‘Wij laten zien dat topsport met diabetes mogelijk is’

Milaan-Sanremo Wielrenner Brian Kamstra lijdt aan diabetes, net als zijn ploeggenoten bij Team Novo Nordisk. Toch starten ze in ‘La Primavera’, de eerste voorjaarsklassieker van 291 kilometer.

Wielrenner Brian Kamstra: „Ik hoorde laatst dat Froome ook met ons systeem traint. Bizar hè?” Foto Team Novo Nordisk

Brian Kamstra (24) houdt zijn smartwatch voor de camera van zijn telefoon. Via Facetime is een grafiek te zien, die laag begint maar nu over een hoogtepunt heen is en langzaam richting een rood vlak kruipt. Komt hij daar te diep in, dan is het foute boel; zijn hoofd begint te bonken, zijn lichaam te trillen en hij wordt duizelig. Alsof hij dronken is. Hij moet snel wat eten om de witte lijn weer op te laten lopen.

Kamstra doet er nogal laconiek over. Sportreepje d’r in en hij kan gewoon gaan trainen. Hij moet alleen niet te veel cakejes en „andere rommel” eten, want dan blijft hij „insuline spuiten”.

Deze zaterdag staat Kamstra voor de tweede keer in zijn carrière aan de start van Milaan-Sanremo, met 291 kilometer de langste wielerklassieker van de kalender. Als het een beetje tegenzit zal hij 7,5 uur op een zadel doorbrengen, de eerste helft zal koud en nat zijn, daarna komen de mannen bovendrijven die efficiënt met hun energie zijn omgegaan. Laat dat juist Kamstra’s grootste uitdaging zijn.

Net als al zijn collega’s bij Team Novo Nordisk lijdt hij aan diabetes type 1, jeugdsuiker in de volksmond. Zijn alvleesklier is om de een of andere reden opgehouden met de productie van insuline en daarom moet hij dat hormoon voortaan handmatig via injecties toedienen om te zorgen dat zijn lichaam glucose op kan nemen en om kan zetten in energie. Elke vijf minuten meet een piepkleine chip – „een continue glucosemonitor” – vlak onder de huid van zijn bil hoe zijn glucosespiegel ervoor staat.

In ruste krijgt Kamstra die informatie via bluetooth op zijn mobieltje binnen en kan hij op zijn gemak bijsturen. Maar tijdens een training of in een wedstrijd gaat het er wat hectischer aan toe. Dan draagt hij in zijn voedingszakje achterop zijn wielershirt een kastje met een trilfunctie. Bij een snelle vibratie weet hij dat zijn suikerspiegel te laag is en hij moet eten, bij langzame maar sterkere trillingen heeft hij binnen afzienbare tijd insuline nodig – zijn spiegel is te hoog. „Ik hoorde laatst dat Froome [viervoudig winnaar Tour de France, red.] ook met ons systeem traint. Bizar hè? Het is niet verboden, voor 5.000 euro per jaar is het voor iedereen te koop. Hij weet nu precies wanneer hij bij moet eten om hongerklop te voorkomen.”

Pen met insuline

Tijdens wedstrijden heeft Kamstra altijd een ‘pen’ insuline bij zich. Als het moet kan hij zich zelfs in de volle finale van een wedstrijd injecteren, hoewel dat in de praktijk niet zo vaak voorkomt: hij stapelt de hele dag koolhydraten en verbrandt die ook in hoog tempo. De kans dat hij tijdens een race een te hoog gehalte bloedsuiker heeft, is niet zo groot.

