Reportage

De vroegere leden van The Wild Romance, band van wijlen Herman Brood, zijn weer op tour. Bijeengebracht door vastgoedman en drummer Jan ‘t Hoen. Een avond in bikerscafé The Shack: „Coke is nu gewoon een no go.”

Reportage

‘Oude rockers moeten niet ineens zelf gaan lopen sjouwen’

Door Amanda Kuyper, fotografie Tammy van Nerum, 16 maart 2018

Rock-’n-Roll De vroegere leden van The Wild Romance, band van wijlen Herman Brood, zijn weer op tour. Bijeengebracht door vastgoedman en drummer Jan ’t Hoen. Een avond in bikerscafé The Shack: „Coke is nu gewoon een no go.”

‘Ha die Shack!”, schreeuwt Koos ‘Coach’ van Dijk, oud-manager van Herman Brood, door de microfoon. „We doen het effe zoals in Amerika toen. Dus ik zeg, ladies and gentlemen. Can I have your attention please? I tell you: now is now and then is then. This is a special moment. This is your Romanza Brava, jullie kennen ‘m. Ofwel… The Wild Romance.” En hop, daar klinken de eerste klanken van ‘Home’, de cover van Iggy Pop die Herman Brood graag uitvoerde.

Een avond in The Shack, een laag no-nonsense bikerscafé op de Schipholdijk in Oude Meer. Het gaat hier over motoren en rockmuziek, met siergitaren aan de muur en vergeelde concertposters aan het plafond, met kerstverlichting in slierten boven de bar waar het bier stroomt en de wijn te zoet is. De zeskoppige Wild Romance, band van wijlen Herman Brood, speelt er op een klein bemeten podium.

Foto Tammy van Nerum
Foto Tammy van Nerum
Terwijl de Nightliner buiten met draaiende motor staat te wachten kondigt manager Koos van Dijk de band aan.
Foto’s Tammy van Nerum

‘Ware kunst’, omschrijft de hyperenergieke Van Dijk het gecreëerde doolhof van apparatuur waartussen de ouwe rockstukken zich net kunnen bewegen. Vroegere Wild Romancers, gitaristen Dany Lademacher (68) en David Hollestelle (61) staan in hun leren jasjes en strakke broeken aan weerszijden van zanger Edgar Koelemeijer (48). Dwars op het podium links staat Otto Cooymans (68) achter zijn toetsen, bassist Gee Carlsberg (60) staat rechtsachter op een kistje zichtbaar te zijn en tegen de achterwand Jan ’t Hoen (55) achter zijn drumkit. Het ken nét.

Buiten aan de dijk is de zwarte Nightliner, de luxe tourbus van de band met slaapplaatsen en kantoortje, niet te missen. Ervoor staat de minstens zo flinke vrachtwagen waarin alle apparatuur wordt vervoerd geparkeerd. Buitenproportioneel vervoer voor een kroeg-gig als deze natuurlijk. Dat weten de rockers ook wel. Maar wat kan het schelen, het trekt de aandacht. En stómen moet het. „The Wild Romance piept, kraakt, is hot. Het is zweten. Het is wet”, aldus Van Dijk - intussen 73 jaar, zwart petje, sneakers - niet zonder gevoel voor theater.

‘Backstage’ in de keuken, die klassiek even dienst doet als kleedkamer, hangt een opgeruimd sfeertje. Met biertjes en flesjes water onder onflatteuze tl-verlichting blaast de band uit na de eerste set. Die greep, net als de tweede en derde straks, terug naar de hoogtijdagen van Herman Brood and His Wild Romance. Goed, alles een tandje trager in het ritme, maar het was een best lekkere, heupwiegende terugvlucht naar eind jaren zeventig, de albums Street, Shpritsz en Cha Cha. Onvervalst rock-’n-roll-zweet droop van aloude songs als ‘Never Be Clever’, ‘Rock & Roll Junkie’, ‘Champagne (&Wine)’, ‘Skid Row’ en natuurlijk kraker ‘Saturday Night’.

