Opinie

Betere inlichtingenwet is gebaat bij een nee-stem

Hoeveel mag een overheid van haar burgers weten? Dat is de principiële kernvraag die ten grondslag ligt aan het raadplegend referendum dat woensdag tegelijk met de gemeenteraadsverkiezingen wordt gehouden. De kiezer krijgt de mogelijkheid zich uit te spreken over de wenselijkheid van de Wet op de inlichtingen- en veiligheidsdiensten 2017 waar de Tweede en Eerste Kamer het afgelopen jaar in grote meerderheid ja tegen zeiden.

Het zal naar alle waarschijnlijkheid tevens het laatste raadgevend referendum zijn, want met een miniem verschil heeft de Tweede Kamer er vorige maand mee ingestemd dat de pas in 2015 ingevoerde wet weer zal worden afgeschaft. Het ziet er naar uit dat de Eerste Kamer later dit jaar niet anders zal oordelen.

De kiezer mag dus nog één keer zijn of haar stem laten horen in een zaak waarover het parlement zich reeds heeft uitgesproken. Er kan als het ware aan de noodrem worden getrokken hoewel het afgeven van een noodsignaal een betere aanduiding is want de regering heeft het recht de uitslag van het referendum naast zich neer te leggen.

Vergeleken bij het vorige referendum dat ging over een veelomvattend samenwerkingsverdrag tussen de Europese Unie en Oekraïne is de vraag waarover de kiezers zich nu kunnen buigen vele malen eenvoudiger. Natuurlijk, de inlichtingenwet is met zijn 172 artikelen een ingewikkeld stuk, maar welke wet is dat niet? De keuze die met het raadplegend referendum wordt voorgelegd is in elk geval niet ingewikkeld.

Dat de huidige, uit 2002 daterende, inlichtingenwet aangepast dient te worden behoeft nauwelijks betoog. Begin deze eeuw verliep internationale telecommunicatie nog grotendeels via de ether en konden signalen gemakkelijk met wettelijke toestemming uit de lucht worden geplukt.

Nu het communicatieverkeer overwegend via kabels verloopt, missen de Nederlandse inlichtingendiensten echter de wettelijke mogelijkheid verdachte informatie op de kabel te onderscheppen. Het is geen probleem dat de opsporingsmethoden worden aangepast aan de technologische ontwikkeling. Vanuit dat gezichtspunt is een nieuwe wet dan ook gerechtvaardigd.

Lees ook: Waarom zou je voor of tegen de Inlichtingenwet stemmen? En 17 andere vragen

Maar, zoals ook door regering wordt erkend, de uitbreiding van de bevoegdheden voor de inlichtingendiensten betekent ontegenzeggelijk een inbreuk op in de Grondwet verankerde rechten zoals bescherming van de persoonlijke levenssfeer. De diensten kunnen veel meer bekijken dan nu nog mogelijk is. Bij de beoordeling van de wet gaat het om de balans tussen enerzijds de vrijheid van de burger en anderzijds de (inter-) nationale veiligheid. Oftewel: het vinden van een evenwicht tussen de effectiviteit van de veiligheidsdiensten en een effectieve begrenzing van het opereren van die diensten omwille van de privacy.

In het wetsvoorstel zijn waarborgen ingebouwd die moeten voorkomen dat de overheid ongericht in de digitale huishouding van zijn burgers kan grasduinen. Op onderdelen is zelfs sprake van een verbetering ten opzichte van de huidige situatie. Dit neemt niet weg dat veiligheidsdiensten met de nieuwe wet veel meer mogelijkheden krijgen binnen te dringen in het privédomein van de burger. Of ze dat ook zullen doen is een tweede en kan niet zonder toestemming, maar met de nieuwe wet is de deur van het slot.

Juist op het punt van de waarborgen tegen overmatig gebruik van beschikbare informatie hebben de Raad van State en de Raad voor de Rechtspraak in hun adviezen bij het wetsvoorstel grote vraagtekens gezet. Zo is er kritiek op de bewaartermijn van drie jaar (die zelfs kan oplopen tot zes jaar) van getapte digitale gegevens. In de woorden van de Raad van State: de bewaartermijn dient te voldoen aan het criterium noodzaak en niet aan het criterium mogelijk nuttig. Het is jammer dat de regering tijdens de parlementaire behandeling zo weinig heeft gedaan met deze fundamentele bezwaren.

In het regeerakkoord is als tegemoetkoming aan D66, dat eerder tegen de wet stemde, een passage opgenomen dat indien de evaluatie daartoe aanleiding geeft additionele waarborgen in de wet komen en het toezicht zal worden versterkt. Een nee-stem bij het referendum zou een aansporing kunnen zijn om niet op de evaluatie te wachten maar direct al extra waarborgen op te nemen en een versterking van het toezicht in te voeren. De verdedigers van de wet vragen om vertrouwen; verankering in de wet is beter.

Veiligheid is een groot goed. Maar privacy is dat ook. Daar kan niet zorgvuldig genoeg mee worden omgegaan.