Alle aandacht voor Japanse Babe Ruth

Shohei Ohtani, honkballer Shohei Ohtani (23) is een van de meest gehypete honkballers ooit. Hij is een begenadigd werper én een geweldige slagman.

Over twee weken gaan heel wat Amerikanen weer op in hun telefoonschermen. Pagina’s dataproza, kennersadviezen en Twitterpolls leiden tot één team van honkbalsterren, elke dag schreeuwend om aandacht. Hoe beter je spelers in het echt presteren, hoe meer punten je verdient. Aanbieders van deze mateloos populaire ‘fantasy baseball leagues’ stonden voor het aankomende honkbalseizoen voor een interessant vraagstuk: wat te doen met Shohei Ohtani, een speler zo uitzonderlijk dat de regels niet op hem waren voorbereid? Met een jongen die in Japan minstens net zo’n goede slagman als werper was?

Ruim voordat de Los Angeles Angels de zegen van Ohtani (23) kregen, werd hij al bejubeld als de Japanse Babe Ruth. The Bambino was begin vorige eeuw de laatste honkballer die even talentvol was op de heuvel als naast de slagplaat. In zijn tijd bij de Boston Red Sox onderscheidde hij zich als linkshandige werper, bij de New York Yankees groeide hij uit tot een van de beste slagmannen ooit in het Amerikaanse honkbal.

Natuurlijke dubbelrol

Het is eigenlijk oneerlijk de jonge Ohtani op te zadelen met de last van de vergelijking met een sportlegende als Ruth. Maar Amerika watertandt bij het vooruitzicht van de eerste échte double threat in het moderne honkbal. Er zijn wel werpers die, als het moet, meer dan aardig met een knuppel overweg kunnen. Neem Madison Bumgarner van de San Francisco Giants, Noah Syndergaard van de New York Mets. Een dubbelrol is alleen geen tweede natuur, zoals bij Ohtani.

Ohtani, door zijn grote lichaam (1,93 meter, brede schouders) en jongensachtige gezicht een even imposante als aandoenlijke verschijning, werd geboren in een klein plattelandsdorpje in de prefectuur Iwate, Noord-Japan. Het is zo’n drie uur rijden van Tokio, hij groeide op tussen de rijstvelden. Ohtani is de jongste van drie kinderen, zoon van een vader die in de plaatselijke autofabriek werkte en een moeder die vroeger op hoog niveau badmintonde. Al vanaf zijn schooltijd leeft Ohtani voor honkbal. Toen hem eens de vraag werd gesteld wat hij naast het honkbal doet, was zijn antwoord „trainen”, schreef de Los Angeles Times vorig najaar.

Op de middelbare school, de plek om je in Japan te laten zien aan de clubs in de top, was zijn dubbele talent al zichtbaar. Hij had de slagkracht om homeruns te slaan en gooide als werper op jonge leeftijd ballen van ruim 90 mijl (145 kilometer) per uur. In zijn laatste jaar haalde hij zelfs bijna de honderd mijl per uur – snelheden waarvan werpers in de Amerikaanse Major League dromen.

Het had weinig gescheeld of Ohtani was al meteen na de middelbare school naar Amerika gelokt door de Los Angeles Dodgers. In Japan zagen ze hem als pure slagman, in Amerika meer als werper. Totdat de Hokkaido Nippon-Ham Fighters hem aanboden beide te doen.

Bij de Fighters groeide hij uit tot Japanse honkbalheld. In 2016 werd hij verkozen tot waardevolste speler van de Pacific League, een van de twee Japanse honkbalcompetities. Hij had een slaggemiddelde van ruim één op drie en eindigde als werper met een zogenoemd ERA (aantal toegestane punten per negen innings) van 1,86.

Verwoede verleiding

Vorig jaar maakte Ohtani bekend nu echt naar Amerika te willen. Hij wilde niet wachten tot zijn 25ste, wanneer hij een veel lucratiever contract had mogen tekenen – landgenoot Masahiro Tanaka kreeg in 2014 een zevenjarig contract ter waarde van 155 miljoen dollar aangeboden bij de New York Yankees. De komst van de meest gehypte honkballer in jaren, misschien wel ooit, leidde tot verwoede verleidingspogingen van teams in de Major League. Zijn voornaamste eis: hij wilde werpen én slaan.

Maar alle dertig clubs kregen te maken met een aanvullend eisenpakket dat een popdiva niet misstaat. Of ze even een vragenlijst wilden invullen voor Ohtani. Hoe ze zijn kwaliteiten als werper en als slagman inschatten, welke faciliteiten ze beschikbaar hadden, hoe hij zou kunnen assimileren in de stad van de club. Daarnaast wilde Ohtani het liefst voor een club spelen die ervaring had met Japanse spelers. Tegelijk mocht er, zo meldden leidinggevenden van clubs aan MLB Network, niet al een Japanse ster spelen.

Ohtani koos uiteindelijk voor de Los Angeles Angels, één keer World Series-kampioen (2002). Hij verdient het komende jaar ruim een half miljoen dollar (ruim 400 duizend euro) en kreeg een eenmalige contractbonus van 2,3 miljoen dollar.

Hij voelde geen druk, zei hij half februari, toen hij voor het eerst tijdens de voorbereiding het veld betrad. Honderdvijftig journalisten luisterden naar zijn eerste persconferentie, plukjes Japanse fans juichten hem vanaf de tribune toe. Maar hij lijkt wel te moeten wennen. Als werper is hij tot nu toe bij vlagen uitstekend, maar vooral wisselvallig geweest. Als slagman is hij ronduit teleurstellend. Verschillende honkbalscouts uitten hun zorgen in een artikel van Yahoo Sports. Hij zal fundamenteel aan zijn slag moeten sleutelen.

Een oorzaak ligt in de overgang van Japan naar Amerika. Het niveau van de werpers en slagmannen dat Ohtani gewend was, is lager. Bovendien gooien werpers met een grotere variatie. Dat vereist gewenning.

De Angels geven het experiment nog niet op. De vraag is hoelang Ohtani de tijd krijgt zijn waarde in een dubbelrol te bewijzen. Een moeilijke keuze. Daarvoor staan ook de Amerikanen die met zijn virtuele versie hopen te scoren in hun ‘fantasy league’ dit seizoen. Sommige aanbieders laten ze kiezen tussen twee Ohtani’s, andere hebben van hem één speler gemaakt wiens rol voor elke wedstrijd bepaald mag worden.

Maar wellicht valt er uiteindelijk wel niets meer te kiezen.