Veiligheid in Amsterdam: wat is de les van Wittenburg?

Vuurwapengeweld

Recente schietpartijen in woonwijken schokten veel Amsterdammers, maar het is in de verkiezingsdebatten nauwelijks een thema. Toch denken D66 en GroenLinks wezenlijk anders over de juiste aanpak dan VVD en Forum. De PvdA zit er tussenin.

Bloemen bij een portret van Mohammed Bouchikhi, de 17-jarige jongen die begin dit jaar, waarschijnlijk ‘per ongeluk’, in Wittenburg werd doodgeschoten. Foto Joris van Gennip

Politici wordt vaak hijgerigheid of hypegedrag verweten. Dan zou je verwachten dat de campagne voor de gemeenteraadsverkiezingen in Amsterdam in het teken van het gangstergeweld zou staan. Op 26 januari werd de 17-jarige Mohammed Bouchikhi doodgeschoten in een buurthuis op Wittenburg. Een jonge vrouw en een jonge man raakten gewond; die laatste zou het doelwit van de moordenaars zijn geweest. De gedode jongen was „absoluut onschuldig”, zoals politiechef Pieter-Jaap Aalbersberg kort daarna verklaarde. Hij hielp als stagiair in het buurthuis. Het was rond zeven uur ’s avonds, er werd net kookles gegeven toen de twee moordenaars met hun automatische wapens binnenkwamen. Aan de deur had een buurtbewoner van Algerijnse komaf nog geprobeerd hen buiten te houden. Het was de tweede dodelijke schietpartij in deze buurt in een paar maanden tijd. In november werd hier een jongen van 19 doodgeschoten.

‘Wittenburg’ deed denken aan de dubbele liquidatie in de Staatsliedenbuurt van december 2012: een kogelregen in een gemengde Amsterdamse woonbuurt. Dat ‘gemengd’ is relevant: daardoor voelt het of de onderwereld ineens dichter bij de bovenwereld komt; een liquidatie ’s nachts op een industrieterrein of in een verlaten natuurgebied choqueert minder.

De wijk Wittenburg, op de oostelijke eilanden van het centrum, is met allerlei draden aan het hart van de stad verbonden. „Mijn dochter zit er op school”, zegt PvdA-lijsttrekker Marjolein Moorman. „Ik woon er om de hoek”, zegt Annabel Nanninga, lijsttrekker van Forum voor Democratie. Alle partijen trokken in de dagen na de schietpartij naar Wittenburg om met bewoners te spreken, om ze te laten zien dat ze niet alleen stonden in hun verdriet en vrees.

En toch, de schietpartij en de stille tocht zijn nog geen twee maanden geleden, maar de debatten in deze verkiezingscampagne gaan over wonen, over toeristische overlast, over onderwijs, discriminatie, werkloosheid en ondernemerschap. Allemaal belangrijke zaken. Maar er is geen debat gewijd aan veiligheid. „Klopt”, zegt VVD-leider Eric van der Burg. „Het is voor de meeste partijen kennelijk niet zo’n issue dat ze daar het liefst over debatteren.” In een tweegesprek met NRC erkende lijsttrekker Rutger Groot Wassink van GroenLinks vorige week: „Dit is dé blinde vlek van de stad.”

Lees ook: Wittenburg: de angst, het zwijgen en het geweld

Wat is dan de les van Wittenburg? Eén remedie schrijven alle partijen in hun verkiezingsprogramma’s: meer agenten. Politiechef Aalbersberg vroeg al anderhalf jaar geleden bij de leiding van de nationale politie om 500 extra agenten. Amsterdam, zei hij, heeft misschien wel 850.000 inwoners, maar door alle bezoekers verkeren feitelijk dagelijks „tussen de 1,3 en 1,5 miljoen mensen” in de stad.

De meeste partijen steunen het verzoek van Aalbersberg. Forum voor Democratie overbiedt hen, door in zijn verkiezingsprogramma te schrijven dat het er „1.000 agenten en rechercheurs” bij wil. In een toelichting zegt Nanninga: „Wat zich wreekt is een gebrek aan wijkagenten. En wat ons betreft moeten die wonen in de wijk waar ze werken.” Daar is VVD’er Van der Burg het dan weer niet mee eens. „Dat kan ook onveilige situaties voor de agenten opleveren.” Verder liggen de standpunten van Forum en VVD op het gebied van veiligheid dicht bij elkaar.

In hun tweegesprek in NRC waren Reinier van Dantzig en Rutger Groot Wassink duidelijk over hun standpunten. „Ik geloof niet in lukraak camera’s ophangen”, zei Van Dantzig. „Ik geloof niet in handhavers extra bewapenen, niet in repressie. Het enige wat helpt, is zorgen dat die jongeren voelen dat ze enorm veel kansen hebben.” Groot Wassink is naar eigen zeggen wat cynischer waar het gaat om kansen die vanzelf tot minder criminele jongeren zouden leiden. „Het beste wat we kunnen doen voor de veiligheid: als burgers normaal met elkaar omgaan en kinderen dat leren”, aldus Groot Wassink. „Klinkt heel soft. Maar het is het enige wat structureel werkt.”

