Waarom groeien veel ouderen in een bochel?

Wekelijks zoekt de redactie wetenschap het antwoord op een veelgestelde vraag. Deze week: briefschrijver Tom Peters vraagt zich af: hoe komt het dat veel mensen in een bochel groeien als ze ouder worden?

Ook een vraag? Mail durftevragen@nrc.nl .

Je bent zo oud als je ruggengraat, is een vaak aangehaald gezegde uit het Verre Oosten. Het bevat een kern van waarheid. Ouderen die krom gaan lopen, hebben statistisch gezien een lagere levensverwachting, zo blijkt uit Amerikaans onderzoek. In het dagelijks leven ervaren ouderen die kromgroeien lichamelijk ongemak. Ouderen met een bochel komen niet zo snel meer vooruit, traplopen wordt moeilijker en het risico op vallen neemt toe doordat ze minder goed balans kunnen houden.

Het gaat hier om wat in medische termen hyperkyfose heet, een overdreven naar voren gerichte kromming van het bovenste deel van de wervelkolom. Kyfose is een bolling van de rug, lordose een holle rug. Volgens de definitie is er sprake van hyperkyfose als de hoek tussen de onderkant van de twaalfde borstwervel en de bovenkant van de tweede borstwervel groter is dan veertig graden.

Als de kromming oploopt tot vijftig graden of meer neemt het risico op vallen en als gevolg daarvan botbreuken sterk toe. In ernstige gevallen geeft de ineengekrompen houding ook ademhalingsproblemen.

Een onnatuurlijke kromming van de wervelkolom kan ook aangeboren zijn, of ontstaan tijdens de groei door erfelijke aanleg of overbelasting. Een afwijking in de wervelkolom kan ook zijwaarts zijn, waarbij de wervels niet meer recht boven elkaar staan, of verdraaid zijn in de lengte-as. Dit wordt scoliose genoemd.

Ouderen

Maar nu gaat het speciaal om de vraag hoe de vervorming van de wervelkolom ontstaat bij ouderen. Deze hyperkyfose kan zeer verschillende oorzaken hebben; van osteoporose (‘botontkalking’), verval van de tussenwervelschijven, verzwakking van de rugspieren, tot scheef ingezakte wervels (zogeheten beschuitbreuken).

Tussen de twintig en veertig procent van alle ouderen krijgt ermee te maken, vrouwen dubbel zo vaak als mannen. Bij vrouwen speelt de osteoporose die optreedt door de hormoonverandering van de overgang een rol, maar ook zijn hun rugspieren gemiddeld minder sterk dan die van mannen.

Er is waarschijnlijk wel wat aan te doen, blijkt onder meer uit recent wetenschappelijk onderzoek van Wendy Katzman van de University of California in San Francisco. Ze liet zestigplussers met hyperkyfose gedurende drie maanden twee keer per week onder begeleiding van een fysiotherapeut oefeningen doen. Na afloop was hun bochel iets minder geworden (3,8 graden), en die in de controlegroep was juist een fractie gegroeid. Dat effect kon worden gemeten met een zogeheten kyfometer (een uitwendig meetinstrument). Op röntgenopnames van de wervelkolom was ook een lichte verbetering te zien, maar die bleek niet significant. Mogelijk is langduriger oefenen nodig om hier effect te zien.

Bij metingen bleek echter, tegen de verwachting van de onderzoekers in, dat de rugspieren van de deelnemers nauwelijks sterker waren geworden door de oefeningen. Bepaalde taakjes – aan- en uittrekken van een laboratoriumjas, een muntje oprapen van de grond – gingen nog niet veel makkelijker. Katzman concludeert dat de oefeningen vooral een vergroting van het zelfvertrouwen van de ouderen oplevert.

Fysiek lijkt er niet veel te gebeuren, na drie maanden was de rug slechts iets minder krom. Een paar graden rechter op lijkt erg weinig, maar volgens Katzman is het wel relevant, zeker als je bedenkt dat de achteruitgang – het vormen van een bochel – ook een proces van jaren is.

    • Sander Voormolen