Zanger Edgar Koelemeijer, bepaald geen onverdienstelijk leadzanger die eerder David Bowie coverde, geeft zich op het podium helemaal. Hij zit er pas net bij, een maand of acht, maar het matcht. Dat is voelbaar. „Lekker man, dit allemaal weer”, zegt hij bij de frituur, met een Broodeske haal door zijn kuif. Hij wordt op zijn schouder geslagen door Dany Lademacher. „Dat was mooi, wat je zei over Herman, hoe hij daar boven toekijkt.”

Ze zijn het er allemaal over eens. In een tent als deze, bloedheet en ruig, moet je spelen wat je waard bent. Alles om te bewijzen dat de jonge honden-feel terug is. „Rock-’n-roll houdt je jong”, concludeert Van Dijk. Dany Lademacher met schalks lachje: „Ik zag net een ex-je van me in de zaal. God, wat was haar naam ook weer?”

Dany Lademacher
Foto Tammy van Nerum
David Hollestelle
Foto Tammy van Nerum
Edgar Koelemeijer
Foto Tammy van Nerum
Otto Cooymans
Foto Tammy van Nerum
Gee Carlsberg
Foto Tammy van Nerum
Jan ’t Hoen
Foto Tammy van Nerum
Foto Tammy van Nerum
Dany Lademacher, David Hollestelle, Edgar Koelemeijer, Otto Cooymans, Gee Carlsberg, Jan ’t Hoen en manager Koos ‘Coach’ van Dijk.

Vastgoedondernemer

Buying the Band

Het contrast met eerder deze week in het pand in Amsterdam van Jan ’t Hoen, drummer in de oude Brood-band en vastgoedondernemer met naar eigen zeggen zo’n 100 miljoen aan vastgoed, is groot. Hij doet in ‘leuk’ vastgoed, omschrijft hij achter zijn bureau in een statig kantoor op de eerste etage. Zoals het muziekcentrum Q-Factory dat hij met zijn broer bezit, diverse horeca en hotels in Amsterdam, Zandvoort, Maastricht en nieuwbouw aan de Vecht. Zijn eerste kapitaal genereerde hij door de verkoop van zijn aandelenbelang in mediabedrijf Boomerang.

Vrij opvallend figureerde ’t Hoen in Buying the Band, de muziekdocumentaire die zich de afgelopen maanden als een lopend vuurtje onder musici verspreidde en door muziekplatform 3voor12 online werd gezet. De buzz erom was enorm: jaren was de film, gemaakt in 2014 door Teus van Sintmaartensdijk in een la blijven liggen, nu wilde iedereen zien hoe een zakenman tienduizenden euro’s investeerde om iedereen die dichtbij Herman Brood stond weer bij elkaar te krijgen en zélf ging drummen in de band.

Tussen lach en schaamte was het. Het aantal schrijnende scènes was legio. Concerten voor tien man en een paardenkop. Het ontslag van diverse bandleden. Een pijnlijk goedmaaketentje met een gewezen verslaafd bandlid in het Okura Hotel. En dan was er nog dat hysterische gedoe met het Duitse voormalige punkicoon Nina Hagen. Twee keer zouden ze op tournee gaan, twee keer zegde ze met veel theater en geschreeuw af.

Maar je vroeg je vooral af wat deze in colbert drummende zakenman toch dreef? Was het grootheidswaanzin? Dacht hij werkelijk met veel geld een stel van alcohol en dope wankelende ouwe rockers te transformeren tot een soepel opererende band? Zeker, zegt Jan ’t Hoen nu in zijn kantoor en vist bewijs uit zijn bureaula: een lange tourlijst. Zo’n tachtig keer optredens per jaar doen ze, van rockcafé, partycentrum tot muziekhuis en theater. Schnabbels op Curaçao, festivals als Retropop in Emmen. En vers van de pers: een event van Quote in het Nieuwe de la Mar.

