Is natuurlijk beheer mogelijk in drukbevolkt Nederland?

Oostvaardersplassen

Alle partijen willen het beste voor het moerasgebied tussen Almere en Lelystad. Maar wat is het beste?

Een kudde wilde paarden trekt door het moerasgebied Oostvaardersplassen. Foto Marco Okhuizen/Hollandse Hoogte

Door de kou in februari woedde dit jaar een kleine oorlog over de grote grazers in de Oostvaardersplassen. In het drassige natuurgebied tussen Almere en Lelystad lopen zo’n 2.500 edelherten, 1.000 konikpaarden en enkele tientallen heckrunderen. In de wintermaanden sterft pakweg 30 procent van die dieren door kou en een beperkt voedselaanbod. De grote kwestie is: moeten we daartegen ingrijpen, en op welke manier?

De bedenkers van het gebied, de boswachters én de boze bijvoerders willen in feite allemaal hetzelfde: het beste voor de natuur. Maar kies je het beste voor het individu of voor de populatie? Het beste voor de korte of voor de lange termijn? En voor de soort of voor het ecosysteem?

En voor welk dier willen we het beste, en waarom? Welk dier is het natuurlijkst? De maden in de Oostvaardersplassen zullen, zeker nu het weer warmer wordt, in hun nopjes zijn met rottend rundvlees. Ook een passerende wolf zou een verzwakt heckrund of konikpaard kunnen waarderen, een makkelijke prooi.

Maar is die wolf welkom? „Er staan nog vacatures open, zoals bijvoorbeeld van wild zwijn, wisent en wolf”, schreef ecoloog Frans Vera, medeontwikkelaar van het natuurgebied, in de Ontwikkelingsvisie Oostvaardersplassen van Staatsbosbeheer in 2008. Maar toen in 2010 een ondernemend zwijn de overstap waagde, werd het afgeschoten: het wettelijke nulstandbeleid liet zijn aanwezigheid buiten de Veluwe en de Limburgse Meinweg niet toe.

Pasklare antwoorden over wat ‘het beste’ is voor de Oostvaardersplassen zijn er niet. De vraag is te breed en er is geen wetenschappelijke consensus. Het is maar wat je kiest. Grazers? Maden? Vogels? Hoogleraar natuurbeheer van Wageningen University Frank Berendse noemt bijvoorbeeld het huidige beheer in de Oostvaardersplassen in Trouw „een droom die na dertig jaar niet is uitgekomen”. Hij oppert het gebied te veranderen in een „uitgestrekt moerasgebied van internationale allure, met een geweldige rijkdom aan vogelsoorten”. Ecoloog Joris Cromsigt, verbonden aan de Zweedse universiteit SLU en de Universiteit Utrecht, kwam in NRC juist met het voorstel om een lang geplande verbinding tussen de Oostvaardersplassen en het Horsterwold te openen, om de grazers meer ruimte te geven.

Oernatuur

Het stellen van de juiste vragen kan helpen bij het vinden van de juiste antwoorden. Bijvoorbeeld: wat was de oorspronkelijke doelstelling in het gebied?

De kiem voor de Oostvaardersplassen werd vijftig jaar geleden gelegd, met de inpoldering van Zuidelijk Flevoland in 1968. Het was het diepste deel van de polder, waar regenwater zich verzamelde. In afwachting van het geplande industrieterrein ontstond er een moeras. Een deel werd ontwaterd en ingericht als tijdelijk landbouwgebied; een ander deel werd een voorlopig vogeltoevluchtsoord.

Tien jaar later was de vogelrijkdom in het gebied zo groot dat biologen pleitten voor behoud van het natuurgebied. En in 1979 omschreef Vera in een artikel de Oostvaardersplassen als samenhangend ecosysteem, waarin grauwe ganzen een hoofdrol speelden: die hielden de vegetatie divers door jonge rietscheuten te eten. In zo’n moerasecosysteem zouden volgens Vera uit Nederland verdwenen vogelsoorten als de zeearend en de zilverreiger kunnen terugkomen.

