Hoe Gucci miljarden aan belasting ontdook

Belastingconstructies De Italiaanse justitie verdenkt Gucci ervan meer dan 1 miljard euro aan belastingen te hebben ontdoken. Het gebeurde allemaal in de schoot van de Nederlandse moedermaatschappij.

Jarenlang was Gucci officieel een Nederlands concern met een beursnotering aan het Amsterdamse Damrak. Foto Amber Beckers/Hollandse Hoogte

De goed voorbereide operatie trof Gucci in het hart van de organisatie. Op woensdag 29 november 2017 vielen rechercheurs van de Guardia di Finanza de hoofdkantoren van het modehuis binnen in Florence en Milaan. Tegelijkertijd werden huiszoekingen gedaan op de privé-adressen van drie Gucci-bestuurders. Topman Marco Bizzarri werd door de politie in hotel Park Hyatt in Milaan opgepikt om gehoord te worden. Drie dagen lang doorzocht justitie de kantoren van Gucci.

De bliksemactie was onderdeel van een strafrechtelijk onderzoek naar belastingontduiking door het modehuis. Het Openbaar Ministerie in Milaan verdenkt Gucci ervan over een periode van zeven jaar circa 1,3 miljard euro aan belasting te hebben ontdoken.

Belastingontwijking met doortrapte fiscale constructies komt wel vaker voor in Europa: zie Apple, Starbucks of Ikea. Wat de Gucci-zaak bijzonder maakt, is dat de fiscale constructie niet alleen maatschappelijk discutabel is, maar zelfs illegaal zou zijn. Belastingontduiking, dus.

Dat gebeurde met hulp van een internationaal web van vennootschappen, waaronder brievenbusmaatschappijen in Nederland en Luxemburg, waarbij de belangrijkste winst uiteindelijk kunstmatig en illegaal in Zwitserland belandde. De aanklager rept in het huiszoekingsbevel van een ‘verborgen organisatie’ in Italië die moest verbloemen dat een cruciaal Zwitserse bedrijfsonderdeel eigenlijk vanuit Italië wordt bestierd.

De vraag is of het bij die verdenkingen blijft. Vertrouwelijke documenten, in handen van het Franse Mediapart en gedeeld met NRC en andere partners van het journalistieke platform European Investigative Collaborations, wijzen op een nog grootschaliger belastingvlucht. Het gebeurde allemaal in de schoot van de Nederlandse moedermaatschappij, Kering Holland NV dat, voor zover bekend, geen onderdeel is van het Italiaanse strafrechtelijk onderzoek. Het Nederlandse OM wil hierover geen vragen beantwoorden.

Amsterdam

Jarenlang was Gucci officieel een Nederlands concern met een beursnotering aan het Amsterdamse Damrak. Een internationale overnamestrijd om Gucci eind jaren 90 – beter bekend geworden als ‘de tasjesoorlog’ – werd hoofdzakelijk uitgevochten voor de Nederlandse Ondernemingskamer, de afdeling van het gerechtshof gespecialiseerd in conflicten tussen organisaties. Daar streden concurrenten Louis Vuitton Moët Hennessy en PPR om Gucci.

Het Franse PPR won in 2000, kocht Gucci en veranderde de naam van het moederbedrijf in Kering. Gucci had op het moment van overname al een uitgekiende internationale fiscale structuur. De nieuwe eigenaar kopieerde die de afgelopen jaren naar andere bekende modemerken binnen het concern, zoals Yves Saint Laurent en Bottega Veneta.

Inmiddels hangen onder de Nederlandse moeder meer dan 250 vennootschappen. Alleen het hoofdkantoor in Parijs staat daar nog boven. Het Kering-concern maakte vorig jaar een winst van 1,8 miljard euro op 15,5 miljard omzet.

Spil in de belastingstructuur is de Zwitserse dochter Luxury Goods International. Het is gevestigd in Cadempino, een dorpje met 1.500 inwoners vlakbij de Italiaanse grens in het kanton Ticino waar de voertaal Italiaans is. Luxury Goods International ontwikkelde zich als hét distributiecentrum van Gucci. De kleding en tassen van Gucci worden veelal in Italië gemaakt en gaan dan via het Zwitserse dorp naar winkels wereldwijd.