Met de hulp van oud-Broodmanager Van Dijk kreeg ’t Hoen de band precíes waar hij ze hebben wilde: in het gareel. Clean, tamelijk gezond en ‘professioneel’ spelend in wat nu veel meer dan een tributeband is. Enkel het gebruik van de naam Wild Romance was nog een heikel puntje. Want weduwe Xandra Brood was bepaald ‘not amused’ dat de band volop toerde onder die naam. Vorig jaar kwam de zaak voor. „Een beetje zieligdoenerij”, aldus ’t Hoen. „Ze deed nóóit wat met die naam. Nu was het – tja letterlijk - alsof we hen brood uit de mond namen.” Ze kwamen er samen uit. Hij draagt voortaan geld af per show, voor vijf jaar. Voor marketing doeleinden mag gerefereerd worden aan Brood, verder heet de band nu weer Wild Romance.

Foto Tammy van Nerum
Foto Tammy van Nerum
‘In een tent als deze, bloedheet en ruig, moet je spelen wat je waard bent.’
Foto’s Tammy van Nerum

Alle dagen regen

‘Seks, drugs and rock-’n- roll is sowieso een mythe’

Toen de documentaire online kwam, zette Jan ’t Hoen zijn sociale media „maar even een tijdje uit”. De hausse aan reacties, hij schrok er wel van. „Alsof ik geld gooide in een bodemloze put.” Hij benadrukt, zoals vaker deze dagen: de film is vijf jaar oud en geeft een eenzijdig beeld. „Van een jaar filmen koos de filmer net alle dagen met regen. Dat het stroef liep of mis ging. Ik heb eerder een veel mildere versie met een andere titel gezien.

„Veel mensen dachten dat het na de film ophield met de band. Dit was juist het begin! Daarna zagen mensen ons echt heel vaak. Vorig jaar nog, speelden we in Carré tijdens het IDFA waar een film over Brood draaide. We stonden eerder in DWDD. Dit is gewoon dezelfde band hoor.”

Maar goed, wat dondert het, het levert veel publiciteit en extra showaanvragen op. De kritiek op zijn gladgestreken, laconieke ‘rock als business’-handelswijze in de docu laat ’t Hoen gemakkelijk van zich af glijden. Kritiek op zijn zakendoen is van alledag. „Ik lig nogal eens overhoop met banken.” Er is een genoeg aantal geschillen dat hij liet voorkomen. Ach, die seks, drugs and rock-’n- roll is sowieso een mythe, vindt hij. „Kijk maar eens naar succesvolle rockbands als de Foo Fighters en Metallica; ik bekeek hun documentaires onlangs. Het is menselijk om bepaalde dingen goed georganiseerd te willen hebben. En ik schep de mogelijkheden om deze topmuzikanten creatief te laten schitteren.”

Foto Tammy van Nerum
Foto Tammy van Nerum
In de kleedkamer/keuken.
Foto’s Tammy van Nerum

Lokale bar

‘Ik kan ze verder niets verbieden of helemaal droogleggen’

Zijn fascinatie voor Brood en consorten was er al als tiener. Op zijn zeventiende was hij even in beeld als drummer. Maar hij bedankte. Dat had hij „nooit overleefd.” Herman Brood zag hij vaak in Cadaques, Noord-Spanje, waar ’t Hoen een tweede huis heeft. Brood vierde er ook zijn vakanties, exposeerde er en speelde in het dorp bij een lokale bar.

In 2011 trommelde ’t Hoen vrienden van Brood op om er een week lang muziek te maken. Dat resulteert in vier optredens „die schreeuwden om een vervolg”. „Vervolgens heb ik Koos eens benaderd. Die ken ik al sinds 1980 en hij liep na de dood van Brood ook met zijn ziel onder zijn arm door de stad.”

