Foto Lars van den Brink

‘Ik dacht: waarom bewijst God dan niet dat-ie bestaat?’

Saikat Barua (29) uit Bangladesh kwam op een dodenlijst te staan omdat hij kritische vragen stelde over religie. Hij ontvluchtte zijn geboorteland en kwam in Nederland terecht. „Waarom zien ze het verschil niet tussen bevragen en bespotten?”

‘Toen er ’s avonds opeens een bebaarde man voor ons huis stond en in de gaten hield in welke kamer ik me bevond, wist ik dat het tijd was om te vluchten.”

Saikat Barua (29) is een Bengaalse blogger en hij vertelt hoe hij twee jaar geleden zijn geboorteland moest ontvluchten. Enkele maanden daarvoor was zijn vriend en atheïstische blogger Niloy Neel vermoord. De BBC berichtte in augustus 2015 uitgebreid over de gruwelijke moord: Neel was onthoofd, zijn handen afgehakt. Hij was de vierde blogger die dat jaar door islamisten was vermoord.

Barua vreesde dat hem hetzelfde zou overkomen. Sinds 2010 schreef hij ook blogs waarin hij vraagtekens plaatste bij de almacht van God, Allah en Boeddha. Barua is overtuigd atheïst. Zo vroeg hij zich af waarom de hindoes heel veel goden hadden en de moslims maar eentje.

„Onschuldige vragen”, vindt hij. „Maar voor de radicale groep Hefazat-e-Islam [een in 2010 opgerichte islamitische studentengroep in Bangladesh, red.] reden om mij samen met 83 andere atheïstische bloggers op een dodenlijst te zetten. Mijn vragen werden gezien als kritiek op Allah.”

Inmiddels zijn acht bloggers van die lijst daadwerkelijk vermoord, van wie de eerste in 2013, in het vier na grootste moslimland ter wereld waar 90 procent van de bevolking moslim is. Naast Barua zijn dertig andere bloggers het land uit gevlucht. Barua liet zijn ouders, broer en vriendin op die bewuste avond achter, om alleen nog maar contact met ze te hebben via een telefoonschermpje. Nu, ruim twee jaar later, woont hij in Amsterdam.

Voor Barua begon het in 2010: „Toen zette ik voor het eerst mijn gedachten op Facebook. Een jaar later sloot ik me aan bij een Facebookgroep met de naam ‘De gemeenschap van atheïsten’. We bereikten behoorlijk wat mensen, maar de islamitische autoriteiten sloten de pagina’s, omdat ze niet wilden dat er over religies werd gesproken alsof dat iets was waar je aan kon twijfelen. Daarop begon ik met bloggen [onder de naam Dhormockery, red.] en al snel had ik 30.000 views.

Lees ook dit verhaal over de situatie in Bangladesh: De hakmesterroristen treffen nu ook expats

„Het prettige aan het online zetten van mijn vragen over godsdienst was dat ik merkte dat er veel mensen waren die net zo dachten als ik.”

Ben je zelf gelovig opgevoed?

„Ja, boeddhistisch. Ik wilde zelfs lange tijd een boeddhistische monnik worden, maar tijdens de opleiding kreeg ik steeds meer vragen. Waarom is het boeddhisme niet ontstaan in Australië of Canada? Waarom zijn er zo veel verschillende religies, en hebben die zo veel verschillende vormen? Ik vond het erg verwarrend en kreeg geen antwoorden. Ik dacht ook: als er zo veel problemen met godsdiensten zijn en er zo veel plekken op de wereld zijn waar mensen steeds minder in God gaan geloven, waarom komt God dan niet nú met een bewijs dat hij bestaat, of op z’n minst een boodschap?”

Stelde je deze vragen ook aan je ouders of aan je leraren?

„Aan mijn leraar vroeg ik waarom er zo veel verschillende vormen van boeddhisme waren. Toen zei hij: dat weet ik niet, maar je vraag is goed. Mijn ouders hadden ook geen antwoorden, maar ook zij vonden het prima vragen. Boeddhisme is niet zo agressief als het om vragen gaat. Mijn broer is ook atheïst, maar hij uit zich niet op een weblog.”

Wat ging er vooraf aan die avond dat je vluchtte uit Bangladesh?

„Ik merkte al een tijdje dat mensen me volgden, zowel in de stad als op de universiteitscampus. Ik wist dat ik op de dodenlijst stond, maar had daarvoor het gevoel gehad dat ik me anoniem door de stad kon bewegen, dat ze niet wisten wie ik precies was. Een man op een motor volgde me overal. ’s Avonds ging ik de deur niet meer uit, uit angst dat hij me zou vermoorden. Als ik naar de campus ging voor tentamens marketing en communicatie deed ik mijn skimuts op, en sjaal voor mijn mond. Een tijdje kreeg ik politiebescherming, zoals de politie meerdere bloggers beschermden.

