Rozendaal: rijk, hoogopgeleid en met 1.498 inwoners de kleinste gemeente van het vasteland.

Bram Petraeus

De rijkste gemeente van Nederland is af. Niets meer veranderen graag

Rozendaal | Gemeenteraadsverkiezingen

Het kleine Rozendaal, bij Arnhem, is de rijkste gemeente van Nederland. Optimaal bebouwd, overal beschermd groen. Niets meer te verbeteren. Alleen die vermaledijde basisschool moest nog ergens.

In de perfecte wereld staan witte villa’s in de stijl van Frank Lloyd Wright. Brede lanen met eikenbomen lopen meanderend over heuvelland omhoog. Vogeltjes zingen, fonteintjes klateren en in het bos kun je jagen op reeën, herten, zwijnen, ganzen. In de herfst komen de gemeentelijke bladblazers drie keer in de week en het kapotte deksel van de kliko is na een belletje de volgende ochtend gemaakt.

De perfecte wereld heet Rozendaal, de rijkste en zowat groenste gemeente van Nederland. Gelegen tussen Arnhem en Nationaal Park Veluwezoom is dit met 1.570 inwoners tevens de kleinste gemeente van het vasteland. De bewoners zijn hoogopgeleid, de werkloze beroepsbevolking is er bijna nul. De politie noteerde er vorig jaar vijf overlastmeldingen. En ook politiek lijkt Rozendaal het ideaal: opkomst bij de vorige gemeenteraadsverkiezingen was 94 procent. Een haast perfecte democratie.

Woongenot is de noemer waaronder artsen, advocaten, ingenieurs en ondernemers van verre verhuizen om te leven óp Rozendaal, zoals het heet. Het is er ruimer, veiliger en groener dan wáár ook. Vraag het de inwoners en ze zijn zich bewust van hun geluk. Ze zijn bevóórrecht. Er is niets meer te winnen.

Alleen nog te verliezen. Want in de perfecte wereld is elke verandering er een te veel.

„Realiseer je, er komt nog een verdieping bovenop.” Vanuit zijn slaapkamerraam werpt Henk Verhelst een blik op het bouwterrein voor zijn huis. Van het rustieke weitje waar hij op uitkeek, midden in de villawijk, is niets meer over. Daar waar eens paardjes graasden, omringen nu hoge zandbergen het geraamte van een school. Hier, op De Bremheuvel, verrijst een basisschool voor 224 leerlingen, een gymzaal, dagopvang, peuterspeelzaal en parkeergelegenheid voor 45 auto’s.

„Welke basisschool heeft er nou 45 parkeerplaatsen?”

Verhelst, gepensioneerd, heeft niets tegen kinderen. Wel tegen verlies van zijn woongenot. Het uitzicht is hij kwijt. Hij vreest een „kiss and ride-zone” voor zijn deur, ouders die door de laan jakkeren en dubbel parkeren. Gekwetter overdag, hangjeugd in de avond, geen privacy meer. Ze kijken straks zo zijn slaapkamer in. Wat doet dat met de huizenprijs? En dat in een wijk waar nauwelijks ouders met jonge kinderen wonen.

De oude basisschool, waar sinds 2005 een ruimere locatie voor wordt gezocht. Bram Petraeus

Hij is lang niet de enige die er zo over denkt. Bewoners in de wijk hebben posters achter hun ramen geplakt met ‘88 procent blijft tegen’ – resultaat van een buurtpeiling die 170 handtekeningen tegen de school opleverde. Ze hebben het gevoel dat het gebouw hen door de strot is geduwd. Dus toen laatst de eerste zandwagens arriveerden, parkeerden sommigen hun auto zo dat de weg was geblokkeerd.

Nooit eerder was in het keurige Rozendaal, dat dit jaar zijn tweehonderdjarig bestaan viert, de spanning zó hoog opgelopen. Tussen burgers en gemeente, maar ook tussen bewoners onderling én in de gemeenteraad. Gescholden werd er nog net niet, maar een kloof mag het zeker heten. De toon in de raadszaal was soms ronduit onvriendelijk en elkaar gedag zeggen op straat was niet voor iedereen meer gewoon.

Swiebertjegevoel

Alle gedoe begon bij verandering. Toen de gemeente in 2005 een nieuwe, ruimere locatie voor de dorpsschool zocht. Een plekje in de nieuw te bouwen wijk Den Dael leek het meest logisch, maar een clubje ouders protesteerde. Het fijnstof van de nabijgelegen A12 mocht niet neerdalen op hun kinderen. De raad ging op zoek naar een nieuwe locatie. In 2012 waren er nog drie over. Maar nergens zaten ze te wachten op een schoolgebouw. Het werd een vuurbal die érgens landen moest, maar waar?

