De Duitse angst voor ‘chemisch’ en ‘niet-natuurlijk’ komt volgens Andreas Hensel voort uit de romantiek: „Toen al werd alles verheerlijkt wat ‘natuurlijk’ was.”

Foto Mike Wolff

Deze professor roept in de woestijn: ‘Ons voedsel is veiliger dan ooit’

Andreas Hensel Van gentechnologie tot glyfosaat, in de discussies over voedsel zijn emoties leidend. Andreas Hensel spreekt van ‘spookdebatten’ en ‘Facebook-wetenschap’.

Soms is de wetenschap een roepende in de woestijn. Dat weet professor Andreas Hensel maar al te goed. Sinds 2003 leidt hij de wetenschappelijke overheidsinstelling die in Duitsland aan regering en consumenten rapporteert over onder meer de gezondheidsrisico’s van levensmiddelen – het Bundesinstitut für Risikobewertung in Berlijn.

Toen een paar maanden geleden in Duitsland de discussie over het onkruidbestrijdingsmiddel glyfosaat oplaaide, verklaarde Hensel niet voor de eerste keer dat er in de wetenschap overeenstemming bestaat dat glyfosaat géén gevaar voor de gezondheid oplevert en niet kankerverwekkend is. Of het middel verder wordt toegelaten, voegde hij er nuchter aan toe, is een vraag voor de politiek, niet voor de wetenschap.

Dat bleek al snel. In het regeerakkoord van begin februari, staat dat gebruik van glyfosaat systematisch verminderd wordt met het doel het zo snel mogelijk helemaal te stoppen. Naar aanleiding hiervan beantwoordde Hensel (diergeneeskundige, microbioloog en hygiënist) per e-mail enkele vragen over het wantrouwen jegens de wetenschap.

„De discussie over glyfosaat gaat eigenlijk over iets anders, namelijk de vraag hoe we op de lange duur levensmiddelen produceren. Glyfosaat staat daarbij voor de manier waarop de landbouw in de toekomst omgaat met de natuur. Het middel staat voor ‘chemie’, voor gentechnologie, voor de industriële landbouw die in het teken staat van technologie en natuurwetenschappen. De tegenstanders hopen op een domino-effect: wordt glyfosaat uit de handel genomen, zo hopen ze, dan vallen ook de andere stenen van de conventionele, niet-biologische landbouw om.”

Zit de angst voor ‘chemisch’ en ‘niet natuurlijk’ in Duitsland extra diep?

„Ja, dat gaat vermoedelijk twee eeuwen terug, tot de tijd van Rousseau en de romantiek. Toen al werd alles verheerlijkt wat ‘natuurlijk’ was. In het laboratorium daarentegen werden monsters gemaakt, denk maar aan het monster van Frankenstein. De ‘goede’ natuur werd streng gescheiden van de wereld van het kunstmatige, het door mensen gemaakte. De chemie hoorde tot dat laatste domein.

„Tegenwoordig weten we: de biologie, en daarmee de natuur, berust óók op chemische processen. Al het leven is biochemie. En moeder natuur is allesbehalve ongevaarlijk. En toch geldt ‘chemie’ nog steeds als slecht, en ‘bio’ als goed. En angst is een fantastisch aanknopingspunt voor allerlei campagnes.”

Zijn er niet goede redenen om bezorgd te zijn over voedselveiligheid, in de intensieve veehouderij?

„Het is goed om waakzaam te zijn. Maar bijvoorbeeld het schandaal met fipronil in eieren laat zien dat de controle werkt. Vroeger zou zo iets niet aan het licht zijn gekomen, omdat niemand er naar gezocht zou hebben. Op Europees niveau moet er wel sneller op zulke hachelijke kwesties gereageerd worden. Maar onze levensmiddelen zijn veiliger dan ooit. In Nederland, in Duitsland, in Europa gelden hogere standaards dan vrijwel overal in de wereld.”

Kunt u zich indenken waarom mensen bang zijn voor gentechnologie?

