker de eerste helft illustreert de impulsiviteit die er in zijn spel schuilt. Aanvallend laat hij zich leiden door zijn eigen ingevingen. Snelle bewegingen aan de bal, vliegensvlugge sprints zonder bal. Niets lijkt voorgekookt.

In verdedigend opzicht is hij net zo impulsief. Zie hem in minuut 22. Een tackle op Thomas Verhaar, door scheidsrechter Dennis Higler beoordeeld als overtreding. Kluivert is het er niet mee eens en steekt enkele seconden zijn duimpje op richting Higler. Niet zoals een like op Facebook, maar ironisch.

Met dit soort acties bouwde Kluivert een reputatie van bijdehand buitenspelertje op. Vorig jaar raakte hij verwikkeld in een handgemeen met voormalig PSV-aanvaller Jürgen Locadia, naar wie hij een natrappende beweging had gemaakt. Die noemde hem naderhand een snotaap. Kluivert had vooral spijt van zijn actie en maande zichzelf om de volgende keer normaal te doen. Hij herkende zichzelf niet meer.

Opgestoken vuistje

Zondag, minuut 59. Daar staat hij, precies op de goede plek bij de tweede paal, om de 1-3 te maken. Kluivert rent naar de honderden uitsupporters, kust het logo op zijn borst, maakt met twee armgebaren duidelijk dat het over en uit is en voltooit zijn jubel met een handkus. Op de terugweg naar eigen helft volgt nog een opgestoken vuistje.

Kluivert: „Mijn liefde voor Ajax is onbeschrijfelijk. Amsterdam is de stad waar ik vandaan kom, Ajax de club waar ik al vanaf mijn zevende speel.”

Geboren in 1999, het jaar dat Big Brother van start ging, Britney Spears doorbrak en Poetin president van Rusland werd, is Kluivert nog net een kind van de vorige eeuw. Maar als hij iets symboliseert, is het misschien wel de toekomst van het Nederlandse voetbal. Andere talenten van Ajax worden doorgaans met grootheden van weleer vergeleken,maar bij de jonge Justin was dat niet nodig: met de achternaam Kluivert snelde de roem hem vooruit.

‘Trots op mezelf’

Vervelend? Integendeel. De buitenspeler zei al meerdere keren dat hij de naam Kluivert nog groter wil maken. „Het streven is om beter te worden dan mijn vader”, zei hij deze maand in het internationale voetbalmagazine Four Four Two. De woorden zijn er van begin af aan geweest, nu komt het aan op daden.

„Mijn debuut is maar een jaar geleden. Als je ziet wat er allemaal is gebeurd, dan kan ik trots op mezelf zijn”, zegt hij zondag na de 5-2 overwinning van Ajax. Hij speelde Amin Younes uit de basis. „Het kan veel moois beloven denk ik.”

Wanneer hij komende week minuten maakt in Oranje, treedt hij in de voetsporen van onder anderen Jordi Cruijff, Youri Mulder, René van der Gijp, Daley Blind en bondscoach Ronald Koeman zelf, die net als hun vader het Nederlands elftal haalden. „Maar ik verwacht niks. Ik ga nooit ergens vanuit. Ik ga laten zien dat ik het aan kan. Dan ligt de keuze bij de bondscoach. Ik wil vooral de jongens leren kennen, goed in het team vallen.”

Zenuwachtig is hij niet. Hooguit heeft hij wat spanning bij het idee dat hij de kleedkamer zal delen met jongens die hij nog niet kent. Gezonde spanning. Maar zenuwachtig ben ik eigenlijk nooit. Soms voor een mooie wedstrijd, maar het zijn nooit kriebels waardoor mijn benen het niet meer doen.”