Ik zal mijn familie en mijn geliefde misschien nooit meer zien. Maar iemand moet zich uitspreken

„Maar op een avond stond dus die man met die baard gewoon voor ons huis. Mijn moeder waarschuwde me toen ze hem zag. Ik zei tegen mijn moeder dat ze alle lichten uit moest doen, zodat hij ons niet kon zien maar wij hem wel. Toen was het duidelijk dat ik moest vluchten, ik had geen andere optie. Hij had me al zo lang gevolg, ik wist dat ik de volgende blogger zou zijn die vermoord ging worden. Ik pakte wat spullen bij elkaar en om 4 uur ’s ochtends vertrok ik. Ik dook onder zodat in ieder geval mijn familie geen risico liep.”

Heb je toen meteen je land verlaten?

„Nee, ik moest een paspoort regelen. De politie heeft me beschermd toen ik ondergedoken zat. Alleen was het diezelfde politie die op een persconferentie een lijst vrij gaf van de bloggers die ze op dat moment beschermden. Van alle bloggers hadden ze de echte naam erbij gezet. Toen ik dat ontdekte, raakte ik in paniek. Het idee erachter was, zeiden ze, dat ze zo aan de buitenwereld konden laten zien dat ze hun best deden om de bloggers op de dodenlijst te beschermen. Dit is geen bescherming, met deze lijst heb je mij en de andere bloggers vermoord, heb ik ze toen gezegd. Onze namen en adressen lagen nu op straat. Toen ik mijn paspoort had, ben ik naar Nepal vertrokken, waar ik een visum voor drie maanden had. Daar kwam ik in contact met mensenrechtenorganisatie Human Rights Defenders. Zij zorgden er ondermeer voor dat ik uiteindelijk door kon naar Nederland.”

Wat gebeurde er met je ouders die nacht dat je vluchtte?

„Ze konden de hele nacht alleen maar huilen. Dat was het laatste dat ik van ze zag. Ik heb ze daarna niet meer gezien.”

Hoe vaak spreek je ze nu?

„Iedere dag. Mijn moeder moet nog steeds huilen als ik bel en ze vraagt elke keer of ze me ooit nog gaat zien.”

Je liet ook je vriendin achter.

„Ja, haar spreek ik ook elke dag. Ik heb mijn ouders en vriendin niet meer gezien sinds 2015. Mijn vriendin kan over vijf jaar naar Nederland komen, pas dan kan ze een visum krijgen voor hereniging.”

Heb je, nu je achteraf weet wat er gebeurd is en wie je achter hebt moeten laten, nog wel het idee dat die blogs opwogen tegen dit alles?

„Ja, het was de beste manier om me te uiten. En de bloggersgroep heeft ervoor gezorgd dat er in mijn land over atheïsme gesproken werd. Bastaard en atheïst hebben in Bangladesh dezelfde betekenis. Maar door de bloggers komt er verandering in dat beeld. Het is goed dat bewoners in Bangladesh beseffen dat er mensen atheïstisch wíllen zijn, ook in een voornamelijk islamitisch land.”

Het is moeilijk om je voor te stellen dat de vrijheid van meningsuiting belangrijker is dan je familie. Je hebt alles achtergelaten om op je blogs te kunnen zeggen wat je wil. Is het dat waard geweest?

[Na aarzeling.] „Ja, ik heb er alles voor opgegeven. Ik zal mijn familie misschien nooit meer zien, ik heb mijn carrière ervoor opgegeven. Mijn leeftijdsgenoten hebben een baan. En ik? Ik houd mijn hand op in een land ver weg.

„En toch zou ik het, als ik terug kon gaan in de tijd, weer zo doen. Iemand moet zich uitspreken. Er is een kleine groep mensen die verandering wil brengen en ik ben er daar een van.”

Wat dacht je toen je voor het eerst in Nederland aankwam?

„Mijn eerste gedachte was: ik heb mijn leven met minstens veertig jaar verlengd. In Nepal ben ik alles wat ik geschreven had kwijtgeraakt. Hier moest ik helemaal opnieuw beginnen.

„In Nederland krijg ik veel vriendelijke reacties wanneer ik vertel dat ik mijn familie heb achtergelaten. Om te kunnen beginnen met mijn nieuwe leven, hoop ik in september te gaan studeren. Maar het is lastig om er een lening voor te krijgen. Ik moet mijn Engels verbeteren en Nederlands leren.”

Hoe was het in het asielzoekerscentrum?

„Eerst had ik veel last van trauma’s. Telkens zag ik het gezicht voor me van mijn vermoorde vriend. Ik was bang en had voortdurend het idee dat ik werd gevolgd. In de Koepel in Haarlem, waar het asielzoekerscentrum zat, werd die angst versterkt omdat ik me opgesloten voelde. Psychologen zeiden: probeer te stoppen met bloggen, ga muziek maken.”

Kon je met andere gevluchte bloggers praten over je trauma’s?

„Een beetje, maar voor velen is de situatie anders. Die hebben bijvoorbeeld al een baan gevonden, een nieuw leven opgebouwd met de familie die uit Bangladesh is meegekomen. Ik heb echt alles achtergelaten en heb niets.”

En nu?

„Af en toe zet ik weer iets op Facebook. Ik snap nog steeds niet waarom je iemand vermoordt om wat hij schrijft. En waarom ze het verschil niet zagen tussen bespotten, bevragen en bekritiseren.”

Correctie: In een eerdere versie stond dat Saikat Barua door Human Rights Watch naar Nederland kon, dat moet zijn Human Rights Defenders