„Inhoudelijk niet. Maar genetische modificatie wordt ook gebruikt als aanknopingspunt voor angst. We kennen geen serieuze wetenschappelijke studie die een negatief effect op de menselijke gezondheid laat zien van genetisch gemodificeerde organismen die toegelaten zijn. Maar al decennialang wordt gentechnologie gedemoniseerd. Een ondeskundige burger die zich er op het internet over informeert, kan daar gemakkelijk bang van worden.”

Is het niet goed, dat veel mensen zich bezighouden met de risico’s voor hun gezondheid?

„Natuurlijk, het toegenomen gezondheidsbewustzijn is heel positief en versterkt het vermogen om een realistische inschatting te maken van de risico’s die je loopt. Maar in onze samenleving worden steeds meer fantoomdebatten gevoerd. De mensen zijn bang voor chemie in hun voeding, maar ziek worden ze van bacteriën, schimmels, parasieten en virussen in hun eten.

Lees ook: Hoe wordt voeding weer een wetenschap?

„Neem salmonella-infecties. Die nemen weliswaar af, van vroeger 200.000 tot nu zo’n 10.000 per jaar in Duitsland, maar aandoeningen door de campylobacter-bacterie nemen enorm toe. Deze ziekteverwekkers veroorzaken ernstige, lang aanhoudende diarree. Ieder jaar worden miljoenen mensen in Duitsland door voedselvergiftiging getroffen. In ernstige gevallen met de dood tot gevolg. Terwijl we bij gewasbeschermingsmiddelen niet één melding hebben van gezondheidsproblemen. Voor de vertekende weergave van de risico’s dragen de media medeverantwoordelijkheid.”

Was het gezag van de wetenschap minder omstreden toen uw instituut in 2002 werd opgericht?

„Ook toen al werd er heel kritisch tegen de wetenschap aan gekeken. Maar het Bundesinstitut für Risikobewertung werd opgericht met de opdracht onafhankelijk van de politiek over onze bevindingen te communiceren, omdat de gekkekoeienziekte (BSE) het vertrouwen in de controlerende rol van de overheid sterk had aangetast. Men verwachtte dat een instantie die puur wetenschappelijk argumenteerde een grotere geloofwaardigheid zou hebben.”

Hoe verklaart u dat wetenschappelijke inzichten soms worden afgedaan als „ook maar een mening”?

„Bij wetenschap hoort dat er vaak verschillende opvattingen en controverses zijn, soms zelfs een zekere kakofonie. Maar uiteindelijk wint altijd het betere argument. Buiten dit systeem kan je makkelijk de indruk krijgen dat er niet ‘één wetenschappelijke waarheid’ bestaat.

„Nou is de wetenschap ook niet in het bezit van de absolute waarheid, maar ze zoekt er wel naar, in een nooit eindigend, stapsgewijs proces van zelfcorrectie. Wat overdreven zou je kunnen zeggen: fout voor fout benadert de wetenschap de waarheid, Fehler für Fehler kommt sie die Wahrheit näher.”

Heeft het wantrouwen tegen de wetenschap te maken met de populariteit van de sociale media?

„Dat speelt een grote rol. Met dr. Google is iedereen in 15 minuten een expert. Dan voelt men zich voldoende geïnformeerd om bij wetenschappelijke kwesties inhoudelijk mee te discussiëren. Het resultaat is vaak een soort Facebook-wetenschap, waarbij iedereen zijn zegje doet. Als je dan vaststelt dat die persoonlijke mening strijdig is met wetenschappelijke feiten, dan reageren veel deelnemers aan de discussie agressief. Tegelijk worden instellingen als de onze in het openbaar zwart gemaakt wanneer onze wetenschappelijke oordelen niet bij een persoonlijke overtuiging of bij een bepaalde politieke agenda passen.”

Bij klimaatbeleid, het debat over vaccinaties en gentechnologie is de wetenschappelijke consensus voor veel mensen niet overtuigend. Is daar iets aan te doen?

„Over die kwesties bestaat een breed onderschreven fundament van kennis. Alleen aan de randen, waar nieuwe kennis ontstaat, wordt nog gestreden. Het is zeker zinvol om mensen beter te informeren over hoe wetenschappelijke kennis tot stand komt. Te beginnen op school.”

    • Juurd Eijsvoogel