Ook ouderen willen een lentelook

MODE Veel ouderen kunnen niet meer naar de winkel, daarom komt de winkel naar hen. Mode in het verpleeghuis. „Zachte stoffen en veel elastaan.”

Modeshow in verpleeghuis Sonnevanck in ’s-Gravenzande.

De vrouwelijke mannequins tonen hun mooiste glimlach , maar er klinkt pas applaus als Arie Doorduyn (52) met kaarsrechte rug langs de tafels met koffiekopjes en stroopwafels paradeert.

Af en toe poseert hij vlak voor de neus van zijn grijzende publiek, dat aan zijn trui mag voelen. Knipogend zeggen de vrouwen dat het blauw hem goed staat. Een van de aanwezigen lijkt minder onder de indruk en ligt met haar kin op haar borst te slapen. Als ze van Doorduyn een aaitje over haar knie krijgt en wakker schrikt, barst de groep in lachen uit.

De recreatiezaal van verpleeghuis Sonnevanck in ’s-Gravenzande was een uur eerder in een razend tempo tot een winkel getransformeerd. De verkoopsters van Doorduyn Mode rolden de kledingrekken vanuit een vrachtwagen naar binnen en zetten ze als een slang om de tafels heen. In het midden van de zaal maakten ze ruimte voor de ‘catwalk’. Eigenaar Arie Doorduyn verkoopt de voorjaarscollectie van zijn kledingbedrijf hoofdzakelijk door langs woonzorgcentra, serviceflats en verpleeghuizen te reizen en modeshows te organiseren. Net als zijn „collega-concurrenten” in de seniorenmodebranche.

Ouderen die niet meer zelfstandig wonen, komen vaak niet meer in reguliere winkels, zegt Angelique van Leeuwen, welzijnsmedewerker van Sonnevanck. „Ik vind het zelf al erg benauwend om in een pashokje te staan, laat staan als je een rollator hebt.” Bewoner Joke Buijs (86) beaamt: „Ik vind het te krap en te druk in kledingwinkels en ik durf eigenlijk ook niet naar het dorp te lopen. Ik ben bang dat ik val, ook al ben ik redelijk te been.” Een gemis, want ook senioren voelen zich zelfverzekerder als ze nieuwe kleren aanhebben, aldus Van Leeuwen.

Foto Peter de Krom
Een modeshow voor senioren, georganiseerd door Doorduyn Mode in Sonnevanck in ‘s-Gravenzande. Foto: Peter de Krom
Foto’s Peter de Krom

Doorduyn komt twee keer per jaar met zijn winkel op bezoek, en dan kunnen de bewoners uit ongeveer tweeduizend kledingstukken kiezen, zegt hij. „Je wil natuurlijk niet dat iedereen in hetzelfde gaat rondlopen.” Al komt niet iedereen naar de shows om kleren te kopen. Johanna Labrie (88) wil vandaag alleen kijken, zegt ze: „Ik heb de vorige keer al kleren gekocht. Mijn kast zit vol. Maar ik zie graag mensen om me heen. Mijn vriendin is naar boven verhuisd, naar de afdeling voor mensen met dementie. Tijdens de modeshow kan ik weer gezellig met haar aan tafel zitten.”

Wat maakt kleding geschikt voor senioren? Belangrijk is dat de kleren lekker zitten, zegt Jeroen Voortman (34), mede-eigenaar van seniorenmodebedrijf LANCOmode. „Ze zijn gemaakt van zachte stoffen als viscose en bevatten veel elastaan, zodat ze niet kunnen knellen. Ze zijn ook makkelijk aan en uit te trekken. Zo hebben herenpantalons een elastieken band aan de bovenkant.”

Oneerbiedig gezegd heeft een broek geen kont en past er een buik in

Arie Doorduyn, eigenaar van Doorduyn Mode

De pasvorm sluit ook goed aan op het figuur van de senioren, gaat Voortman aarzelend verder. „Hun lichamen zijn natuurlijk, eh…” Doorduyn: „Oneerbiedig gezegd heeft een broek geen kont en past er een buik in.”

Broeken met smalle pijpen en twinsets

De seniorenmode bestaat niet meer uit ouderwetse japonnen met bloemenprints, benadrukken beide mannen. De kleding is „vervlot”. Vandaar dat Doorduyn het woordje ‘senioren’ op zijn vrachtwagen heeft overgespoten. „We verkopen tegenwoordig voornamelijk combinatiemode. Klanten kunnen zelf kiezen wat ze voor boven en onder leuk vinden.” Broeken met smalle pijpen zijn in trek, zegt hij, net als twinsets: shirtjes met een bijpassend vest. In de zomer zouden ouderen graag polo’s met een kraagje en mouwen tot aan de elleboog dragen.

De kleuren van dit voorjaarsseizoen zijn blauw en zalmroze, zegt de ladyspeaker die opgewekt commentaar levert. De verkoopsters, die van middelbare leeftijd zijn, showen kleurige shirts met „elegante halzen” en Dreamstar-spijkerbroeken met een „klein glimmertje” erin.

LANCOmode schakelt regelmatig bewoners in voor het modellenwerk, zegt Voortman: „Laatst liep een vrouw van tweeënnegentig mee. Ze was helemaal trots.” Doorduyn begint daar niet aan: „Ze bedoelen het goed, maar hebben geen kaas gegeten van de collectie. Het publiek moet vragen kunnen stellen, bijvoorbeeld of het product in een andere kleur aanwezig is.”

