Opinie

    • Frits Abrahams

Op auditie bij Nicholson

Censuur is en blijft ongewenst. Misschien mag ik met die vijf woorden het interessante Cultureel Supplement van NRC gisteren over #MeToo simplistisch samenvatten.

Arnon Grunberg wees op de „noodzakelijke morele ambiguïteit van het kunstwerk” en Sandra Smallenburg pleitte: „Laat de kunstwereld vooral de vrijplaats blijven die het altijd geweest is. Laat kunstenaars maken wat ze willen, ook al is het choquerend.”

Daar lijkt me weinig tegen in te brengen. Het waardevolle van de #MeToo-beweging moet niet gezocht worden in een verbod van bepaalde kunstuitingen, maar in een verandering van omgangsvormen. Dit in de ruimste zin van dat woord. Vrouwen horen met respect behandeld te worden, het discrimineren, bedreigen, vernederen, stalken, om nog maar te zwijgen van erger, moet ophouden.

Dat klinkt nu, mede dankzij #MeToo, als een open deur, maar het is een deur die langer dicht is geweest dan we beseft hebben. Ik merkte het weer eens toen ik onlangs door de uit 2004 daterende biografie Jack van Jack Nicholson zat te bladeren. The Great Seducer is de ondertitel van dit door Edward Douglas (een pseudoniem) geschreven boek, dat gebaseerd is op informatie van vrienden en geliefden.

Nicholson, nu tachtig jaar, is een buitengewoon goede acteur, een van de meest charismatische uit de filmgeschiedenis. Hij heeft als Grote Verleider een woelig liefdesleven achter de rug met bekende en onbekende vrouwen. De vrouwen van die laatste groep, schrijft Douglas, vormden een officieuze harem waarvan de leden elkaar niet kenden, al waren ze wel op de hoogte van elkaars bestaan. „Nicholson scheen hen nodig te hebben, maar voelde tegelijk afkeer van hen.” Dat zou te maken hebben met zijn bizarre jeugd, toen hij opgevoed werd door zijn grootouders die zich voordeden als zijn ouders terwijl zijn moeder zich uitgaf voor zijn zus.

Het vierde hoofdstuk van dit boek heet ‘The Casting Couch’ en gaat over Nicholson als regisseur van zijn speelfilm Drive, He Said uit 1971. Het werd een brutaal voorbeeld van seksuele exploitatie in de castingpraktijken van Hollywood, schrijft Douglas al in, nogmaals, 2004. Nicholson liet tal van vrouwen ongekleed poseren voor een rol in een naaktscène, hoewel hij die rol allang vergeven had aan een professionele actrice. Ze moesten zich ontkleden in een kamer vol mensen terwijl Nicholson hen glimlachend bekeek en zei: „Dank je, je hoort nog van ons.”

Wie keek in 2004 op van deze passage?

Nicholson kreeg volgens Douglas een hekel aan zijn reputatie als rokkenjager. „Ik heb eens tegen een reporter gezegd dat ik alle meiden heb genaaid die ik wilde hebben, maar al die vrouwen moesten niets hebben van die bewering […] Ze willen geen onderdeel zijn van een pussy parade.”

Ik durf er veel onder te verwedden dat Nicholson anno 2018 dergelijke uitspraken niet meer zou durven te doen, al was het alleen maar om te voorkomen dat hij zou worden vergeleken met de ongetwijfeld ook door hem verafschuwde Donald Trump. Dat is al een hele vooruitgang, ook al zal de #MeToo-beweging het niet voldoende vinden. Daar zullen ze ook die auditiepraktijken volledig afgeschaft willen hebben. En terecht – als ze maar niet al die films verbieden waarin Nicholson als acteur heeft geschitterd.

    • Frits Abrahams