„Is de burgemeester aanwezig?” Een inwoner loopt haastig het gemeentehuis in, een statig gebouw met marmeren vloeren. „Mag ik ’m even wat vragen?”

Monique van burgerzaken stapt gelijk achter het loket vandaan en klopt op de houten deur aan het einde van de gang. Geen gehoor. „Hij is even bezig, denk ik.”

„Oh dan bel ik ’m wel even.”

In Rozendaal zijn de lijnen met de gemeente kort. Een nummertjesapparaat ontbreekt en alle inwoners weten: voor een kapotte stoeptegel bel je Henk, voor een vergunning Renee, en Monique is er voor burgerzaken, toerisme én emotionele ondersteuning. Ze vindt het prettig werken hier. „Er heerst nog het Swiebertjegevoel van de jaren vijftig.”

Rozendaal is een dorp zonder centrum, maar met een actieve verenigingscultuur. Er is een schutterij, een visclub, een Oranjevereniging en een harmonie. En wie zich niet mengen wil, is net zo welkom. Hoge heggen om de huizen beschermen de privacy. „Kan het wat zachter, buurman”, hoorde een nieuwe inwoner eens tot zijn verbazing toen hij in de middag stond te praten met de hovenier. „Ik kan u letterlijk verstaan.”

Een bladblazer aan De Del.Bram Petraeus

Dat Rozendaal nooit is geannexeerd door buurgemeente Arnhem of Rheden mag een wonder heten. De gemeente, 12 fte, besteedt bijna alles uit, van vuilophaal tot veiligheid, en betaalt daarvoor. Pogingen tot annexatie strandden in het verleden door goede banden tussen Rozendaalse adel en politiek Den Haag. En zolang de minigemeente zich stil houdt en zonder problemen blijft, is er niemand die op haar let.

Rozendaal is een kasteeldorp. Tegenover het gemeentehuis ligt Slot Rosendael, ooit eigendom van baron Van Pallandt. Op zíjn akkergrond rees in de jaren vijftig de eerste woonwijk, Leermolensenk. De baron had geldnood en de samenleving woningnood. Hij legde riolering en waterleiding aan en werd wethouder.

Man met humor

De Rozendaalse gemeenteraad telde in die tijd slechts één partij, BGR. Partij-oprichter Jan Kramer, nu eind tachtig, kijkt er met plezier op terug. „Hoe zullen we die club noemen, vroegen ze mij. Ik werd weggeroepen uit de vergadering, m’n vrouw was hoogzwanger, en ik zei toen in de deuropening zomaar ‘Belangengemeenschap Rozendaal’. Zo heet hij nu nog.”

De partij was bedoeld om de toenmalige inwoners, enkele honderden werknemers en vrienden van de baron, te verenigen met de nieuwe wijkbewoners. Onderlinge problemen waren er vrijwel niet. Ja, er moesten bomen gekapt aan de Rosendaalselaan. Niemand maakte bezwaar. En toen Kramer meer ruimte per huis wenste in het bestemmingsplan voor Leermolensenk, liever honderd in plaats van driehonderd woningen, stond de projectontwikkelaar weliswaar op z’n achterste benen, Kramer kreeg ’t alsnog snel voor elkaar. „Het was een andere tijd.”

De Rozendaalse heggencultuur.Bram Petraeus

Kramer was ook degene die in de jaren zeventig de huidige dorpsschool liet neerzetten. De school die nu moet verhuizen.

De baron was een man met humor en wat er op zijn landgoed gebeurde, ach, hij vond het allemaal best. Alleen behoud van het landelijk karakter stond voor hem met stip op één. Hij wenste open ruimtes in de wijken, zoals een weide op Leermolensenk en later, toen ook daar in de jaren zeventig een wijk verrees, op De Bremheuvel. Kramer heeft de naam zelf bedacht. „Tijdens een wandeling zag ik er overal bremstruiken.”

Het waren deze twee weitjes, Leermolensenk en De Bremheuvel, die in 2012 samen met een derde werden aangemerkt als dé mogelijke locaties voor de nieuwe school. En als het aan BGR had gelegen, was die er op De Bremheuvel nooit gekomen.

Maar in de jaren 70 kwam er een nieuwe partij, opgericht om de hegemonie van BGR te breken. Rosendael ’74. En later een derde. PAK. Van de drie partijen – met vrijwel identieke programmapunten want ja, wat valt in deze omgeving nog te verbeteren – bleef BGR al die jaren de grootste. Veertig jaar lang duurde het coalitiehuwelijk met Rosendael ’74. Totdat er bij de laatste gemeenteraadsverkiezingen in 2014 maar één kwestie was die in het dorp speelde: de school.

