We zitten opgesloten in de wurggreep van WhatsApp

Sociale media WhatsApp levert groepsdruk, constante afleiding en privacykwesties op. Maar stoppen met de meestgebruikte app van Nederland is nog best lastig.

‘Ik ga stoppen met WhatsApp. Lijkt me heerlijk”, schreef Marrigt van der Valk (37), een social media professional en trainer uit Leeuwarden, afgelopen najaar op Twitter. Ze gebruikte de chatdienst sinds 2009, maar was klaar met de groepsapps, de fotobombardementen en de eindeloze stroom aan berichtjes. Ze voegde de daad bij het woord en vijf maanden later kan ze bevestigen: ze vindt het inderdaad heerlijk. „Ik besef nu pas hoeveel nutteloze informatie ik elke dag te verstouwen kreeg.” Ze heeft het geen moment gemist. Anderen reageren verbaasd op haar keuze. Vooral in het begin. „Mensen vroegen: mis je dan niet te veel, hoe onderhoud je dan contact met vrienden en familie, hoe doe je dat met werk? Maar je kunt me toch ook bellen, mailen, sms’en of elkaar ontmoeten? Echt, als iemand me wil bereiken, zijn daar genoeg manieren voor.”

De verbaasde reacties die Van der Valk kreeg zijn tekenend voor de manier waarop WhatsApp volledig in het leven van veel Nederlanders is geïntegreerd. Sinds de oprichting in 2009 heeft WhatsApp 11,5 miljoen Nederlandse gebruikers en is daarmee de meest gedownloade app van Nederland, blijkt uit de Social Media Monitor 2018 van Newcom Research. Bijna 90 procent van de Nederlanders gebruikt WhatsApp, driekwart van hen doet dat dagelijks. Steeds meer bedrijven, zoals Coolblue, introduceren klantenservice via WhatsApp. Vrij Nederland begon vorige maand met WhatsApp-abonnementen.

Het is het massale gebruik van WhatsApp dat het zo moeilijk maakt ermee te stoppen. Roos van Vugt (44) uit Durgerdam, interim-socialmediamanager bij Netflix, zou de WhatsApp-app het liefst morgen nog verwijderen. „Ik stoor me vooral aan het joviale gedoe in al die groepen en de enorme hoeveelheid non-informatie waar je ongevraagd op wordt getrakteerd. Maar via WhatsApp worden nu zo veel praktische dingen geregeld dat stoppen gewoon niet gaat.”

Kinderen

Vooral haar kinderen houden haar aan WhatsApp gekluisterd. „Ik heb vier kinderen die allemaal in verschillende clubjes zitten – voor school, sport, muziek – waarvoor alle communicatie via WhatsApp gaat. Zonder WhatsApp hoor ik gewoon niet meer of een training is afgelast. Of ik sta op zaterdag in Almere terwijl de wedstrijd in Utrecht is. Als iedereen WhatsApp als het primaire communicatiemiddel gebruikt, dan moet je wel.”

Volgens privacy-expert Rejo Zenger (42), werkzaam bij digitaleburgerrechtenorganisatie Bits of Freedom, heet dat het netwerkeffect: gebonden zijn aan een dienst of platform omdat een groot deel van je netwerk er gebruik van maakt. „Je ziet het bij Facebook, Instagram, Twitter en bij WhatsApp al helemaal”, zegt Zenger. Er zijn wel alternatieven, maar daar zitten niet al je vrienden, familieleden en kennissen op. En dus heb je er niet veel aan.”

Ik heb vier kinderen die allemaal in verschillende clubjes zitten waarvoor alle communicatie via WhatsApp gaat

Roos van Vugt

Een goed voorbeeld vindt hij de mislukte ‘massale’ overstap naar chatdienst Telegram in 2014: „Toen bekend werd dat WhatsApp werd gekocht door Facebook, vreesden veel gebruikers voor de veiligheid van hun gegevens. Honderdduizenden mensen stapten over op Telegram, maar een veel groter aantal deed dat niet. Uiteindelijk voelden veel overstappers zich genoodzaakt om toch maar weer WhatsApp te gaan gebruiken. Privacybezwaren of niet.”

Privacywaakhonden

Wat zijn die privacybezwaren dan eigenlijk precies? WhatsApp heeft sinds 2016 toch end-to-end- encryption? Zenger: „Klopt. Dat betekent dat niemand van buitenaf de berichten en de media die via WhatsApp worden verstuurd kan inzien. Maar dat betekent niet dat WhatsApp geen gegevens over je verzamelt. En ook niet dat ze die gegevens niet zullen delen met andere partijen.”

In 2016 werd bijvoorbeeld bekend dat WhatsApp gegevens zou gaan delen met Facebook, hoewel WhatsApp bij de overname door Facebook in 2014 nog stellig verklaarde dat dit nooit zou gebeuren. Het kostte Facebook een boete van 110 miljoen euro van de Europese Commissie. En vorige week legde de Spaanse privacywaakhond AEPD nog eens een boete op van 600.000 euro voor hetzelfde misbruik van gegevens, en ook de Britse privacywaakhond concludeerde vorige week dat het delen van gegevens illegaal was.

