Opinie

    • Georgina Verbaan

Leuk

‘Hey, hoe was het op dat feest? Was het leuk?” Leuk. Of het leuk was. Een feest. Nee. Leuk was het niet. Feesten zijn zelden leuk. Ik vind feesten zelden leuk. Werkgerelateerde feesten zijn voor mij toch vooral gelegenheden waar ik door vele eenheden drank te nuttigen tracht een normaal mens te worden. Waar ik mijn afwijkingen probeer te verzuipen in de ijdele hoop dat er een nieuw mens uit een zee van bier of zure wijn oprijst. Een mens zoals de mensen om me heen. Een mens dat anders is dan ik. Maximaal twee keer per jaar sleur ik mezelf voor een feest onder een kat vandaan of van een bank af en zeg ik dingen als ‘Kom op lamzak, trek eens iets fatsoenlijks aan. Ga eens praten met normale mensen, misschien is het besmettelijk’. Het duurt nooit lang voordat er een knipogende kat in casual black tie klaarstaat. Tikkend met een tapschoentje, klaar voor een goed gesprek. In een allengs groter wordende baal kleding tref ik mezelf daarna in wisselende uitdossingen voor een spiegel aan. De vermomming klopt nooit. Dan komen de flashforwards. Wanneer ik voor het etablissement uit de taxi stap zal ik meteen door een squad team tegen de grond gewerkt worden. „We hebben er weer één!” zal een man met een zwart gezichtsmasker in een portofoon brullen. „Deze is nep!” Maar je gaat. Je helpt een beteuterde dikke kat uit zijn jasje en trekt de deur achter je dicht. Je moet toch wat?

„Erh.. leuk?”

„Ja, leuk? Je zag er prachtig uit op Instagram.”

Maximaal twee keer per jaar sleur ik mezelf voor een feest onder een kat vandaan of van een bank af

Je dolende zwarte ziel vastleggen die langs clusters mensen trekt. De stemmen die lachen in het passeren zo langs je koude kern de feed van vele mensen in laten zuigen, voor een like. Dát zou leuk zijn. Maar zo is het niet dus je drinkt bier, want je mag geen sterke drank, dat gaat te snel, je hebt controle nodig, en je mixt en je minglet en je zegt vaak ‘O, wat leuk’, véél te vaak en je háát jezelf en je onvermogen maar je moet door, je móét besmet, dus je drinkt, en je lacht en je drinkt en je danst en je weet niet wie die mensen zijn waar je dichtbij staat maar ze praten met elkaar, ze kúnnen praten, en je schat in dat je weerstand wel kapotgezopen is dus je lacht en je ademt in, je ademt diep. Je moet besmet te raken.

‘Ja, heel leuk.’

‘Haha! Ok. Was het laat?’

Acht jaar van mijn leven heb ik op dat feest doorgebracht. Acht vruchteloze jaren lopen over uitgestrekte akkers was het. Acht jaar alle seizoenen zonder feestdagen, acht jaar herrie zonder licht. Met vogelverschrikkers. Als mezelf. Alleen. En ze draaiden geen Milli Vanilli.

„Ben kapot.”

„Haha! Dat zal wel.”

„Ja.”

    • Georgina Verbaan