Lees ook: In Italië is belastingontduiking een nationale sport

Cadempino ligt lekker centraal, slechts anderhalf uur rijden van Milaan. Maar dat is niet de enige reden dat Gucci zijn producten via het kanton de wereld instuurt. Uit onderzoek van EIC blijkt dat Gucci een overeenkomst met de Zwitsers sloot om rond de 8 procent belasting over de winst af te dragen, aanmerkelijk lager dan de vennootschapsbelasting van 31 procent in Italië.

Gucci liet daarop de meeste omzet en winst van het concern in het kanton neerslaan. Vervolgens liet de Franse eigenaar ook de geldstromen van de Franse merken via het kanton lopen. Gevolg: tussen 2009 en 2017 werd 70 procent van de winst van het gehele bedrijf (in totaal 9,7 miljard euro) in Zwitserland gerealiseerd terwijl er slechts 600 mensen werken – nog geen 3 procent van het totaal aantal werknemers.

Daarmee heeft het concern sinds 2002, inclusief de nu verdachte Gucci-afdracht, naar schatting 2,5 miljard euro belastingvoordeel behaald.

Gucci besloot ook twintig directeuren te verhuizen naar Zwitserland, maar dat gebeurde vooral op papier. Uit interne correspondentie blijkt dat de verhuizingen strak geregisseerd werden door de werkgever.

In een vertrouwelijke email van 15 juni 2012 gaf Gucci’s arbeidsrechtspecialist een overzicht aan het hoofd personeelszaken van de verhuisde en nog te verhuizen directeuren. Ze schreef: „We hebben verder de komende dagen de verhuizing bepaald van...” waarop twee bestuurders en hun geplande verhuisdatum werden vastgesteld. Het hoofd personeelszaken zelf bleek op die lijst ook al te zijn verhuisd.

Maar veel van de directeuren hebben sindsdien nog altijd kantoorruimtes in Italië. Hun persoonlijke assistenten werken eveneens vanuit die gebouwen. Marco Bizzarri, de bestuursvoorzitter van Gucci, had op die manier op papier zijn persoonlijk assistent in Zwitserland zitten. Na de politie-inval eind vorig jaar paste zijn assistent haar profiel op netwerksite LinkedIn aan. Sinds kort werkt ze weer in Italië.

Navraag doen in Nederland is lastig. De op één na hoogste houdstermaatschappij is op papier met al die honderden dochters een enorm concern. Maar telefonisch geeft het niet altijd gehoor. Volgens het laatst bekende jaarverslag werkt er één persoon.

Als we het kantoor op de dertiende verdieping van de Amsterdamse Rembrandttoren proberen te bezoeken, heeft ook de receptioniste beneden in de hal moeite het kantoor te bereiken. Als na twintig minuten telefonisch contact tot stand komt met medewerkster Nicole Plieger („Ik ben de manager”) is onduidelijk of zij zich daadwerkelijk in het gebouw bevindt. Is ze het enige personeelslid? „We zijn hier met zijn drieën.” Ze wil niet zeggen waarom de holding van het bedrijf in Nederland zit. „Ik ga u daar absoluut geen antwoord op geven. Het is ons verboden om met de pers te praten. Ik weet niet of u wilt dat ik mijn baan verlies?”

Historische redenen

Ook de enige Nederlandse directeur beantwoordt geen vragen. Hij, Hans-Peter Kevenaar, is verbonden aan TMF, een van de grootste trustorganisaties van Nederland. Kevenaar is een doorgewinterde trustmanager die dertig bestuursfuncties bekleedt en volgens de TMF-website bijna twintig jaar ervaring heeft met ‘het opzetten van management en internationale structuren’.

Het hoofdkantoor van het Kering-concern in Parijs laat weten dat het in stand houden van het Nederlandse kantoor geen belastingvoordelen oplevert. Het heeft enkel historische redenen: de eerdere beursnotering in Amsterdam. Ook de Luxemburgse holding levert volgens Kering geen fiscale voordelen op.

Volgens het concern is het Zwitserse Luxury Goods International niet alleen op papier, maar daadwerkelijk een spil in het bedrijf. „In dit verband betaalt de groep belasting in Zwitserland volgens de regels en belastingwetten van Zwitserland. Deze situatie is goed bekend bij de Zwitserse, Italiaanse en Franse belastingdiensten.”

Reacties: onderzoek@nrc.nl
Bekijk ook een ander dossier dat tot stond kwam in samenwerking met het journalistieke platform European Investigative Collaborations: Strafhofgeheimen
    • Esther Rosenberg
    • Jeroen Wester