Grauwe ganzen hebben grasland nodig. Tot dan toe was de theorie dat zulk grasland alleen in kunstmatige, door de mens beheerde gebieden kon ontstaan, maar Vera opperde dat ook wilde runderen en paarden in Europa voor grasland konden zorgen. Begin jaren tachtig werden de grote grazers geïntroduceerd, en zo ontstond de hoofddoelstelling van de Oostvaardersplassen, zoals die onder meer wordt geciteerd in het Natura2000-beheerplan: „Het in stand houden en verder laten ontwikkelen van een natuurlijk dynamisch moerasecosysteem met een hoge natuurwaarde als voortplantings- en verblijfsgebied van vrij levende moerasvogels en zoogdieren. Natuurlijke processen bepalen de structuren en patronen in het gebied, die samen met die processen ruimte geven aan Europese inheemse planten- en diersoorten.”

Voltooid is het plan niet. Want de langgeplande corridor tussen de Oostvaardersplassen en het Horsterwold is nog altijd dicht. Op die manier hadden de grazers ’s winters zelf beschutting kunnen zoeken in het loofbos. De corridor was bijna af, maar het plan werd in 2010 door toenmalig staatssecretaris Henk Bleker geschrapt (te duur), al was het kort daarvoor door een internationale commissie aanbevolen als de beste oplossing voor de grote grazers in de Oostvaardersplassen.

Big Brother

Er is een moeras, er zijn vogels en zoogdieren die zich voortplanten. Maar hoe natuurlijk zijn de processen in de Oostvaardersplassen? Zorgden grote grazers na de laatste ijstijd – zo'n tienduizend jaar geleden – echt voor een parkachtig landschap?

Sommige wetenschappers trekken dat in twijfel. Fysisch geograaf Jan Sevink van de Universiteit van Amsterdam kwam deze maand bijvoorbeeld met de verklaring dat een open landschap niet ontstond door grote grazers, maar doorbosbranden. Onze voorouders zouden rond 8.400 voor Christus al grote stukken bos in brand hebben gestoken, concludeert hij in vakblad Catena. Toen al greep de mens in de natuur in.

Waarom zouden mensen dan nu niet ingrijpen? Door bijvoeren. Of door anticonceptie, zoals emeritus hoogleraar fertiliteit Ben Colenbrander van de Universiteit Utrecht opperde in een gesprek met NRC. Dan lijden de grazers geen honger en dijt de populatie ook niet teveel uit.

Een andere vraag is of natuurlijk beheer überhaupt mogelijk is in het dichtbevolkte, sterk gereguleerde Nederland. De Oostvaardersplassen lijken het tegendeel van een dierentuin: veel ruimte, beperkte hoeveelheid voedsel, maar er staat nog steeds een hek omheen. Zet een groep individuen samen op een plek waar ze niet gemakkelijk weg kunnen en er ontstaat geheid dramatische interactie – in die zin zijn de Oostvaardersplassen de dierlijke tegenhanger van tv-series als Utopia, Expeditie Robinsonen Big Brother. Een treinrit via Lelystad voelt haast als voyeurisme: hoeveel dieren zien we, en zien ze er – volgens ons – gelukkig uit?

Wie menselijke inmenging wil vermijden, zou wellicht moeten kiezen voor een ondoorzichtige omheining: met grote grazers die tegelijkertijd hun buiken vol eten en de hongerdood sterven, zolang we niet weten wat er gaande is.

We kunnen ook het hek weghalen. Natuurlijk zal er dan af en toe een heckrund, konikpaard of edelhert de A6 of de spoorlijn oversteken, en enkele tuinen in Lelystad kaalvreten. Maar dat is wel de vorm van natuurlijk beheer die landen als Noorwegen en Zweden hanteren. Daar rijden automobilisten met groot licht en bevindt het hekwerk zich niet langs de weg maar voorop de auto: om de impact bij een botsing met een grote grazer te verkleinen. En wie toch een eland aanrijdt, neemt het vlees mee voor in de vriezer.