Het gaat om gegevens zoals het telefoonnummer van WhatsApp-gebruikers en gebruiksstatistieken, ook van mensen die zelf geen Facebook-account hebben. Facebook zou deze informatie onder andere gebruiken om gebruikers gerichter te kunnen bestoken met advertenties en posts. Zo kan Facebook bijvoorbeeld iemand als vriend voorstellen, omdat een gebruiker eerder met die persoon heeft gepraat op WhatsApp. Of een advertentie tonen van een bedrijf, omdat dat bedrijf in de WhatsApp-contactenlijst van die gebruiker staat.

Het delen van WhatsApp-data met Facebook werd in Europa tijdelijk opgeschort na protest van Europese privacywaakhonden. Die organisaties zijn niet overtuigd dat de privacy van gebruikers voldoende wordt beschermd en eisen meer duidelijkheid en openheid.

Terecht, zegt Rejo Zenger. „Want via WhatsApp-gegevens weet Facebook misschien niet wát je precies zegt, maar op basis van met wie je praat, wanneer, hoe vaak en waarvandaan kunnen ze je sociale leven buiten Facebook vrij nauwkeurig in kaart brengen.”

Een vraag die veel tevreden WhatsApp-gebruikers zullen stellen: is dat dan echt zo erg? Schrijver en mediawetenschapper Sidney Vollmer (34) vindt van wel. Voor zijn boek ON/OFF: op zoek naar balans in digitale tijden verdiepte hij zich in de positieve en negatieve effecten van digitale technologie en kwam tot de conclusie dat hij zijn lidmaatschap van Facebook, en indirect dus ook WhatsApp, niet langer aan zichzelf kon verkopen.

Bewust verslavend

Daar had hij meerdere redenen voor, vertelt hij aan de telefoon. Zo stoorde Vollmer zich aan de manier waarop de diensten met behulp van notificaties en design bewust zo verslavend mogelijk worden gemaakt. Maar bovenal aan de enorme hoeveelheid data die over gebruikers wordt verzameld, het gebrek aan duidelijkheid over wat er met die data gebeurt en de invloed die techgiganten via die data vergaren.

Hij ging van Facebook af en stapte na zo’n vijf jaar WhatsApp over naar alternatieve chatdiensten: Signal en Telegram. „Overstappen en mensen meekrijgen lukt het beste als je het in fases doet”, zegt hij. „De meest relevante mensen eerst. Zo was mijn vriendin de eerste die ik naar Telegram kreeg, waardoor het al veel gemakkelijker werd WhatsApp links te laten liggen. Daarna kun je bijvoorbeeld collega’s, familie of huisgenoten proberen. Zo breek je met kleine brokjes dat netwerkeffect af.”

Toch blijft het sociaal soms lastig. „Ja, mensen vinden het wel eens vervelend dat ik niet op WhatsApp zit. Maar blijf ik lid van een systeem waar ik op principiële punten zo sterk op tegen ben, puur om anderen een plezier te doen? Nee.”

Voor mij is tegen mijn zin WhatsApp of Facebook gebruiken alsof ik moet meeroken op een verjaardagsfeestje

Sidney Vollmer, schrijver en mediawetenschapper

Maar voor mensen als Roos van Vugt is WhatsApp geen kwestie van anderen een plezier doen. „Het is voor regeldingen, vooral rond de kinderen, echt noodzakelijk geworden. Ik heb braaf Telegram gedownload, maar daar zit niemand op. Ik heb alle notificaties uitgezet, maar voor cruciale informatie moet ik toch steeds door al die groepen scrollen. Ik zou willen dat het anders was, maar WhatsApp is voor mij echt een moetje.”

Dat is kwalijk, vindt Vollmer. „Of je een dienst wil gebruiken die gegevens over je verzamelt en mogelijk doorspeelt aan Facebook, moet te allen tijde een persoonlijke keuze zijn. Geen verplichting. Voor mij is tegen mijn zin WhatsApp of Facebook gebruiken alsof ik moet meeroken op een verjaardagsfeestje. Facebook is de sigaret van de 21ste eeuw.”

Wat doet stoppen met je sociale leven? Ben je, om in de tabaksfeer te blijven, zonder WhatsApp de eenzame niet-roker op een feestje in de jaren 50? Vollmer: „Een beetje wel. ,Maar dat heb ik er wel voor over. Goede vrienden en familie heb ik inmiddels overgehaald. Ik bel, mail en sms. Of ik spreek af. Het kost iets meer moeite, maar er zijn opties genoeg.”

Marrgit van der Valk vindt dat ze nu zelfs meer uit het contact met mensen haalt. „Ik bel vaker en heb meer rechtstreeks contact. Elkaar echt even spreken vind ik waardevoller dan door honderd berichtjes scrollen. En ja, sommige mensen spreek ik nauwelijks meer, maar dat zie ik dan maar als een teken. Echte vrienden weten elkaar ook zonder WhatsApp wel te vinden.”

Lees ook deze zes etiquetteregels voor WhatsApp-groepen: Hoe heurt het eigenlijk?