‘Onbekende’ nieuwkomer novitsjok was allang bekend

Russisch gifgas

De aanslag op dubbelspion Skripal maakte een onbekend Russisch zenuwgas op slag wereldberoemd. Maar het is al sinds de jaren negentig bekend bij de veiligheidsdiensten. Publieke kennis werd al die tijd krachtig onderdrukt.

Chemische formule van een van de novitsjok-varianten. Het publiceren van deze formule is niet gevaarlijk omdat deze stof bijzonder moeilijk is (na) te maken in een laboratorium. Illustratie Rik van Schagen

Novitsjoks bestaan dus - en deze gifgassen zijn levensgevaarlijk. Deze Russische zenuwgassen-die-niet-genoemd-mochten-worden staan opeens midden in de schijnwerpers.

Afgelopen maandag maakte de Britse premier Theresa May bekend dat voor de aanslag op de Russische dubbelspion Sergej Skripal een zenuwgas was gebruikt uit de novitsjok-groep. Vijf dagen lang was de stof ‘a rare nerve agent’ genoemd, een ongewoon zenuwgas. Op blogs en in fora had dit experts tot wilde speculaties gebracht. Nu had het kind een naam: novitsjok. Russisch voor: nieuweling.

NRC liet dit artikel vertalen naar het Engels: ‘Unknown’ newcomer novichok was long known

De experts stonden versteld. De vermoedelijke Russische aanslagplegers hadden een middel ingezet waarvan op voorhand vast stond dat het naar Rusland zou leiden. Tegelijk hadden ze in één klap het zorgvuldig gekoesterde stilzwijgen rond die stof doorbroken. Zeker zo interessant was dat het Britse instituut voor onderzoek aan chemische wapens in Porton Down zonder noemenswaardige moeite wist te achterhalen dát het gebruikte middel een ‘novitsjok’ was. Rond de novitsjoks is hiermee een compleet nieuwe situatie ontstaan.

De buitenstaander informeert zich niet makkelijk over novitsjoks. Niet alleen in Rusland maar ook in het Westen wordt tot op de dag van vandaag uiterst geheimzinnig gedaan over deze stoffen. Ze ontbreken bijvoorbeeld opvallend op de verder zo uitgebreide ‘Annex on Chemicals’ van het verdrag tegen chemische wapens. En op internet worden zóveel totaal verschillende formules voor de novitsjoks aangeboden dat er geen touw aan vast is te knopen. De indruk is dat opzettelijk foute informatie is verspreid.

Inmiddels staat vast dat de beschrijving die de Russische chemicus Vil Mirzajanov in 2009 van de novitsjoks gaf in zijn boek ‘State Secrets’ correct is. Zijn structuurformules worden geleidelijk in handboeken overgenomen. De internationaal vermaarde Britse chemicus Julian Perry Robinson, die al vijftig jaar over chemische wapens publiceert, bevestigt de juistheid. Ook de goed geïnformeerde Amerikaanse bioloog/politicoloog Jonathan Tucker ging voor zijn boek ‘War of Nerves’ (2006) af op informatie van Mirzajanov. De Nederlandse chemicus Henk Benschop, die State Secrets onder de aandacht bracht, zag geen reden om aan de juistheid van Mirzajanovs opgaven te twijfelen. Benschop, inmiddels overleden, werkte op het TNO-instituut in Rijswijk dat, net als ‘Porton Down’, onderzoek doet aan chemische wapens.

Of de novitsjoks inderdaad 5 tot 8 maal giftiger zijn dan het Westerse VX en of een novitsjok-besmetting inderdaad niet is te behandelen, zoals Mirzajanov beweert, staat niet vast. Dat de stoffen niet detecteerbaar zouden zijn, zoals hij ook heeft gezegd, is nu weerlegd.