Nee, schudt hij zijn hoofd. Noem hem niet de eigenaar van deze band. „Het is prettig voor een band dat er organisatie is. Er leven nu dertien man van de band. Er is financiële rust. Die andere rauwe periode hebben ze allang meegemaakt.” Dat er veel geld van hem in zit, is een gegeven. „Ik praat niet over bedragen. Ik heb veel gefaciliteerd ja, een repetitieruimte, opnames in de studio, instrumenten, een goede crew. Oude rockers, die van alles aan hun gezondheid hebben gemankeerd, moeten niet ineens zelf gaan lopen sjouwen. En oké ja, die tourbus, het is een soort gimmick nu he? We gaan ermee tot Zuid-Spanje. Ik heb gewoon gerekend: die bus kost 26.000 euro, en er is voor 20.000 euro aan verspijkerd. De crew slaapt in de bus om op de spullen te passen en de band kan in een goedkoop hotel. Ach, om zo’n band on the road te krijgen moet je zorgen dat je goede spullen hebt. Anders sta je na drie optredens met soldeerbouten.”

Dat oude gewoontes van de rockers zich niet zo maar gladstrijken, viel hem nog het meest tegen. Het botste, en goed ook. In de film zie je gitarist David Hollestelle tieren voor de camera. „What the fuck! Als ik alcohol wil drinken, drink ik alcohol!” Onhoudbaar, dus die gekke Hollestelle lag eruit.

„Coke is gewoon een no go”, zegt Jan ’t Hoen. „Ik kan ze verder niets verbieden of helemaal droogleggen. Maar ’s ochtends al bier en dan halverwege de dag lam, dat moeten we niet hebben. Soms waren ze halverwege optredens al zo zat als een aap. Dan waren Koos en ik volop shows aan het verkopen en vroeg ik me af: heb ik straks nog wel een band. Ze namen het gewoon niet serieus.”

Als een coach die basisplekken verdeelt, deed hij dus wissels. „Ik zie niet hoe je het anders zou doen. Louis van Gaal die met zijn gouden groep naar het WK wilde, maakte ook die afweging. Anders verlies je leden onderweg in zo’n toer. We moeten het fysiek aan blijven kunnen. Je biedt ze een kans, maar ze moeten wel gemotiveerd zijn.”

Foto Tammy van Nerum
Foto Tammy van Nerum
Foto Tammy van Nerum
Foto Tammy van Nerum
The Shack in de Oude Meer.
Foto’s Tammy van Nerum

Nieuwe hartkleppen

Een tijd was David Hollestelle meer dood dan levend, weten de anderen.

Hollestelle is inmiddels teruggekeerd bij de band. Mét nieuwe hartkleppen en nuchter. Een tijd was hij meer dood dan levend, weten de anderen. Veel drinken mag hij na zijn operatie niet meer. Op het podium van The Shack jakkert hij met zijn gitzwarte haren, zijn onpeilbare blik en punky panterschoenen even onbekommerd als stoer door. De podiumvrees die hij voorheen wegsnoof, is overwonnen, zei hij niet zonder trots.

De band sluit de show in een inmiddels werkelijk dampende Shack af met zijn nieuwe single. De rockers spelen ’m al voor de tweede keer deze avond, de bluesrocker ‘No Time To Lose’; ze geloven er heilig in de hitpotentie ervan. De release is speciaal vervroegd naar volgende week - een zakelijk slimmigheidje van ’t Hoen natuurlijk. En ook de albumrelease, met vergeten Brood-juweeltjes, covers en wat nieuw werk is nu in april. Is al die commotie toch nog ergens goed voor.

En die beruchte documentaire Buying The Band? Inmiddels offline. Zangeres Nina Hagen maakte stevig bezwaar, zeker tegen een met een verborgen camera gefilmde scène in de studio waarin ze uit haar dak gaat. Muziekplatform 3voor12 is nu in overleg met haar advocaat en hoopt binnenkort een aangepaste versie zónder Hagen terug te zetten.

Beeldredactie Lynne Brouwer. Vorm Koen Smeets.

Correctie 20 maart 2018: In een eerdere versie van dit artikel werd de zanger van The Wild Romance Edgar Koelewijn genoemd. Hij heet Edgar Koelemeijer.