PvdA-lijsttrekker Marjolein Moorman zegt: „Een groep jongeren is onder onze ogen ontspoord. Hun problemen moeten we vroeg signaleren. In het onderwijs, in het jongerenwerk – waar de afgelopen vier jaar flink op is bezuinigd. Als de overheid niet goed kijkt in de buurten waar die jongens vandaan komen, legt zij een bom onder de toekomst.”

Cokegebruik

Groot Wassink ziet evenmin als Van Dantzig een alternatief voor het ontspannen beleid ten aanzien van drugsgebruik in de stad. Ja, zei hij, de criminaliteit die de grootschalige drugshandel met zich meebrengt, komt volgens hem mede door „onze welwillende houding, bijvoorbeeld ten opzichte van cokegebruik” – en met ‘onze’ bedoelde Groot Wassink die van zijn eigen partij en die van D66.

Dat is precies wat Erik Heijdelberg de Amsterdamse politiek kwalijk neemt. De bestuursvoorzitter van de William Schrikkergroep, een instelling die jongeren begeleidt en opvangt die in aanmerking komen voor jeugdbescherming of –reclassering, zei naar aanleiding van de schietpartij in NRC dat de zwakkere jongeren worden meegezogen door de bloeiende drugseconomie in de stad. En door het toerisme te blijven bevorderen, stimuleert de politiek ongewild ook een van de minder gewenste attracties: drugs.

Dat je niet dezelfde kansen hebt als anderen, is geen excuus maar een smoes

VVD-leider Van der Burg heeft zich geërgerd aan de opmerkingen van Heijdelberg. „De meeste mensen in Nederland, ook degenen die in dezelfde moeilijke omstandigheden leven, doen gewoon hun werk en leven met de anderen samen. Dat je niet dezelfde kansen hebt als anderen, is geen excuus maar een smoes.”

Annabel Nanninga ziet dat precies zo: „Het is niet zo van: die jongens hebben niks, ze zijn arm, dus gaan ze bij een drugsbende.” Zij staat voor een sterkere repressie. De Top 600-aanpak, waarbij Amsterdamse jongeren die het vaakst met justitie in aanraking komen worden gestraft en na hun vrijlating intensief worden begeleid door hulpverleners, vindt zij te eenzijdig gericht op het laatste. „Hulpverlening is niet nutteloos, maar voor het rechtsgevoel van nette Amsterdammers moet er ook flink worden gestraft.”

Bodycam

Zo tekent zich de politieke tweedeling op het gebied van veiligheid duidelijk af. Aan de ene kant staan VVD en Forum voor Democratie met een sterke nadruk op repressie. Aan de andere kant GroenLinks en D66 die in hun programma’s onderstrepen dat bevoegdheden van de politie niet ten koste mogen gaan van privacy van de burgers. De bodycam is een interessant geval. Burgemeester Van der Laan was in de afgelopen periode voorstander van het uitrusten van agenten met een camera op hun uniform. Zo zouden ze opnamen kunnen maken van ingewikkelde situaties, om daarmee hun handelwijze beter te kunnen verantwoorden. De VVD was onomwonden voor, ook de PvdA steunde de burgemeester. Maar GroenLinks had grote twijfels. Het enige voordeel, zei Groot Wassink destijds tegen de lokale zender AT5, is dat „we dan een beetje in de gaten kunnen houden hoe aanhoudingen nou lopen”.

„Wat GroenLinks doet is bijna het verdacht maken van politie”, zegt Nanninga. „Het tekent hun houding ten aanzien van veiligheid”, zegt VVD’er Van der Burg. Hij rekent even voor wat de peilingen beloven: D66 + GroenLinks is straks misschien wel „achttien zetels naar een softe kijk op veiligheid”.

Het is geen links-rechts verdeling, onderstreept Van der Burg. „De PvdA heeft steeds achter de politie gestaan.” Lijsttrekker Marjolein Moorman noemt veiligheid „een links thema: het zijn de zwaksten in de samenleving die ook het vaakst slachtoffer worden”. De PvdA is volgens haar vooral niet ideologisch maar pragmatisch bezig met veiligheid. Zij staat tussen de VVD en Forum met hun preventief fouilleren en overal camera’s, en GroenLinks en D66 met hun nadruk op privacy en de ‘de-cameraïsering van de stad’. „Ik woon in de Dapperbuurt, daar zijn we blij met cameratoezicht. Bewoners van de Venserpolder in Zuidoost hadden tranen in de ogen van dankbaarheid toen camera’s werden opgehangen.”

    • Bas Blokker