Maar het is wel eens gebeurd, tijdens zijn eerste wedstrijd in april 2015. Collega wielrenners vonden dat aanvankelijk raar en hielden afstand – naalden in het peloton zijn sinds 2011 door de internationale bond UCI verboden tenzij artsen een medische dispensatie hebben verleend. Dat is uiteraard het geval bij Kamstra en zijn team, dat inmiddels ingeburgerd is in het peloton. „Maar na dat met Froome [bij wie in de Vuelta een twee keer te hoog gehalte van een astmamedicijn werd aangetroffen, red.] is een nieuwe dispensatie krijgen nog een heel gedoe geweest”, zegt hij. „Ik snap dat wel, in het verleden hebben renners insuline gebruikt. Het is een anabool steroïde, volgens mij. Maar wij lopen altijd 1 procent achter omdat we de schommelingen in ons bloedsuiker zelf moeten bijsturen. Bij gezonde mensen doet een alvleesklier dat perfect.”

Zes jaar geleden werd de auto-immuunziekte bij Kamstra vastgesteld. Hij was toen viervoudig Nederlands juniorenkampioen veldlopen en probeerde door te stomen naar de wereldtop. Hij gaf zichzelf tot zijn 21ste om de 1.500 meter onder de 3.40 minuten te lopen. Dan zou hij uitzicht houden op een grote carrière.

Na het EK cross van 2011 in het Slowaakse Velenje, waar hij als 72ste eindigde, begon Kamstra zijn trainingen op te voeren. Naast zijn studie multimedia in Deventer trainde hij twee keer per dag. Maar de prestaties bleven uit. Hij raakte steeds verder vermoeid, kwam soms met koorts van de training terug. Hij woog op een goed moment nog maar 57 kilo, bij een lengte van 1.87 meter. Bovendien had hij een onstilbare dorst. Artsen kwamen met de verklaring: suikerziekte. Topatletiek werd lastig. Tijdens een 1.500 meter kun je bij het ingaan van de laatste ronde moeilijk de tijd nemen om een injectie met insuline te zetten. Dat is bij wielrennen makkelijker, vertelt Kamstra.

Als het moet kan Kamstra zich zelfs in de volle finale van een wedstrijd injecteren

In 2015 kwam hij met de wielersport in aanraking via Martijn Verschoor, die al een paar jaar onder contract stond bij Novo Nordisk en toevallig vijf minuten verderop in Assen woonde. Op zijn uitnodiging mocht Kamstra mee met de ploeg op trainingsstage. Uit fysieke tests bleek dat de veldloper van nature een nog veel betere wielrenner was. Binnen de kortste keren had hij een profcontract te pakken.

Vorig jaar maakte Kamstra zijn debuut op het hoogste niveau, ook in Milaan-Sanremo. Een dag voor de wedstrijd werd hij opgeroepen om een zieke collega te vervangen. Na 270 kilometer wedstrijd was hij leeg. Hij eindigde als 195ste en laatste. „Ik kwam laag in mijn waarden te zitten. Gezonde renners moeten erg hun best doen om een hongerklop te krijgen, maar bij mij kan dat in vijf minuten gebeuren. Dan heb ik een hypo, moet ik suikers eten en blijven doortrappen.”

Er wordt zaterdag regen verwacht in de buurt van Milaan, bij een graad of veertien. Voor Kamstra een extra uitdaging. „Als het koud is, neemt je gevoeligheid voor insuline af. Dat betekent dat ik niet te snel insuline moet spuiten als ik hoog in mijn waarden zit. Mijn lichaam heeft meer tijd nodig om het op te nemen.”

Kamstra is van plan om in de lange vlucht te zitten. Zes uur lang in beeld „je ballen eraf draaien” is goede promotie voor het team. Dat betekent dat hij vanaf het startsein zal sprinten om in de kopgroep te komen, waarbij hij veel energie zal verbruiken en adrenaline vrij zal komen. Ook dat stofje heeft invloed op zijn bloedsuiker. „Voor de start moet ik goed op mijn waarden letten. Ik vind het fijn om in het midden te zitten, omdat bij te veel suiker mijn benen blokkeren. De eerste 150 kilometer kijk ik veel op mijn horloge. Daarna is het vol de Poggio [laatste klim voor de finish, red.] over. Topsport met diabetes is een challenge, maar wij gaan laten zien dat het mogelijk is.”

    • Dennis Meinema