Mirzajanov’s State Secrets is een lijvig, technisch en moeilijk toegankelijk boek dat niet iedereen voor zijn plezier zal lezen. Maar het geeft een schitterend inzicht in de manier waarop de Sovjets zenuwgassen ontwikkelden. Voor een goed begrip van de geheimzinnigheid én de desinformatie rond de novitsjoks is het onmisbaar.

Postbus 702 in Moskou

Mirzajanov werkte van 1965 tot 1992 als expert op het gebied van gaschromatografie op het staatsinstituut voor organische chemie en technologie GOSNIIOChT in Moskou. Op dit geheime instituut, formeel alleen bekend als ‘postbus 702’, ontwikkelden de Sovjets nieuwe chemische wapens. Ze synthetiseerden er een Russische versie van het Brits-Amerikaanse VX (later RVX, VR of ‘substantie 33’ genoemd) en rond 1972 ontdekte Pjotr Kirpitsjov de ongekende giftigheid van de stoffen die op den duur ‘novitsjoks’ genoemd zouden worden. De eerste stof kreeg de code A-230, een variant die beter bruikbaar bleek kreeg code A-232. Er is een hele familie novitsjoks ontstaan…

Mirzajanov maakte het van zeer nabij mee, hij analyseerde de zuiverheid van de preparaten in het laboratorium en bij veldtesten. Maar van lieverlee raakte hij doordrongen van het grote gevaar dat mens en milieu van het werk aan zenuwgassen te duchten hadden. De ‘glasnost’ die president Gorbatsjov had afgekondigd bood hem de kans aan de bel te trekken. In 1991 waarschuwde hij de Moskovieten in dagblad Koeranty voor de aanwezigheid van instituut GOSNIIOChT. Hij werd prompt ontslagen. Zijn artikel kreeg nauwelijks aandacht.

Mirzajanov verwierf de steun van chemicus Lev Fjodorov die bezig was de geschiedenis te schrijven van het Sovjet-onderzoek aan chemische wapens en in september 1992 publiceerden ze samen opnieuw, veel uitvoeriger en in steviger taal. „In GOSNIIOChT is een nieuw zenuwgas ontwikkeld dat aanzienlijk giftiger is dan het bekende VX,” schreven ze. „Het kan binair worden toegepast. Veldtesten met dit middel gaan door tot op de dag van vandaag.” Binnen een maand werd Mirzajanov gevangen gezet. Een groot geluk is geweest dat de twee een interview hadden gegeven aan correspondent Will Englund van The Baltimore Sun. Die berichtte uitvoerig over de zaak.

Dit was het moment waarop de novitsjoks in het Westen bekend werden. Maar dat nieuws kwam het Westen absoluut niet gelegen, dát is de kern van de geschiedenis van de novitsjoks. Na ruim twintig jaar onderhandelen was net de tekst van het verdrag tegen chemische wapens (CWC) geaccepteerd, ondertekening was maar een paar weken weg. Nu opeens werd duidelijk dat de Sovjets het Westen hadden bedrogen! Er was niet in goed vertrouwen onderhandeld, ze hadden niet de opening van zaken gegeven waarop was gerekend, ze hadden nooit een woord over de novitsjoks gezegd. Om het CWC te redden besloot het Westen het bestaan van de novitsjoks te negeren, zelfs te ontkennen. Wie in 1992 met TNO belde kreeg te horen dat berichten over novitsjoks onzin waren.

Het is achteraf bezien een mirakel dat dit beleid van ontkennen gewerkt heeft. Want Mirzajanov, die onder druk van Westerse publiciteit was vrijgelaten en in 1995 naar de VS emigreerde, werd daar met fanfare en respect onthaald. Hij kreeg een positie aangeboden bij Edgewood Arsenal, het Amerikaanse centrum voor onderzoek aan chemische wapens (hij weigerde), hij getuigde voor een subcommissie van de senaat, schreef essays en werd links en rechts geïnterviewd. Hij huwde een Amerikaanse vrouw en vestigde zich in Princeton.

Het gifgaslaboratorium van GOSNIIOChT, midden in Moskou.
Foto’s uit V.S. Mirajanov, ‘State Secrets’.

