Sigrid Kaag in gesprek met vrouwen in een vluchtelingenkamp in Oost-Congo.

Floor Boon

Met minister Kaag naar Congo

Dienstreis

Minister Sigrid Kaag, eerder VN-diplomaat, reisde deze week naar Congo. Ze moet nog wennen aan haar nieuwe rol, maar voelt zich internationaal als een vis in het water.

Het is niet de chaos van ontelbare hutjes die het meest in het oog springt, opgetrokken uit klei en modder met alleen een rieten dak om de slagregens buiten te houden. Het is ook niet het stof, dat in de klamme warmte van Oost-Congo een permanente laag achterlaat op de huid.

Het zijn de kinderen. Tientallen, honderden. Uitgemergelde baby’s die nog een druppeltje melk uit hun moeders borst proberen te zuigen, wezenloze peuters met een hongerbuik.

In Katanika, een vluchtelingenkamp in de provincie Tanganyika, wonen zeker tienduizend mensen. „Strijders van de Twa, een naburige stam, omsingelden ons dorp en brandden het tot de grond toe plat”, zegt Liliane (32), die samen met haar twee jongste kinderen van drie en vier op het nippertje wist te ontkomen. Ze zag hoe rebellen alle mannen doodden, onder wie die van haar. Haar oudste drie kinderen raakte ze kwijt – ook dood, denkt ze. „Nu leven we hier, als beesten.”

Tientallen kampbewoners renden naar de heuvel om de kolonne terreinwagens te begroeten: negen witte en grijze trucks van de Verenigde Naties en voorop een zwarte personenauto. Sigrid Kaag, minister voor Buitenlandse Handel en Ontwikkelingssamenwerking, stapte uit, aan haar zijde Mark Lowcock, onder-secretaris-generaal voor de Verenigde Naties op het gebied van humanitaire zaken. Ze zijn hier om een indruk te krijgen van de rap verslechterende situatie in het gebied. Sinds 2016 breiden de conflicten tussen verschillende strijdgroepen zich uit. Het ontbreekt de regering aan autoriteit om de orde te bewaren in het grote territorium, zeker in de afgelegen grensstreken.

Tientallen kampbewoners renden naar de heuvel om de kolonne terreinwagens te begroeten.

Kaag neemt de omgeving in zich op, knikt vriendelijk naar de belangstellenden en verdwijnt dan in een ruime tent. Daar vertellen kampbewoners haar hun gruwelijke vluchtverhalen. „Het enige wat over was van mijn dorp waren smeulende resten”, zegt een man met zwarte rubberlaarzen. „Mijn vrouw en kinderen: dood. Mijn instrumenten om mee te vissen: weg. Mijn leven is verloren.”

Nu leven we hier, als beesten

Liliane (32), inwoner van een vluchtelingenkamp in de provincie Tanganyika

Vrouwen in kleurige rokken, vaal geworden door de felle zon, vertellen huilend over de slechte hygiëne en het grote risico om tijdens de bevalling te sterven. En over de verkrachtingen die ze meemaakten – voordat ze vluchtten, of hier als ze hout halen buiten het kamp.

Kaag, in kaki broek en witte blouse, luistert aandachtig naar de Franse vertaling – de voertaal in Congo is Frans, maar de lokale bevolking spreekt Swahili. Ze legt haar hand op een arm, betuigt medeleven, maar houdt professionele afstand. De verhalen raken haar niet zichtbaar. Ze zegt: „We doen ons best de situatie voor jullie te verbeteren.” Later zal ze zeggen dat ze dit soort verhalen, deze ellende, vaker hoort, dat ze het kan plaatsen.

Recht onder de evenaar

Sigrid Kaag is in de Democratische Republiek Congo om een vergeten conflict op de agenda te zetten. Nederland is dit jaar tijdelijk lid van de VN-Veiligheidsraad en deze maand ook voorzitter. Daarmee heeft Nederland invloed. Kaag wil zorgen dat de Verenigde Naties de politieke en financiële ondersteuning krijgen om voldoende hulp te kunnen geven aan de Congelese bevolking. Ze werkte zelf jaren voor de VN en heeft er goede contacten.

