Wordt de agent streng of sociaal?

Na de verkiezingen: veiligheid Heeft het voor Rotterdam zin om te investeren in buurthuizen, om zo de criminaliteit terug te dringen? Of is dat „knuffelen” van criminelen?

Robin Utrecht / ANP

Als er één onderwerp is waarover de politieke partijen in de Rotterdamse gemeenteraad het eens zijn, is het wel dat er meer agenten bij moeten. Alleen, het probleem is dat ze daar nauwelijks invloed op hebben omdat het rijk daar over gaat. De afgelopen jaren liet burgemeester Aboutaleb, die verantwoordelijk is voor het veiligheidsbeleid, weten dat hij vindt dat de stad 500 agenten tekortkomt.

Het enige dat hij kan doen is lobbyen bij de regering voor veel meer geld voor de landelijke politie zodat het Rotterdamse korps kan uitbreiden. Datzelfde lot valt de Rotterdamse raadsleden ten deel. Die lobbyen bij hun partijgenoten in Den Haag, zo blijkt uit het verkiezingsprogramma van onder andere de VVD.

De vraag is alleen hoe die agenten dan ingezet zouden moeten worden. Volgens de VVD moeten wijkagenten 90 procent van de gewerkte tijd doorbrengen in hun wijk zodat ze Rotterdammers die ze betrappen op een overtreding of misdrijf lik op stuk kunnen geven.

Andere partijen zien een meer sociale rol weggelegd voor de wijkagent, zoals de SP en de PvdA. Die moet volgens deze partij meer middelen krijgen, zoals een kleine post in de wijk en samenwerken met maatschappelijke instanties. De SP wil ook een terugkeer van de buurthuizen en welzijnswerkers die volgens lijsttrekker Leo de Kleijn door het huidige stadsbestuur voor zo’n 12 miljoen euro per jaar zijn wegbezuinigd. Jongeren die dreigen af te glijden, moeten bij hen terechtkunnen voor individuele begeleiding. Daardoor kunnen ze op school blijven in plaats van de straat op gaan, waar ze in aanraking kunnen komen met criminele bendes.

Volgens raadslid Tanya Hoogwerf, nummer 2 op de lijst van Leefbaar Rotterdam, heeft het geen zin om afglijdende jongeren „te knuffelen” in buurthuizen. Wat haar betreft controleert de politie vaker hoe Rotterdammers aan een dure auto of jas komen door middel van de ‘patseraanpak’. „Ik geloof niet dat jongeren drugs dealen uit armoede. Ze zien een crimineel in een dikke BMW, en denken: hé, dat wil ik ook wel. Het is ze in 9 van de 10 gevallen om geld te doen. Om er bijvoorbeeld een paar dure Nikes van te kopen.”

Ze zien een crimineel in een dikke BMW, en denken: hé, dat wil ik ook wel

Wat haar betreft intensiveert de politie het onderzoek naar criminele bendes waarvan de leden handelen in drugs, wapens en prostituees, zodat deze ontmanteld kunnen worden. Op dat punt vindt Hoogwerf de SP en de andere politieke partijen in de gemeenteraad wél aan haar zijde. Het is van groot belang dat deze zware criminaliteit bestreden wordt door het controleren van bedrijven zoals geldwisselkantoren, waar drugsgeld mogelijk wordt witgewassen, meent onder andere CDA-raadslid Christine Eskes.

Wat haar betreft hoeven de buurthuizen echter ook niet terug te komen, omdat er in plaats daarvan Huizen van de Wijk gekomen zijn. „Die zijn hun netwerken in de wijken nog aan het opbouwen. Geef ze tijd om de weg te vinden naar de scholen, de huisarts en andere maatschappelijke instanties die ontsporende jongeren kunnen helpen.”

Gezelligheid

Kritiek van onder andere lijsttrekker Judith Bokhove van GroenLinks daarop is dat de Huizen van de Wijk volgens haar meer een doorverwijsfunctie hebben en niet de gezelligheid en vertrouwdheid van de vroegere buurthuizen bieden. „Daar konden jongeren hun verhaal kwijt.”

Een partij die meer politie op straat níét als oplossing voor criminaliteit ziet, is de nieuwe politieke partij Stadsinitiatief Rotterdam. „Investeer in preventie”, zegt de nummer 3 op de lijst, Nynke Schaaf. „Het rendement daarvan is veel hoger dan van handhaving. Als de politie erbij moet komen, ben je te laat. De schade van de overtreding is er dan al. Je kunt wijken ook met fysieke ingrepen veiliger maken.” Als voorbeeld noemt ze het Kruisplein. „Vroeger zat daar een nachtwinkel waar voor de deur in drugs gehandeld werd. Om daar iets aan te doen is er een totaal ander soort zaak in gezet: een ontbijtbar. De drugshandel verdween omdat de dealers zich daar niet thuis voelden.”