In Rusland profiteerde Lev Fjodorov, met wie Mirzajanov inmiddels een felle ruzie had gekregen, van de open sfeer die onder Boris Jeltsin was ontstaan. Als een soort spin-off van zijn geschiedschrijving rapporteerde hij over GOSNIIOChT en onthulde hij (in 1993) de structuur van het Russische VX. Zijn werk werd in Westerse vakbladen geciteerd en het werd duidelijk dat instituten als Edgewood het Russische VX snel en openlijk in onderzoek hadden genomen. De doorslag zal wel hebben gegeven dat het Russische VX niet veel verschilt van het Amerikaanse - en ook minder giftig is.

Maar de novitsjoks verdwenen onder de mat. Het verdrag tegen chemische wapens, begin januari 1993 ondertekend en in 1997 van kracht geworden, noemt ze niet. De in Den Haag gevestigde organisatie OPCW, die toeziet op naleving van het verdrag, heeft vele, vele jaren gedaan alsof ze niet bestonden. Ook niet toen een van de GOSNIIOChT-directeuren, Viktor Petroenin, tussen 1998 en 2002 in de wetenschappelijke adviesraad van de OPCW zat. Over novitsjoks werd gezwegen.

Toen de Britse chemicus Julian Perry Robinson in 2003 aan de hand van wat losse gegevens over de productie van novitsjok zijn vermoeden van de structuur publiceerde, werd hij op hoog niveau tot de orde geroepen. „Ik moest voor een commissie van de betrokken ministeries verschijnen en kreeg een reprimande. Dit is me nooit eerder overkomen. En het was maar een probeersel, ik wilde weten of ik het goed had.” Hij had het praktisch goed, zoals hij het in 1970 bijna goed had toen hij als jong chemicus de structuur van het geheime VX achterhaalde en publiceerde in de marge van een WHO-brochure.

Een soort verstandhouding

In Princeton ontging het Vil Mirzajanov niet dat er nauwelijks aandacht was voor de novitsjoks. Kennelijk was tussen Russen en Amerikanen een soort verstandhouding over de stoffen ontstaan, liet hij in 2014 per mail weten. „I believe that this was deeply wrong.” In 2002 al had hij zijn in het Russisch genoteerde memoires in Tatarstan gepubliceerd (hij is een trotse Tataar), zonder op technische details in te gaan. Nu besloot hij zijn memoires in het Engels te publiceren – en mét technische details. Dit laatste ontging aanvankelijk de gezaghebbende politicoloog en wapenexpert Amy Smithson, die als co-auteur zou optreden. Ze haakte af toen duidelijk werd dat Mirzajanov ook de structuur van de novitsjoks zou onthullen. Daarna kon deze geen uitgever meer vinden en bracht hij in februari 2009 het boek in eigen beheer uit.

Er gebeurde iets vreemds. Bijna niemand reageerde, bijna niemand besprak het werk. De instituten en tijdschriften die het voor hem op hadden genomen toen hij in 1992 gevangen werd gezet zwegen nu. Een enkel vakblad (CBRNe World, de Journal of Slavic Military Studies) publiceerde een toornig commentaar: uiterst onverantwoordelijk! Toen de uitgeweken Russische wapenexpert Kanatzhan Alibekov in 1999 een schokkend boek (Biohazard) uitbracht over het Russische werk aan biologische wapens kreeg hij alle aandacht. Hij werd overal ontvangen en was lange tijd vaste gast in tv-programma’s. Vil Mirzajanov werd nergens ontvangen. Op YouTube produceerde hij zijn eigen uitzendingen.