Congo zou een van de rijkste landen ter wereld kunnen zijn. Het is een gigantisch land in midden-Afrika, recht onder de evenaar. Er wonen ruim 81 miljoen mensen, op een oppervlakte ruim 56 keer die van Nederland. Het land is vruchtbaar (het Congobekken is na de Amazone het grootste regenwoud ter wereld) en er is een overvloed aan water (de rivier de Congo is de waterrijkste van Afrika). Daarnaast is Congo rijk aan bodemschatten als olie, goud en diamanten. Maar ook bezit het de grootste voorraad kobalt ter wereld en wordt coltan gewonnen: grondstoffen die onmisbaar zijn voor de productie van (onze) telefoons.

We doen ons best de situatie voor jullie te verbeteren

Sigrid Kaag, minister voor Buitenlandse Handel en Ontwikkelingssamenwerking

Maar de realiteit is anders. Het land is een van de armste ter wereld en kent een (post)koloniale geschiedenis van buitenlandse inmenging en corrupte leiders en milities. De burgeroorlog die woedde tussen 1998 en 2003 wordt vanwege de inmenging van vele buurlanden ook wel de Afrikaanse Wereldoorlog genoemd. Het conflict kostte aan ruim vijf miljoen mensen het leven. Na een periode van relatieve rust glijdt het land langzaam opnieuw af in chaos. De autoritaire president Joseph Kabila stelde verkiezingen al tweemaal uit, al verliep zijn termijn eind 2016. In januari zegde hij toe eind 2018 alsnog verkiezingen te organiseren.

Volgens de VN zijn in Congo 4,5 miljoen mensen op de vlucht voor conflict en geweld. Zeker dertien miljoen mensen hebben hulp nodig, ruim 4,5 miljoen kinderen dreigen ondervoed te raken. In de kampen is een groot gebrek aan voedsel, sanitair en medicijnen. Er is een cholera- en een mazelenepidemie. Veel vrouwen zijn seksueel misbruikt.

Eind deze maand besluit de Veiligheidsraad over verlenging van de VN-vredesmissie in Congo, Monusco. Deze missie, actief sinds 1999, telt ruim zestienduizend militairen uit vijftig verschillende landen. Nederland hoort daar niet bij. Wel organiseert Nederland samen met de VN en de Verenigde Arabische Emiraten op 13 april in Genève een donorconferentie voor Congo. Doel is 1,7 miljard dollar op te halen voor humanitaire hulp.

Floor Boon

Internationale diplomatie

Sigrid Kaag heeft bijna dertig jaar ervaring in de internationale diplomatie. Ze werkte voor de VN in New York, in Genève en de laatste jaren veelvuldig in het Midden-Oosten. Ze spreekt vloeiend Engels, Frans en Arabisch en beweegt zich met souplesse tussen zeer verschillende mensen. In gesprekken schakelt ze moeiteloos tussen internationale politiek-strategische en lokale concrete of persoonlijke onderwerpen. Haar in Nederland meest in het oog springende baan (voor ze minister werd) was die van hoofd van de VN-missie die er in Syrië op moest toezien dat het land zijn chemische wapens zou inleveren.

In Den Haag is positief gereageerd op haar komst. Kamerleden roemen haar dossierkennis, haar accurate reactie op gevoelige kwesties, haar prettige manier van omgaan met mensen.

Congo is de eerste humanitaire reis van Kaag in haar rol als minister. Waarom dit land? „Omdat de noden hoog zijn”, zegt ze op de vlucht naar de hoofdstad Kinshasa, in de nacht van zondag op maandag. „Nederland levert een bescheiden, maar consistente bijdrage. Alleen al daarom moeten we dit conflict niet voor lief nemen. Wat we doen is niet voldoende, maar niets doen is geen optie.” Haar stellige overtuiging: „Wij moeten ten principale kijken naar de crises die vergeten zijn, of die vergeten dreigen te worden. In dit soort landen is de vraag: wat kun je doen? Soms is dat alleen zorgen dat er niets verslechtert.”

