Opinie

In Apeldoorn weten ze wat beschaving is

De landelijke politiek kan wel wat leren van Apeldoorn, schrijft .

Illustratie Hajo

De burgemeester van de meest gemiddelde gemeente van Nederland heeft een probleem. Tijdens het boodschappen doen gluren mensen in zijn mandje. Zo komt het dat hij nooit een product met een kortingssticker pakt, terwijl ook de burgemeester best eens een koopje wil scoren. En dat is niet alles. John Berends koopt ook zijn, eh, onderkleding zelf. Als burgemeester mag hij gebruik maken van de mogelijkheid om na sluitingstijd te winkelen. Doet hij niet. Dus kan het zijn dat je in Apeldoorn voor de kassa van een warenhuis staat, je achter je kijkt, de burgemeester ziet, je wilt beginnen met het vertellen van je persoonlijk verhaal dat, indien mogelijk, moet worden opgelost door de burgemeester, je de boxershorts in zijn hand ziet en je langzaam weer omdraait.

Ik zit op de werkkamer van de burgemeester en blijf even stil als hij dit vertelt. Hij kijkt in mijn kopje koffie. Leeg. „Nog een kopje hoor, dat moet.”

Apeldoorn is qua samenstelling klein Nederland. Een dwarsdoorsnede van de maatschappij, zo bleek begin deze maand nog uit onderzoek van consumentenonderzoeksbureau Whooz. De Apeldoornse bevolking is representatief voor de rest van Nederland. Een kleine steekproef door uw verslaggever. Het best verkochte boek in de boekhandel is ‘boek van de maand’ van De Wereld Draait Door, De avond is ongemak door Marieke Lucas Rijneveld. Bij de friettent kiest men voor mayonaise. In het koffietentje voor cappuccino en cheesecake. In de parfurmerie is Chanels Coco Mademoiselle het bestverkochte vrouwengeurtje. Klinkt allemaal wel erg gemiddeld ja.

Niet alleen het consumentengedrag van de mensen in Apeldoorn lijkt op dat van de andere Nederlanders, ook het stemgedrag. Zoals Apeldoorn stemt, stemt Nederland. Of andersom. Hoe dan ook, Apeldoorn is de gemeente die tijdens de Tweede Kamerverkiezingen in 2010, 2012 en 2017 het dichtst bij het landelijk gemiddelde lag in stemgedrag.

Ik woon er. ’s Ochtends rijd ik voor mijn werk de stad uit, ’s avonds wil ik terug. Het thuis-gevoel begint als ik vanuit de Randstad de laatste dertig kilometer over de A1 rijd, en het gebied meer bebost en rustig wordt. Apeldoorn is rust. Maar dat is zo’n beetje alles wat ik van Apeldoorn weet. Dus om een stuk over Apeldoorn te schrijven, moest ik me in Apeldoorn verdiepen. En zo – in gesprek met de burgemeester, een lokale verslaggever, de middenstand en tijdens debatavonden – ontdekte ik dat de landelijke politiek wat van Apeldoorn kan leren.

Je zult de burgemeester nooit met een kortingssticker in zijn mandje zien

Berends begon in mei 2012 als burgemeester van Apeldoorn. Hij trof een verscheurde raad en financiële malaise aan. Drie maanden voor zijn installatie waren alle wethouders opgestapt, omdat het grondbedrijf miljoenen had verloren. In tijden van hoogconjunctuur had de gemeente voor honderden miljoenen euro aan grond gekocht, ook al hadden ambtenaren al vóór de economische crisis in 2008 gewaarschuwd dat er te optimistisch werd gedacht over het geld dat de grond zou opleveren. Ze werden genegeerd en tijdens de crisis bleken die waarschuwingen voorspellingen. Uit onderzoek bleek dat de raad bewust onjuist geïnformeerd werd over de kwestie. De gemeente leed zo’n tweehonderd miljoen euro schade.

Apeldoorn was het slechtste jongetje van de klas. En Berends de nieuwe meester die orde op zaken moest stellen. In de Vereniging van Nederlandse Gemeenten, de G32 waarin de (middel)grote steden zijn verenigd – overal werd hij met een schuine blik aangekeken. Hij merkte wie zijn vrienden en zijn vijanden waren, zegt hij er nu over. Die vriend, dat was de provincie. Apeldoorn werd onder financieel toezicht geplaatst, maar Berends kreeg alle steun.

Wie de vijand was? Berends noemt de rijksoverheid. Hij kreeg nooit een belletje, met de vraag wat hij nodig had. Ook niet van collega-burgemeesters uit grote steden. Dat zit hem nog steeds dwars. Doet hij dat zelf dan wel, bij gemeenten waar het niet goed mee gaat? Hij blijft even stil. Hij wil bellen met de Commissaris van de Koning in Groningen, om te zien of Apeldoorn iets kan betekenen op het gebied van crisiscommunicatie, of ruimtelijke ordening. Apeldoornse solidariteit.

Tijdens die crisis over het grondbedrijf gebeurde er in de raad iets interessants, vertelt Gep Leeflang, politiek verslaggever voor De Stentor in Apeldoorn. Er was eensgezindheid. Samen de schouders eronder. Apeldoorn leed onder grote bezuinigingen. Subsidies werden gekort, ambtenaren ontslagen, de onroerendezaakbelastingen werden verhoogd, evenals de parkeertarieven. Inmiddels gaat het beter. De stad staat niet meer onder financieel toezicht bij de provincie. Ze haalt grote evenementen binnen: Giro d’Italia, Serious Request, het WK Baanwielrennen. Allemaal om Nederland te laten zien wat Apeldoorn in petto heeft.

Flyers uitdelen

Nederland kan nog meer leren van klein-Nederland. Hier verloopt een discussie over het algemeen beschaafd. Bijvoorbeeld over het asielzoekerscentrum, waarin zo’n vijfhonderd man wordt opgevangen. Niet iedereen is daar even blij mee, maar echte grote demonstraties zijn er nooit geweest, vertelt Leeflang. Een betoging kwam neer op het uitdelen van flyers.

Ook campagnevoeren gaat in Apeldoorn beschaafd. Bij een debat, georganiseerd door RTV Apeldoorn in het stadhuis, valt op dat iedereen elkaar laat uitpraten. Discussies worden op inhoud gevoerd – niet op de man. Dat is even schrikken voor iemand die vooral de Haagse politiek volgt. Een landelijk campagnethema als identiteit komt hier niet terug. Het gaat over de binnenstad, Lelystad Airport, eenzaamheid onder ouderen.

Die houding is er niet alleen in de politiek. Toen de gemeente een oproep deed aan bewoners om zich te melden als stemmentellers voor de gemeenteraadsverkiezingen ontstond er een luxeprobleem. Er waren te veel aanmeldingen, eind januari al.

In Apeldoorn heerst een nuchtere ‘can do’-mentaliteit. Berends noemt het verantwoordelijkheid nemen. Dat deed zijn stad met noodopvang voor asielzoekers tijdens het hoogtepunt van de vluchtelingencrisis en dat deed ze toen ze Volkert van der G. opving. Apeldoorn zette asielzoekers aan het werk, tegen de regels van de rijksoverheid in. Haar inwoners hielpen fietsen verven toen de Giro naar Apeldoorn kwam en hielpen de Apenheul winterklaar maken.

Hier doen ze het gewoon.