‘Ik heb niets te verbergen’

Referendum Het referendum over de inlichtingenwet toont een kloof tussen jong en oud: privacy versus veiligheid. „Wij jongeren zijn ons veel meer bewust van de gevaren.”

„Ik ben gewoon vóór.” De oudere man – bril, boodschappentassen, leunend tegen een elektriciteitskastje – klinkt resoluut.

„Vindt u het ook goed dat ze straks onschuldige mensen in de gaten gaan houden?”, vraagt Matthijs Pontier van de Piratenpartij. Hij heeft een stapel folders in zijn hand met ‘tégen de sleepwet’ erop.

„Vind ik niets mis mee,” antwoordt de man met de tassen.

Nieuwe poging van Pontier. „Artsen kunnen hun beroepsgeheim straks niet garanderen. Wat vindt u daarvan?”

„Ik vertrouw erop”, zegt de man, „dat de overheid netjes met mijn gegevens omgaat.”

Een ochtendje flyeren op de markt in Amsterdam Slotervaart bevestigt wat de peilingen tonen: het nee-kamp bij het referendum over de Wet op de inlichtingen- en veiligheidsdiensten (Wiv) heeft het moeilijk. Veel mensen vinden het geen enkel probleem dat de geheime diensten straks meer bevoegdheden krijgen om te tappen en te hacken.

„Ik heb niets te verbergen,” is een zin die in vrijwel ieder gesprek langskomt.

Er valt nóg iets op aan de campagne – iets wat wel eens van beslissende invloed zou kunnen zijn op de uitslag. Het referendum is een botsing van wereldbeelden van verschillende generaties. Kort gezegd: jongeren geven om privacy en zijn overwegend tégen de inlichtingenwet, ouderen geven meer om veiligheid en stemmen vóór.

Je ziet het in een onderzoek van I&O Research, dat deze week verscheen. Slechts 34 procent van mensen tussen de 18 en 34 jaar is van plan vóór de wet te gaan stemmen. Bij alle andere leeftijdsgroepen ligt dit percentage beduidend hoger. Van de 65-plussers is zelfs 63 procent vóór.

Het lijkt erop dat jongeren, doordat digitaal mediagebruik zo vanzelfsprekend voor ze is, zich ook veel drukker maken om privacy dan ouderen. „Onze generatie is opgegroeid in het digitale tijdperk en is zich juist veel meer bewust van de gevaren van digitalisering”, zegt Kevin Brongers van de Jonge Democraten, die tegen de wet zijn.

Je ziet de kloof tussen jong en oud ook in de campagne. De tegenstanders gaan uitsluitend de straat op in de grote steden, waar veel studenten en jongeren wonen. Het referendum werd in het najaar afgedwongen door een groep studenten uit Amsterdam, die zich nu actief in de campagne mengen.

Sleepwetfestival

Deze zaterdag vindt in Nijmegen tot diep in de nacht een heus sleepwetfestival plaats onder de naam ‘Niks te verbergen’. Je kunt er onder meer de instellingen van je telefoon laten opschonen in de ‘privacy-wasstraat’.

De politieke jongerenorganisaties die campagne voeren, zijn allemaal tegen. Ook wanneer de moederpartij vóór is, zoals bij D66, D66, VVD en ChristenUnie. De jongerenorganisatie van de SP, Rood, is het meest actief, met flyeracties en vier debatavonden.

Op een avond in theater De Vaillant in de Schilderswijk in Den Haag zijn zo’n veertig mensen afgekomen, vooral jongeren – en lang niet allemaal SP’er. Zoals student Paul van der Bas (25) uit Den Haag, die lid is van Forum voor Democratie (óók tegen, maar voert geen campagne voor het referendum). Hij gaat zeker tegen de wet stemmen. „Wat mij betreft moeten de diensten veel gerichter zoeken in plaats van slepen.”

Het is geen toeval dat de tegenstanders bijna allemaal een opkomstcampagne voeren. Ze weten dat jongeren minder vaak naar de stembus gaan dan ouderen – zeker bij gemeenteraadsverkiezingen, die op dezelfde dag zijn als het referendum. Vier jaar geleden was de opkomst onder jonge kiezers 43 procent, twaalf procent onder het gemiddelde.

Weinig ouderen

Evenmin is het toeval dat je nauwelijks ouderen ziet in de campagne. Het ja-kamp vertrouwt op de peilingen, die al maandenlang wijzen op een duidelijke overwinning. Nadrukkelijk campagnevoeren lokt waarschijnlijk alleen maar tegenstanders naar de stembus.

Het is niet zo dat ouderen zich helemáál niet in de campagne mengen. De Arnhemse Ouderen Partij organiseerde woensdag een debat, waarbij 36 mensen aanwezig waren. De partij heeft voor een ouderenpartij een ogenschijnlijk bijzondere positie: ze is tegen de wet.

Volgens partijleider Ton van Beers „beseffen mensen niet dat hun gegevens op straat komen te liggen”.

Het ja-kamp heeft één geheim wapen: Rob Bertholee (62). De directeur van de AIVD is voortdurend op tv en trekt langs zaaltjes in het land om tekst en uitleg te geven over de inlichtingenwet.

Lees ook: Waarom zou je voor of tegen de Inlichtingenwet stemmen? En 17 andere vragen

Op een maandagmiddag op de Erasmus Universiteit in Rotterdam spreekt Bertholee een zaal met zo’n 180 studenten toe. Vooraf wordt een kleine peiling gehouden: slechts 26 procent is voor de wet, 30 procent is tegen, 44 procent weet het nog niet.

De AIVD-baas zegt dat er veel misverstanden bestaan over de nieuwe bevoegdheden van de diensten. „Ik snap niet waar het spookbeeld vandaan komt dat wij hele wijken willen aftappen voor informatie van onschuldige burgers. Dat willen en kunnen we niet.”

Bertholee legt uit dat massaal aftappen van dataverkeer technisch heel moeilijk is en dat er alleen in uiterste noodzaak een ‘sleepnet’ wordt ingezet. „We vragen ons bij een terreurverdachte altijd eerst af: kunnen we niet gewoon met z’n zus gaan praten?”

En zie, Bertholee’s optreden heeft effect. Na afloop is het beeld onder de studenten flink gekanteld: 71 procent voor, 29 procent tegen. Student geneeskunde Sietske van Till (18) was eerst van plan tegen te stemmen, „als een trap na vanwege het afschaffen van het referendum”. Na het praatje van Bertholee neigt ze naar een ‘voor’-stem. „Ik snap nu beter dat de huidige wet verouderd is en dat er een nieuwe nodig is.”