In de buurtwerkkamer is het niet erg als je uitvalt

Wat doen burgers zelf, met of zonder de politiek?

Voor je rust ga je niet naar buurtwerkkamer De Handreiking in Amsterdam Zuidoost. Duw de deur open en je staat midden in de geur van shampoo en haarcrème; de zoemende föhns laten iedereen net wat harder praten. De Dominicaanse vrouwen zitten met hun hoofd onder een kap, aan de andere kant zijn de Ghanese vrouwen bezig met de naaimachine. Ze leren het van Esperanza, die net gouden knopen op een paarse jurk zet. Die jurk is van een van de kapsters, de knopen waren eraf gesprongen door een move in de disco.

Er zijn uitsluitend vrouwen deze ochtend – de eerste man komt om één uur binnen, om computerles te geven. Een beetje stereotiep, maar ja: de vrouwen hier houden zich liever bezig met breien, haken, koken en beauty, zegt Jennifer Veltman (48), coördinator van de buurtwerkkamer. Met nog een buurtbewoonster is ze de enige die hier betaald werk doet, de rest is vrijwilliger. De buurtwerkkamer is een soort buurthuis, maar de bewoners bepalen hier zelf wat er gebeurt. „Het welzijnswerk zoals we dat in de vorige eeuw kenden, is achterhaald”, zegt Juriaan Otto, initiatiefnemer van deze en een aantal andere buurtwerkkamers. „In de jaren negentig werd het strak gereguleerd. Maar het werkt niet als van bovenaf wordt bepaald wat jij moet doen.” Nu ligt het initiatief bij de bewoners. Die leggen hun eigen accenten, zoals Indira (felgroen strak shirt, mutsje op haar hoofd) die het Dominicaanse rijstgerecht arroz moro maakt voor de anderen.

Iedereen in het buurthuis heeft z’n problemen, zegt Juriaan Otto. „Maar heel veel mensen hebben ook veel kwaliteiten die in het reguliere circuit niet worden gezien.” Laatst nog kwam een bewoner binnenlopen die zei dat hij meditatie wilde geven. Dat is er nu elke week. Voor de coördinator is dat een overwinning, zegt Jennifer Veltman. „Niemand wil verantwoordelijkheid, maar als wij op onze handen gaan zitten, moeten zij het wel overnemen.” Totaal misbaar is ze niet, hoor. Zo nu en dan komt iemand het kantoortje in waar ze even is gaan zitten: kan ze misschien even kijken naar deze formulieren?

Voor Carlien (46), „een héle participerende bewoner”, is de buurtwerkkamer een redding: „Thuis word ik gillend gek, ik heb een goed stel hersens en die liggen daar te verstoffen.” Ze is 100 procent afgekeurd, maar kan hier wel klusjes doen. „Hier is het niet erg als ik uitval.”

Het geldt voor bijna iedereen hier, zegt Veltman: „Veel van de Afrikaanse vrouwen zijn hier als kamermeisje begonnen en kunnen nu fysiek niks meer. De sociale dienst zet ze niet onder druk en dat hoeft ook niet: ze vinden het heel logisch dat ze iets teruggeven voor hun uitkering.”

Twee jaar geleden werd de subsidie voor de buurtwerkkamers bijna stopgezet. De hele bende ging daarop, slaand op potten en pannen, met de metro naar het stadhuis. Een doeltreffend signaal, aldus Juriaan Otto: „Toen dacht de politiek: o ja, de participatiesamenleving, dat staat ook in ons collegeakkoord.” Nu is de stemming weer opperbest. De kapsters krijgen binnenkort een eigen ruimte, waar ze mogen proberen een beetje bij te verdienen. Met de dominante symfonie van de föhn is het dan afgelopen in De Handreiking.

    • Floor Rusman