Telegrammen uit Wikileaks

Wat hier achter heeft gezeten is moeilijk te achterhalen. „Ik weet dat de Amerikaanse regering niet blij met me is”, mailde Mirzajanov. Wat hij niet wist is dat de Amerikaanse en Britse overheid actief optraden om publiciteit rond zijn boek ‘State Secrets’ en novitsjoks te voorkomen. In de diplomatieke telegrammen die WikiLeaks eind 2010 begon vrij te geven (‘Cablegate’) is daarvan de weerslag te vinden. In een ‘geheim’ geclassificeerd telegram van 26 maart 2009 meldt de Amerikaanse ambassade in Den Haag aan CIA, nationale veiligheidsraad en State Department dat er binnen OPCW-kringen over ‘State Secrets’ en novitsjoks gesproken werd en dat Mirzajanov nu op YouTube verscheen. De Britten waren al corrigerend opgetreden, nu vroeg de Amerikaanse ambassade om instructie. Die instructie kwam op 3 april: „Vermijd elke inhoudelijke discussie over State Secrets, ontmoedig die discussie en meldt alle gevallen waarin toch over het boek gesproken wordt.”

Thuis in Princeton kreeg Mirzajanov bij herhaling de FBI over de vloer. „Steeds vragen ze me naar de details in mijn boek”, noteert hij eind mei 2009 op zijn blog. „Waarschijnlijk zijn ze niet blij met mijn onthullingen.” Later ontdekte hij dat de FBI registreerde wie zijn boek kocht met de bedoeling de boeken terug te kopen. Op YouTube verduidelijkte hij zekerheidshalve dat terroristen geen profijt konden trekken van zijn onthullingen. Ze zouden zelf bij de bereiding van de novitsjoks het leven laten.

De geheimzinnigheid heeft niets met terroristen te maken, denkt ook Perry Robinson. „For goodness’ sake, waarom zouden die uitgerekend novitsjoks gebruiken? En niet een bom of een ander zenuwgas?” Het is duidelijk: het Westerse stilzwijgen over novitsjoks houdt verband met bescherming van het chemisch wapenverdrag. Beter een onvolledig verdrag dan geen verdrag, zegt een ingewijde.

Vergadering van een afdeling van GOSNIIOChT, in 1978, met geheel rechts de uitvinder van novitsjok Pjotr Kirpitsjov.

Foto’s uit V.S. Mirajanov, ‘State Secrets’.

Wat de chemische chaos rond novitsjoks op internet heeft veroorzaakt, en wat daar de correcte formules van Mirzajanov zo buiten beeld heeft gehouden, is een aparte studie waard. Onmiskenbaar hebben enthousiastelingen die op allerlei fora onder namen als ‘Samosa’, ‘DDTea’, ‘Megalomania’ en ‘Fritz’ opereren veel verwarring gesticht. Het (onjuiste) wikipedia-lemma ‘novichok’ steunt voornamelijk op de inbreng, sinds maart 2008, van een onbekende die de naam ‘Meodipt’ gebruikt. Er is een opvallende overlap tussen het wikipedia-lemma en een Amerikaans militair patent dat - ook - novitsjoks behandelt. Veel van de geciteerde literatuur is terug te vinden in het geschiedkundig overzicht dat Lev Fjodorov inmiddels heeft gepubliceerd.

Een verkeerd spoor dat heel veel deskundigen heeft beziggehouden - en houdt – is op een ongekend intrigerende manier uitgezet: als een uitgebreide technische recensie (een zogenoemde ‘customer review’) bij een handboek over chemische wapens op de site van Amazon. Hij verscheen eind 2003 en Amazon heeft hem inmiddels – interessant genoeg - verwijderd maar de net genoemde ‘Samosa’ had hem gesaved en heeft hem op internet teruggezet.

Opvallend is dat deze gedetailleerde maar volkomen onjuiste informatie over novitsjoks is ondertekend door Anatoli Koentsevitsj. Dat is een beruchte Russische generaal die – vreemd genoeg – eind 2003 al dood was. De hamvraag is of de onjuiste informatie op een misverstand berust of opzettelijk is verspreid. De buitenstaander meent er de vingerafdrukken van Lev Fjodorov op te vinden, maar deze ontkent, desgevraagd, uitdrukkelijk elke betrokkenheid.