Le Corbusiers echtgenote werd gek van zijn ‘snijzaal’

Kunst op reis Waar leefden kunstenaars? Op reis naar de plekken waar zij hun stempel drukten. Deze week het kale appartement van Le Corbusier in

Parijs.

Foto © Fondation Le Corbusier, c/o Pictoright Amsterdam 2018

Le Corbusier (1887-1965), de invloedrijkste architect van de 20ste eeuw, haatte het oude Parijs. In 1925 stelde hij daarom voor om Le Marais en omgeving, een van de oudste (en nu een van de geliefdste) buurten op de Rive Droite, plat te gooien en te vervangen door hoge woontorens in een park.

Toch woonde de Zwitserse architect vanaf 1917, het jaar waarin hij zich in Parijs vestigde, jarenlang op de Rive Gauche in de Rue Jacob, in een smalle, rommelige straat die in de 19de eeuw vrijwel ongeschonden de rigoureuze stadsvernieuwing van Haussmann had doorstaan. De eerste jaren woonde hij er alleen op een zolderverdieping op nummer 20. In 1922 trok Yvonne Gallis bij hem in.

Foto © Fondation Le Corbusier, c/o Pictoright Amsterdam 2018

Gallis (1892-1957), een raadselachtige vrouw uit Monaco die meestal wordt omschreven als ‘model’, hield van de oude zolderwoning en het buurtje vol restaurants en cafés. Maar toen Le Corbusier begin jaren dertig een beroemde architect was geworden, besloot het stel, of beter gezegd, besloot Le Corbusier, te verhuizen naar een grote woning met atelier in het appartementengebouw Molitor, in een buitenwijk bij het Bois de Boulogne.

Toen het door Le Corbusier zelf ontworpen woongebouw tussen de Rue Nungasser-et-Coli nummer 24 en de Rue des Tournelles in 1934 werd opgeleverd, was het vrijstaand. Maar al gauw raakte het zeven verdiepingen en vijftien appartementen tellende gebouw ingeklemd tussen twee buren in sobere art deco-stijl. Molitor zelf is, met zijn vrijwel geheel glazen straatgevels en het vanaf de straat onzichtbare dakterras, onvervalst modernistisch.

Le Corbusier en Gallis, die in 1930 met elkaar in de echt waren verbonden, betrokken de bovenste twee verdiepingen, die nu worden beheerd door de Fondation Le Corbusier. Na een langdurige restauratie kan het appartement in mei weer worden bezocht. Net als de andere appartementen in Molitor was het hunne vrij indeelbaar. Uiteraard nam Le Corbusier zelf het interieurontwerp voor zijn rekening. Op de onderste, zesde etage bevinden zich de woonkamer, keuken, slaapkamer en een atelier. De vloeren zijn betegeld, de simpele kasten en lambriseringen van gebeitst hout en de strakke wanden en schuifdeuren zijn wit, rood, geel, blauw en bruin geschilderd. Het atelier heeft tongewelven als plafond en bonkige zijmuren van gemetselde grote, stenen. Een wenteltrap voert naar de bovenste verdieping met een logeerkamer en een dakterras. Het meubilair bestaat uit onder meer houten stoelen van Thonet, waar Le Corbusier zijn hele leven van hield, en meubels van stalen buizen en met leren kussens die door hemzelf en Charlotte Perriand waren ontworpen.

In zijn nieuwe appartement ontwikkelde Le Corbusier een dagelijkse routine die hij tot zijn dood in 1965 zou volhouden. De ochtenden bracht hij schilderend thuis door in zijn atelier. Na de lunch ging hij met een taxi of de metro naar zijn bureau in de Rue de Sèvres, niet ver van de Rue Jacob.

Foto © Fondation Le Corbusier, c/o Pictoright Amsterdam 2018

Le Corbusier heeft zijn zolderverdieping in de Rue Jacob nooit gemist. Maar zijn vrouw des te meer. Yvonne Gallis voelde zich niet thuis in het kalige appartement en het aankleden en gezellig maken mocht ze niet van haar echtgenoot. „Hij maakt me gek”, zei Gallis jaren na de verhuizing tegen de bevriende fotograaf Brassaï. „Ons appartement is een ziekenhuis, een snijzaal. Ik zal er nooit aan wennen.”

In de buitenwijk, waar behalve wandelen met de hond Pinceau (1933-1945) in het Bois de Boulogne wienig te doen was, raakte de liefhebster van pastis Gallis aan de drank. Het laatste onderdeel van Le Corbusiers dagelijkse routine was om een uur of zes thuis te komen en met haar mee te borrelen. In de laatste jaren van haar leven was Gallis regelmatig zo dronken dat ze viel en botbreuken opliep. In 1957 overleed ze, lichamelijk een wrak.

Het appartement van Le Corbusier opent weer in mei. Info: fondationlecorbusier.fr
    • Bernard Hulsman