Commentaar

Keus van Unilever is vooral een verlies voor Londen

Het wordt Rotterdam, zo is het nieuws verwelkomd dat Unilever, de verzorgings- en levensmiddelengigant, een beslissing heeft genomen over de locatie van zijn hoofdkantoor. Maar het besluit van het Brits-Nederlandse concern gaat veel verder dan een definitieve keuze voor de plek waar de besluiten worden genomen. De duale structuur, waarin plaats was voor een Nederlandse nv en een Britse plc, gaat eveneens op de schop. Unilever, met 165.000 werknemers en 53,7 miljard euro omzet, wordt in zijn geheel een nv. Dat besluit is veel verstrekkender: het verankert het bedrijf voor decennia in Nederland.

Is dit winst voor Nederland? Hoewel van grote symbolische waarde is de locatie van een hoofdkantoor in eerste instantie van betrekkelijk belang. De werkgelegenheid neemt er iets door toe, de adviserende sector rondom profiteert. Maar materieel verandert er niet zo gek veel. Twee van de drie divisies blijven hun zwaartepunt in het Verenigd Koninkrijk houden. De derde divisie, de levensmiddelentak, houdt haar zwaartepunt in Nederland. Maar Unilevers komst kan wél zorgen voor meer kritische massa. Het vergroot bijvoorbeeld de kans op vestiging van andere bedrijven.

De grote verliezer is hier het Verenigd Koninkrijk. Hoewel het verband nauwlettend werd vermeden, heeft het besluit van Unilever, waar een jaar over werd gedaan, veel te maken met de Brexit. Het is lastig zakendoen onder de huidige, turbulente, politieke omstandigheden in het land. Zeker ook omdat nog steeds hoogst onduidelijk is hoe het afscheid tussen de Europese Unie en het Verenigd Koninkrijk eruit zal zien.

Een eenzaam Londen, waarvan nog moet worden gezien welke verbanden het straks met zijn nieuwe buitenland kan aangaan, is een onzekere factor. Hoogwaardig personeel weet intussen bijvoorbeeld niet welke status het als continentale buitenlander in het Verenigd Koninkrijk heeft. Zelfs de Londense City, als bron van kennis en als diepe poel van kapitaal, is lang niet zo onaantastbaar meer als kort geleden nog leek.

Het besluit lijkt daarom vooral een winst voor Unilever zelf. De ongewenste overnamepoging van het Amerikaanse Kraft Heinz, vorig jaar, ligt nog vers in het geheugen. Bescherming als één bedrijf is eenvoudiger, met één soort aandelen op één locatie. Unilever wordt beweeglijker, slagvaardiger en kan zich beter verdedigen. De beste manier om dat laatste te doen is om zó gewild worden bij aandeelhouders dat elk alternatief er slechter bij afsteekt.

Dat laatste doet vermoeden dat Unilever niet rust na het grote besluit van donderdag. Het aantrekken en afstoten van bedrijfsonderdelen is een gangbare praktijk. Het zou niet moeten verbazen als het concern er over een aantal jaar geheel anders uitziet.

Wat vooral zal hebben geholpen is de voorgenomen afschaffing van de dividendbelasting door het nieuwe kabinet-Rutte III, zoals dat in het regeerakkoord overeen gekomen is. Dat heeft een behoorlijke horde voor de Britse aandeelhouders van Unilever weggenomen. Als dit al geen cruciale prikkel is geweest voor Unilever, dan heeft het in ieder geval het speelveld tussen Nederland en het Verenigd Koninkrijk geëgaliseerd.

Blijft staan of de 1,4 miljard die deze verlaging van de dividendbelasting de schatkist jaarlijks kost, gerechtvaardigd is. Het lijkt erop dat Nederland, nu zijn positie van ‘belastingparadijs’ steeds verder onder druk komt, neigt te kiezen voor de status van fiscaal goedkoopte-eiland. En dat lijkt geen winst.

In het Commentaar geeft NRC zijn mening over belangrijke nieuwsfeiten. De commentatoren schrijven deze artikelen in samenspraak met de hoofdredactie.