Kaag, die voor het eerst in Congo is, spreekt snel en beslist, met kennis van zaken en autoriteit. „Syrië, Mali. Conflicten daar hebben een direct effect op Europa: ze veroorzaken vluchtelingenstromen of zijn een voedingsbodem voor terrorisme. Congolese vluchtelingen zijn er nauwelijks in Europa, die blijven in de regio. Dus Congo heeft geen giro 555. De wens is om een breder mandaat voor de VN te krijgen, om nauwer betrokken te zijn bij de organisatie van verkiezingen.”

Wat we doen is niet voldoende, maar niets doen is geen optie

Sigrid Kaag, minister voor Buitenlandse Handel en Ontwikkelingssamenwerking

Verbinding met New York

„Bonjour, bonjour!” roept Kaag hartelijk als het hoofd van de VN-missie, de Algerijnse Leila Zerrougui, de ruime veranda van de Nederlandse residentie in Kinshasa op stapt. De twee vrouwen omhelzen elkaar: ze kennen elkaar al jaren via de VN. Zerrougui is hier om te praten over Monusco; Kaag heeft maar een half woord nodig om te begrijpen waar de VN behoefte aan heeft.

Kaag bezoekt Congo namens Nederland, maar het zijn de VN-doelen die bij haar voor op de tong liggen. Daarover praat ze onvermoeibaar: „verbinding zoeken” met New York, waar het hoofdkantoor van de VN is gevestigd. „Draagvlak creëren” in de internationale gemeenschap voor de vredesmacht onder VN-vlag. Geld zoeken door het organiseren van een donorconferentie.

Na een lange dag vol gesprekken met vertegenwoordigers van de regering, het maatschappelijk middenveld, de kerken, de buurlanden en de VN, stapt Kaag uit de koele residentie de warme avond in en gaat zitten op de veranda. Ventilatoren proberen wat beweging te brengen in de dikke lucht, in de tuin staan palmbomen.

Floor Boon

„Ik pas kennis en ervaring toe op bestaande situaties”, antwoordt Kaag op de vraag of ze onderscheid maakt tussen haar rol van voormalig VN-gezant en die van Nederlands minister. „Het vertrekpunt van beide functies is hetzelfde, de doelstellingen ook: de steun voor ontwikkelingssamenwerking brokkelt af, dus we moeten laten zien dat het nog altijd noodzakelijk is.” Uit haar houding spreekt weerstand tegen de vraag. „Voor mij valt er niet zoveel te vergelijken. Ik ben dezelfde persoon en ik handel naar eer en geweten.”

In het vliegtuig, op de terugreis naar Nederland, komt ze erop terug. „Ik doe niet alsof een VN-baan niet anders is dan een ministersbaan. Nee, minister zijn is uniek, in deze rol leg ik verantwoording af aan de Tweede Kamer. En het is supermooi om je eigen land te mogen vertegenwoordigen, wie mag dat nou meemaken?” Ze noemt het gepolariseerde klimaat in Nederland, het geroep via sociale media. „Je hebt een cynisch publiek, veel mensen zijn op voorhand negatief. Ik zal veel uitleg moeten geven over waarom het belangrijk is wat ik doe.”

Als ze eerder was teruggekeerd naar Nederland was ze, vermoedt ze, al eerder politiek actief geworden. Tot ze aantrad in Rutte III, woonde Kaag in Libanon. Daarvoor in Syrië, Genève en New York. Haar man, een Palestijn, woont ook nu nog in Jeruzalem, hun vier kinderen wonen in Londen, Glasgow, Genève en Nederland. „Ik probeer eens per drie à vier weken naar Genève te gaan waar we een huis hebben, zodat we elkaar kunnen zien.” In Den Haag woont ze in een tijdelijke pied-à-terre. „Aan een huis zoeken ben ik nog niet eens toegekomen.”

