Bij heftig beeld en ‘iconische foto’s’ is behalve emotie ook argwaan gepast

Het schokkende beeld bleek nóg net iets schokkender, om een andere reden. NRC publiceerde vorige week de foto van twee dode Syrische kinderen in zakken van de UNHCR. Een uiterst wrang beeld, dat het oorlogsleed leek te symboliseren maar ook het onvermogen van hulporganisaties.

Het tafereel bleek in scène gezet, maar dat stond er niet bij. De kinderlijken waren voor de foto in de zakken gestopt, de opschriften goed zichtbaar, met een activistisch doel: de VN aanklagen. Mediaredacteur Wilfred Takken legde het donderdag uit in een mooi gedetailleerd stuk. Het Franse persbureau AFP, waar NRC de foto kocht, had in het bijschrift de activistische opzet niet vermeld.

Hoe kwam Takken er dan achter? Interessant genoeg was hij op suggestie van de eigen fotoredactie al bezig met een onderzoek, naar aanleiding van eerdere argwaan over beelden uit Syrië. Eind februari had een lezer twijfels geuit over een andere foto, bij een stuk over chemische wapens van Assad. Uit een eerder artikel in NRC had de lezer begrepen dat de fotograaf in kwestie maanden bij een salafistische rebellengroep had gebivakkeerd. Was hij dan nog wel betrouwbaar?

Takken ging aan de slag, maar intussen circuleerde vorige week alweer ander ‘heftig’ beeld, dat van de dode kinderen. Het idee om er een ‘statement’ mee te maken op de voorpagina, werd afgekeurd, maar donderdag haalde het beeld de krant alsnog. Mét een begeleidend kader (‘Realiteit’) van de hoofdredactie om de keus voor het gruwelijke tafereel te rechtvaardigen. De foto werd afgedrukt omdat het „een realiteit is die we willen tonen”.

Intussen legde Takken contact met persbureaus en met de chefs van de fotografen. Hij concludeerde: dit was in scène gezet. De Amerikaanse zender CNN was drie dagen eerder al tot diezelfde conclusie gekomen. Ook persbureau EPA, dat een fotograaf ter plekke had, meldde dat. AFP verontschuldigde zich achteraf dat de context van de foto niet goed genoeg was weergegeven.

Lessen?

Het siert de krant dat de zaak niet is rechtgezet in een hoekje, maar uitgebreid wordt belicht in het stuk van Takken. Zijn artikel geeft een helder inzicht in de werkomstandigheden van fotografen en persbureaus en de propagandistische gevaren die zij lopen. Niet voor het eerst: in 2016 moest CNN al eens erkennen dat een video waarin een man onder het puin in Aleppo werd bevrijd, in scène was gezet.

Logisch, rond Syrië woedt een propagandaoorlog. Manipuleren met ‘symbolische’ foto’s hoort daarbij. Dat is van alle tijden: ook beroemde foto’s uit de Tweede Wereldoorlog – de vlag op Iwo Jima, de Russen (met en zonder geroofd polshorloge) op de Rijksdag – werden min of meer geregisseerd of in scène gezet. De kracht van het beeld is sindsdien alleen maar toegenomen en gruwelbeelden, vaak met kinderen, zijn gretig gebruikte wapens in de strijd om de publieke opinie.

Het voorval maakt dus eens te meer duidelijk hoezeer de redactie erop bedacht moet zijn dat juist zulke ‘iconische’ foto’s vaak niet zijn wat ze lijken te zijn.

Paradoxaal genoeg geldt dat temeer omdat kranten, althans naar mijn indruk, steeds voorzichtiger, zelfs preutser, zijn geworden met ‘heftige’ beelden. Lezers nemen er immers snel aanstoot aan.

Maar naarmate zulke beelden minder courant worden, ligt het risico op de loer dat áls er voor gekozen wordt, het al snel zal gaan om ‘iconische’ foto’s – helaas, dat zijn nu juist vaak genoeg de sterkste wapens in de propaganda.

Frappant vond ik ook de beschroomde, bijna verontschuldigende uitleg van NRC bij de foto. In dat kader stond nog eens dat de krant „terughoudend’’ is met „harde foto’s” en dat „we beseffen: dit is een heftig beeld”.

Nu is uitleg over keuzes die de krant maakt op zichzelf goed, het wordt door lezers ook op prijs gesteld. Maar de onbeantwoorde vraag was waarom de krant juist met déze foto de „realiteit” wilde laten zien. Dat hing samen met de emotionele zeggingskracht van de foto, de morbide esthetiek en de symboolwaarde ervan. Maar ja, juist daarin school, naar nu is gebleken, het bedrieglijke ervan. Kortom, met ‘iconische’ beelden blijft het oppassen. Niet om lezers te ontzien, maar om uit de propagandaoorlog te blijven.

Overigens, die toegenomen aandacht voor uitleg aan de lezer staat niet op zichzelf. NRC Media is de laatste jaren druk doende de relatie met lezers te verstevigen, zeg maar verduurzamen, ook op zakelijk terrein (zoals met het gedurfde afschaffen van vluchtige proefabonnementen).

Journalistiek gesproken zijn zulke kaders daar ook een uiting van: de lezer wordt vaker betrokken bij de krant. Zie ook de lezerspeilingen, waarin u overigens met ‘je’ wordt aangesproken (wat niet alle lezers op prijs stellen). Geen wonder, want elke abonnee is kostbaar – om niet te zeggen, met Monty Python, heilig.

Toch blijft het wikken en wegen in hoeverre een krant zich bij stukken of foto’s al meteen moet verantwoorden. Bij onderzoeksstukken kan dat zeker goed zijn, bij foto’s blijft het de vraag. Een krant moet een huisvriend zijn, maar wel een die soms gromt en bijtbewegingen maakt.

In elk geval heeft de huisvriend zich voor zijn fotokeus, met dat stuk van Takken, goed herpakt.

Reacties: ombudsman@nrc.nl