Uittocht uit Afrin na omsingeling door Turken

Strijd in N-Syrië

Turkse bombardementen en artilleriebeschieten van de stad Afrin hebben ongeveer tienduizend mensen op de vlucht gejaagd. Dat meldt het Syrische Observatorium voor de Mensenrechten, dat met behulp van een netwerk van lokale bronnen verslag doet van het conflict. Honderden families hebben een veilig heenkomen gezocht in Nubl en Zharaa, twee shi’itische dorpen in het noorden van de provincie Aleppo, die in handen zijn van het regime.

Het Turkse leger heeft Afrin omsingeld en probeert de stad vanuit het noorden te bestormen, aldus een woordvoerder van de YPG, een Koerdische militie die de macht heeft in Afrin. Turkije ziet de YPG als een terroristische organisatie, vanwege zijn nauwe banden met de Turks-Koerdische guerrillabeweging PKK. De Turkse militaire operatie heeft tot doel om de YPG te verjagen uit Afrin.

Afgelopen nacht zijn volgens het Observatorium zeker achttien burgers gedood en zestig verwond. Volgens lokale bronnen zal het dodental snel stijgen omdat veel gewonden in kritieke toestand verkeren. „Onze staf doet zijn best, maar onze bedden liggen vol met jammerende mensen en we hebben soms een tekort aan medicamenten”, aldus Joan Shitika, de directeur van het ziekenhuis in Afrin, tegen het persbureau dpa.

Het Turkse leger lijkt zoveel mogelijk burgers uit Afrin te willen verjagen voordat het de stad binnentrekt. Stromend water, elektriciteit en het telefoonverkeer zijn af ruim een week afgesloten, sinds het Turkse leger een dam in het noorden van Afrin veroverde. Tegelijkertijd is er volgens het Observatorium een tekort aan meel en brandstof, waardoor er lange rijen staan voor de enige bakkerij in Afrin die nog open is.