Lees ook: Kaags ervaring in de hulpverlening is ook haar achilleshiel

Morele autoriteit

Na een lange vlucht en een autorit over een hoofdweg langs vele sloppenwijken, begon het bezoek van Kaag maandag in Kinshasa, een stad die haar inwonertal in de afgelopen twintig jaar zag verdubbelen tot naar schatting twaalf miljoen. Door die explosieve groei is de helft van alle Congolezen onder de twintig: langs de weg lopen menigten veelal jonge mensen richting de stad, of wachten op een bus. Vrouwen dragen manden voedsel op hun hoofd, mannen bieden handelswaar aan.

Zal in Congo dit jaar voor het eerst een leiderschapswissel plaatsvinden zonder geweld of coup? Daarover praat Kaag ook tijdens haar verblijf. „Wij zullen geen invloed kunnen uitoefenen op het verloop van de verkiezingen, ik ben niet naïef”, zegt Kaag. „Maar alles wat humanitair is, is politiek. En de regering weet heel goed dat Nederland dit jaar meepraat in de VN-Veiligheidsraad.”

Floor Boon

VN’er Mark Lowcock onderschrijft dat: „Nederland heeft veel morele autoriteit, en een grote organiserende en overtuigende kracht. Sigrid Kaag gebruikt die”, zegt hij in het kleine VN-toestel dat de delegatie dinsdag bij het ochtendgloren van Kinshasa naar de oostelijke stad Kalemie brengt. „Dat kan dit conflict goed gebruiken.” Onder het vliegtuig trekken de oerwouden voorbij.

De situatie in Congo wordt steeds onoverzichtelijker. Er speelt niet één conflict, meerdere groepen vechten tegen elkaar. De VN-missie Monusco is daarom essentieel voor de stabiliteit in Oost-Congo, aldus Lowcock. „Zonder deze missie zouden honderdduizenden, zelfs miljoenen mensen sterven”, zegt hij. „Daarom is ook geld nodig: met tweehonderd dollar per jaar kun je in Congo iemand in leven houden.”

Maar geld is steeds meer een probleem. Vorig jaar had de VN voor Congo 800 miljoen dollar nodig, maar haalden ze maar 450 miljoen op bij donorlanden.

Wij zullen geen invloed kunnen uitoefenen op het verloop van de verkiezingen, ik ben niet naïef

Sigrid Kaag, minister voor Buitenlandse Handel en Ontwikkelingssamenwerking

Daar speelt nu een andere kwestie doorheen: de seksschandalen bij internationale hulporganisaties. Die maken landen en particuliere donoren niet bepaald scheutiger met geld. Bij Monusco werden tussen 2010 en 2017 vijftig klachten van seksueel misbruik in behandeling genomen.

In Den Haag beloofde Kaag de Kamercommissie precies duidelijk te krijgen wat het ministerie van Buitenlandse Zaken wist over de seksschandalen bij de Britse hulporganisatie Oxfam. „Misbruik is kwalijk en onacceptabel, we moeten scherpe kaders stellen om ervoor te zorgen dat dit niet weer kan gebeuren. Maar ook om de sector te rehabiliteren, zodat geld goed kan worden besteed.”

Goede bedoelingen zullen het leven in het vluchtelingenkamp Katanika, waar de felle zon de aarde verdroogt, niet direct beter maken. Daar heersen wanhoop, honger, geweld. Seksueel misbruik blijft aan de orde van de dag.

Dinsdagavond, terug in Kinshasa, eet de delegatie vlak voor de terugvlucht in een fabelachtige uitspanning aan een zijstroom van de Congo-rivier. Gestoomde vis en bonen. Na afloop prijst Kaag het organiserende ambassadepersoneel en benadrukt ze het succes van de missie. „Zie onze inspanningen hier als een startpunt van waaruit jullie verder kunnen werken”, zegt ze. En: „Er is nu een open verbinding met New York. Gebruik die.” Het kleine gezelschap applaudisseert. New York is deze twee dagen dichterbij gekomen. Kaag vliegt ’s avonds weer terug naar Den Haag.

Floor Boon
    • Floor Boon