Astrid Holleeder noemt betrokkene moord Van Hout bij naam

Tijdens het tweede getuigenverhoor van Astrid Holleeder loopt het debat met Willems advocaat Sander Janssen hoog op.

Advocaten Sander Janssen (links) en Robert Malewicz bij de rechtbank voor de voortzetting van de strafzaak Holleeder. Foto Robin van Lonkhuijsen/ANP

Astrid Holleeder heeft vrijdagochtend in haar tweede getuigenverhoor namen genoemd van personen die betrokken waren bij de moord op haar zwager Cor van Hout in 2003. Ze zei dat de Amsterdamse crimineel Sjaak B. de rode motor bestuurde waarop de schutter zat.

Volgens haar was ook Jesse R. aanwezig bij de uitvoering van de moord. Astrid Holleeder noemde de namen van B. en R. aan het begin van haar tweede verhoor in de rechtbank.

Bij het begin van haar tweede getuigenverhoor was duidelijk dat Astrid zich weinig zal laten aanleunen. Als strafrechtadvocate kent Astrid de twee werelden die samenkomen in de rechtszaal: de onderwereld en de juridische wereld. Vrijdag wordt ze verhoord door haar oud-collega Sander Janssen, de advocaat van Willem Holleeder. Ze laat hem nauwelijks uitpraten. Astrid laat zich niet portretteren als een foute advocaat, zegt ze zelf.

“U mag persoonlijk vinden wat u wil, maar ik laat me hier in aanwezigheid van de rechtbank niet wegzetten.”

Oplopende emoties

Astrid is vrijdagochtend voorbereid in de rechtbank verschenen. Ze heeft zelfs alle contacten met Holleeders oude advocaat Stijn Franken uitgeprint. Het debat tussen Astrid en Janssen loopt zo hoog op dat de rechtbankvoorzitter Frank Wieland ingrijpt: “Mevrouw Holleeder, ik kan niet anders zeggen dat uw reputatie bij de rechtbank onberispelijk is.”

Het brengt even wat rust, maar de emoties laaien al snel weer op. Advocaat Janssen houdt Astrid net als haar zus Sonja allerlei telefoongesprekken voor waaruit blijkt dat het contact binnen de familie Holleeder bij tijd en wijlen redelijk normaal was. “Jullie nemen via die taps kennis van een schijnwereld die heel anders is dan hoe het lijkt” volgens Astrid. Gesprekken die normaal lijken, zijn dat niet. Als raadsman Janssen een gesprek voorhoudt tussen Willem Holleeder en een nichtje waarin zij “oompie Willem” bedankt voor een cadeautje, gaat Astrid weer los.

“Zo verknipt is het, zo ziek hebben wij geleefd. Ik kan niks doen aan de gekte in het hoofd van uw client.”