Column

Vijf ballen voor de boot naar Batavia

Michel Krielaars

Dolend door de gangen van het Boekenbal probeerde ik in de meute schrijvers, uitgevers en toebehoren Theodor Holman te ontdekken. Ik had net zijn nieuwe boek Voorbijgewaaid geluk. Over familie, jongensdromen en ouder worden gelezen, dat me had ontroerd. Het gaat over het voorbijsnellende leven en zijn angst voor de dood. Holman schrijft er zo aangrijpend over, dat ik even meende dat zijn einde nakende was en ik afscheid van hem moest nemen.

Voorbijgewaaid geluk begint geestig en met goed nieuws. De schrijver wordt na een lange dronkemansnacht door zijn dochter gewekt met het nieuws dat ze zwanger is. Hij is dolblij, maar beseft als aspirant-grootvader ineens ‘dat de houtworm die ouderdom heet zich in mijn lichaam en geest naar binnen had gevreten.’ Het is de opmaat voor een reeks tragikomische terugblikken, waarin dode, stervende, zieke vrienden, vriendinnen en familieleden voorbijkomen met wie de schrijver in het reine wil komen. Verder heeft Holman het over zijn eenzaamheid, zijn minderwaardigheidscomplex, zijn als mislukt ervaren kunstenaarsleven, zijn kwalen. Het levert heerlijke zinnen op zoals ‘Een bohemien had ik moeten zijn, maar ik had er de moed niet toe – en m’n echtgenoten en vriendinnen hebben altijd gezegd dat ik het huis moest schoonmaken.’

Tijdens mijn zoektocht besefte ik ineens waarom Holman op het bal mogelijk verstek liet gaan. In zijn boek beschrijft hij namelijk een ontmoeting met een veel jongere collega-schrijver, die hem vraagt of hij niet weer eens een boek moet schrijven. Als Holman antwoordt dat hij er een jaar eerder twee heeft gepubliceerd, zegt die collega: ‘Mijn boek had vijf sterren.’ Holman reageert quasi-enthousiast: ‘Geweldig, geweldig… Wat fijn, geweldig!’ Waarna zijn vierde ex naast hem komt staan en zijn loftuiting aan flarden schiet door te zeggen: ‘Hij liegt altijd, hoor!’

Pas nu drong tot me door wat die sterren of ballen met een schrijver doen. En daarom nam ik me na een paar gin tonics voor om iedere schrijver die op het Boekenbal over zijn ballen zou beginnen, er tijdelijk vijf toe te bedelen, zodat het literaire leven voor één nacht een paradijs zou zijn, waar iedereen elkaar het beste gunt.

Aan zijn vader, een voormalig koloniaal ambtenaar, wijdt Holman de mooiste passages. Beiden zijn in hun kijk op de wereld steeds meer op elkaar gaan lijken. Zo betreurde die vader de teloorgang van Nederlands-Indië, waar, vrij naar J.P. Coen, ‘iets groots werd verricht’. Zijn zoon pestte hem er in de jaren zestig en zeventig mee en zei hem dat Nederland in Indië niets te zoeken had. Een halve eeuw later heeft de zoon berouw, omdat hij inmiddels zelf het gevoel heeft dat de wereld waarin híj is opgegroeid aan het verdwijnen is. En nu wordt híj door zijn omgeving voor ‘enge conservatief’ uitgemaakt .

In zijn Daar werd wat groots verricht tovert Diederik van Vleuten die verloren wereld van Holmans vader tevoorschijn. In dat met familiefoto’s en -documenten fraai geïllustreerde boek beschrijft hij het leven van zijn oudoom Jan, die in de Oost fortuin maakte. Indië is een sprookje, waar alles er losser en avontuurlijker aan toe ging dan in het stijve Nederland, en waar je met hard werken rijk kon worden. Het is een wereld van vijf ballen. Als je Van Vleutens boek uit hebt, wil je niets liever dan meteen op de boot naar Batavia stappen.