Foto Peter de Krom

Lenie Moor (89) bewondert de collectie hardop maar vindt niet alles voor zichzelf geschikt, zegt ze: „Toen ik voor het eerst een broek droeg en dat nog niet in de mode was, zeiden kennissen dat ik er een dikke kont in had. Sindsdien draag ik alleen maar rokken.” Karin van der Meer (56) kletst met oude vriendinnen van haar moeder, die onlangs is overleden. „Ik kom nog steeds langs omdat ik mij hier thuisvoel. Naar de modeshows gaan is een traditie geworden. Mijn moeder gaf minstens 400 euro per keer uit. De kleren vond ze alleen te mooi om aan te trekken.”

Sommige ouderen geven weliswaar veel geld uit in de rijdende winkels, maar toch is het voor seniorenmodebedrijven moeilijker geworden om op locatie te verkopen, zeggen Doorduyn en Voortman. Door de veranderingen in de zorg blijven mensen langer zelfstandig wonen en komen alleen de zwaardere gevallen in verpleeghuizen en zorgcentra terecht, zegt Doorduyn. „Het aantal dementerenden neemt verhoudingsgewijs toe, en dus komen er minder mensen naar de modeshows.” Later merkt hij op: „De rolstoelcapes zijn niet echt populair, omdat mijn doelgroep er minder op uitgaat.”

Omkleden in de zaal

Daarnaast is het een probleem dat mensen met dementie steeds vaker geen eigen begeleider bij zich hebben die hun portemonnee beheren, zegt Doorduyn. „Dat speelt vooral in de Randstad. Ik vind het schrijnend om te zien. Alsof ouderen er niet goed uit willen zien.” Angelique van Leeuwen: „We merken dat familieleden het vaak te druk hebben om langs te komen. Dat is ook jammer voor de bewoners die alleen fysiek iets mankeren. Sommigen willen alleen iets kopen als hun dochter het ook mooi vindt.”

Wetenschappers breken zich het hoofd over hoe ze mensen aan het sporten krijgen. Het antwoord komt uit de Achterhoek: de FreeWheel Club.

Lenie Moor heeft een kennis bij zich die „goudeerlijk” is. Zwarte kleren moet ze niet willen, daarover zijn ze het eens. Daar wordt ze een beetje bleek van. Maar felle kleuren zoals groen staan goed bij haar getinte huid. Mooie jurk, zegt Moor, als een van de modellen een pirouetje maakt in een rok en shirt met een blaadjesmotief. „Dit is géén jurk”, zegt de ladyspeaker die achter Moor blijkt te staan, streng in haar microfoon.

Bij elk kledingstuk dat geshowd wordt, vermeldt ze of het in de was meekan, of er zakken voor de zakdoekjes inzitten en wat de prijs is: grofweg tussen de twintig en honderd euro. Tussendoor deelt ze mee dat de kleren in maat 38 tot 58 beschikbaar zijn en dat er in het koopjesrek geen tweedehandskleren hangen. „Arie gaat op stap”, zegt ze als Doorduyn in een loeistrakke broek en met een pet op zijn hoofd voor de tweede keer zijn opwachting maakt. Voor de heren die „rits en knopen moeilijk kunnen bedienen” zijn er pantalons met elastiek, belooft ze.

Foto Peter de Krom

Bestaat de seniorenmodeshow over tien jaar nog? LANCOmode opent binnenkort een vaste winkel met haal-en brengservice; ze zullen voortaan niet alleen met kleren rondreizen, maar ook klanten vervoeren. De shows op locatie blijven wel een essentieel onderdeel van de bedrijfsvoering, zegt Voortman. Er worden 360 graden-filmpjes van gemaakt voor de webshop. Doorduyn past zich aan door meerdere adressen op een dag te bezoeken, zegt hij. Waar en wanneer hij met zijn winkel langskomt, zet hij expres niet online. Een concurrent zou kunnen proberen een week eerder langs te gaan. „De wereld van de seniorenmode is vrij agressief.”

Na de modeshow neemt Doorduyn plaats achter de kassa voor de vrouwen die alvast naar het koopjesrek waren geschuifeld. Waarom liep hij eigenlijk mee als dressman, zoals hij dat noemt? Er zaten toch geen mannen in de zaal? „Het zijn vaak de vrouwen die hun kleding kopen”, zegt Doorduyn. „De mannen zijn opgevoed met het idee dat het niet stoer of mannelijk is om zelf naar kleren te kijken.” Met hulp van de verkoopsters kleedt een aantal bewoners zich onbeschaamd in de recreatiezaal om. De broeken van Dreamstar blijven hangen, maar de blouses met blauwe panterachtige prints doen het goed. Johanna Labrie past het witte shirt dat ze tijdens de modeshow heeft gezien liever op haar eigen kamer. Haar voornemen om geen kleren te kopen, lijkt ze te willen vergeten. „Het is mooi, vind je niet? Ik hoef er niet heel opgeprikt uit te zien. Dit is lekker simpel voor in de zomer. Een leuk vestje eroverheen. Eigenlijk past het bij alles.”

Lees ook over werkende senioren: Tachtigplus, maar nog lang niet met pensioen
    • Manouk van Egmond