Je woont er bovenop, maar hebt er niks over te zeggen

Of het nou gaat om gaswinning, ondergrondse olieopslag of afvalwaterinjectie, gemeenten en bewoners hebben er weinig tot niks over te zeggen. Dat frustreert.

Zouthuisjes op de cavernes bij Hengelo. Foto Eric Brinkhorst

November 2015 reden de eerste tankauto’s met dieselolie richting Enschede. Vijf maanden en 6.000 ritjes later waren twee ‘lege’ ondergrondse zoutcavernes onder een industrieterrein gevuld met 250 miljoen liter dieselolie, bedoeld voor de nationale reservevoorraad. Dat ging niet van harte, wat Enschede betreft.

Er was onrust ontstaan. In 2014 was pal over de grens bij Enschede een Duitse zoutcaverne gevuld met olie gaan lekken, met verontreiniging van bodem en water en tien dode koeien tot gevolg. Kan dat hier ook gebeuren, vroegen Enschedeërs zich bezorgd af. „Wij konden de opslag op geen enkele manier tegenhouden, nou ja, behalve dan met een transportverbod op onze wegen”, schetst wethouder Hans van Agteren (Burgerbelangen, Milieu) van de gemeente Enschede.

Over wat er in de ondergrond in Nederland gebeurt, dieper dan honderd meter, heeft een lokale overheid weinig tot niets te zeggen. Dat is een zaak van de Staat der Nederlanden , het ministerie van Economische Zaken, met als toezichthouder het Staatstoezicht op de Mijnen (SodM) en adviseur de Mijnraad. In de Verenigde Staten, bijvoorbeeld, gaat dat heel anders. Daar zijn grondbezitters ook eigenaar van wat er ín de bodem zit.

Frustrerend, vindt wethouder Van Agteren de Nederlandse gang van zaken. Lokale actievoerders en collega’s uit andere gemeenten met delfstoffen in de grond of mogelijkheden voor ondergrondse opslag denken er net zo over. Ook zij hebben er moeite mee dat ze weinig tot geen invloed hebben op de ‘diepe ondergrond’. In Hardenberg bijvoorbeeld, waar de Nederlandse Aardolie Maatschappij (NAM) nu langer dan afgesproken gas wil winnen. Of in Dinkelland, waar bewoners zich al jaren zorgen maken over de injectie van afvalwater in oude gasvelden, afkomstig van de oliewinning in Drenthe.

„Er gebeurt van alles, maar je hebt er niks over te zeggen”, stelt Van Agteren. „Als er iets aan de hand is, kloppen burgers bij mij aan. Dan krijg ik de vragen, maar het antwoord komt van de minister van Economische Zaken, en dat horen wij dan via de media.” Freddy Mensink, voorzitter van de Stichting Stop Afvalwater Twente: „Je staat machteloos. Je hebt geen zeggenschap over de ondergrond, terwijl je er bovenop woont.”

Stem van de bewoners

Dat zou anders moeten, vindt Van Agteren. „Wij willen een positie hebben. Het gaat om belangrijke producten en industrieën, maar de stem van de gemeenteraad en die van de bewoners moet beter worden gehoord.” Dat vindt ook Geert Roovers, parttime lector bodem en ondergrond van hogeschool Saxion in Deventer en adviseur bij ingenieurs- en adviesbureau Antea Group: „De minister zou plannen pas mogen goedkeuren als is gesproken met alle belanghebbenden, inclusief de bewoners.”

Ondertussen probeert de gemeenteraad in Enschede meer greep te krijgen op wat er gebeurt in de ondergrond. Een speciale commissie, ingesteld door die raad, adviseerde op 12 februari: trek op met gemeenten met vergelijkbare problemen, ontwikkel een visie, neem regie, zorg voor kennis van zaken, roep een denktank in het leven.

Behalve met ondergrondse dieselolieopslag kreeg de Enschedese wethouder in 2015 te maken met bezorgdheid over lege zoutcavernes die op termijn kunnen instorten. Het plan om ze bij wijze van proef te vullen met onder meer giftig vliegas uit afvalverbrandingsovens, viel slecht. Duizend mensen tekenden de petitie ‘Geen afval in Twentse bodem’. Zoutproducent AkzoNobel zag af van het experiment.

Van Agteren werd ook geconfronteerd met aanhoudende lekkages in het leidingennetwerk van AkzoNobel in het buitengebied tussen Enschede en Hengelo, en verontreinigde boorputten. Begin februari nog lekte weer brak water een sloot in.

In andere plaatsen speelde de afgelopen jaren CO2-opslag (Barendrecht, 2010) of boringen naar schaliegas (Boxtel en Haaren, 2015), plannen die na veel verzet van bewoners en lokale politici niet doorgingen. Minister Eric Wiebes van (Economische Zaken, VVD) zei 15 februari helemaal van schaliegaswinning te willen afzien.

Een tandje bijgezet

Deskundigen en politici bespeuren wel „een omslag” bij het ministerie van Economische Zaken, SodM en NAM. Ze luisteren beter naar inwoners, gemeenten en provincies dan een paar jaar geleden, is de indruk van Van Agteren. „Ze realiseren zich meer dan voorheen dat er mensen wonen op die diepe ondergrond en dat ze daar rekening mee moeten houden. Dat komt vast ook door de aardbevingen in Groningen.” Wethouder Alfons Steggink (partijloos, Milieu) van de gemeente Dinkelland vindt dat de NAM „een tandje heeft bijgezet” in de communicatie over de afvalwaterinjectie.

Ook Wim Meijer ziet die kanteling. Meijer was tot 2016 voorzitter van de Mijnraad die het ministerie adviseert over de ondergrond: „Tien jaar geleden nam men kennis van Haagse beslissingen. Als er discussie was, ging die tussen geologen, technici en ambtenaren. Nu wil de bevolking overtuigd zijn van nut en noodzaak, de risico’s en de controle.”

Gemeenten en provincies zullen zich meer en meer met de ondergrond gaan bezighouden, voorziet Meijer. Hetgeen betekent dat ze hun ‘kennisniveau’ moeten opvoeren, zodat ze in staat zijn tot een inhoudelijke reactie, volgens hem.

Sinds 1 januari 2017 is in de Mijnbouwwet het recht opgenomen voor lokale en provinciale overheden om advies te geven. Nog veel te vrijblijvend, menen wethouder Van Agteren en lector Roovers. Adviezen, af te geven via de provincie, worden gemakkelijk terzijde geschoven, heeft de wethouder gemerkt. Onlangs is uit zo’n advies over de uitbreiding van de zoutwinning in Twente „nagenoeg niks overgenomen”, volgens de wethouder.

    • Annette Toonen