„Ik heb de locatiekeuze willen overlaten aan de gemeenteraad”, zegt de huidige burgemeester van Rozendaal vanuit zijn werkkamer in het gemeentehuis. „In zo’n kleine gemeente wordt politiek al snel persoonlijk. Dan kan een burgemeester maar beter iets meer afstand nemen.”

Te veel hoogopgeleiden

Burgemeester Jan Hendrik Klein Molekamp. Bram Petraeus

De 69-jarige Jan Hendrik Klein Molekamp, jarenlang Kamerlid voor de VVD, is gepokt en gemazeld in het openbaar bestuur. Een baan als burgemeester van zo’n perfecte wereld als Rozendaal had hij op z’n vijftigste niet geambieerd. Maar nu, in de laatste fase van zijn werkzame leven, merkt hij dat ervaring en cv meer dan ooit van pas komen. „Je hebt hier te maken met de kleinschaligheid van de jaren vijftig, maar met de emotie van nu.”

En dat betekent: mondige burgers die procedures tegen de overheid niet schuwen. In Rozendaal zijn de politiek actieve burgers groter in getal dan het ambtenarenapparaat. En ze zijn ook slimmer: een kleine gemeente kan dure ambtenaren niet betalen. „Elke juridische fout halen ze eruit.” En daarmee heeft Rozendaal maar één écht probleem, zei de oude Jan Kramer al: er wonen té veel hoogopgeleiden.

Geen boom kan de gemeente ongemerkt kappen of bewoners eisen nieuwe aanplant. En toen in de schuur tegenover het gemeentehuis een uitvaartcentrum dreigde te komen, wist een actiegroep dat tegen te houden. De plaatsing van een zendmast voor beter internet leidde vorig jaar tot kritische vragen over uitzichtverlies en stralingseffect. En, waarom heeft de gemeente Rheden wél glasvezel en Rozendaal niet? Bewoners zijn kritisch over de komst van nieuwe lantaarnpalen – wat was er mis met de oude? – en vragen zich af waarom het geluidsscherm langs de A12 nog altijd niet is doorgetrokken tegen het gevaar van fijnstof met westenwind. En, waarom plaatst de gemeente wél bloembakken tegen de notoire hardrijders uit de nieuwe wijk, maar geen drempels?

Het is allemaal klein bier, beseffen ook de Rozendalers. Want pas toen het écht ergens over ging, de kwestie school, werden de stellingen professioneler ingenomen dan ooit. Omwonenden verenigden zich en er volgde een sloot aan gemeentelijke rapporten en notities, waaronder een akoestische analyse van kinderstemmen op het toekomstig schoolplein – een geluidsscherm zou uitkomst bieden.

Paardjes in de wei

Voorzitter van Stichting Behoud Bremheuvel werd Henk Verhelst, een oud-zwaargewicht op bestuurlijk niveau, geestelijk en lichamelijk in topconditie. „Bij onrecht ga ik door een muur, dat is mijn karakter.” Hij verzamelde dertig donateurs en met behulp van drie advocaten werden gemeentelijke plannen minutieus bestudeerd en waar mogelijk bestreden tot aan de Raad van State.

Maar met juridische slagkracht alleen red je het in democratisch Rozendaal niet.

„Wil je iets weten over politiek?” De 73-jarige Fernand Schakenraad ontvangt in zijn salon aan Leermolensenk, een van die andere locaties op de lijst waar de school zou komen. Op de grond stoot een luchtreiniger vocht in de atmosfeer. Schakenraad werpt een blik op zijn hygrometer aan de muur. „Droge lucht, het is de tijd van het jaar.”

Schakenraad, commissaris van Stichting Behoud Karakter De Leermolensenk, kijkt vanuit zijn raam nog wél uit op paardjes in de wei. Hoe dat kan? Hij legt de folders van de drie politieke partijen naast elkaar. „Lees die standpunten. Allemaal hetzelfde.” Waar het écht om draait, zegt hij, is wáár je woont. „In zo’n klein dorp is iedereen direct belanghebbende.”

Bram Petraeus

Rond De Bremheuvel wonen vooral leden van BGR, dat is geen geheim. De huidige lijsttrekker woont er zelfs pal aan. BGR was zeker níét voor een school op die locatie, liefst had de partij ’m gezien op de derde: een hoekje in het dorp met bosschages. Maar ook dáár was opstand en de andere partijen, PAK en Rosendael ’74, vonden de ontsluiting er te marginaal.

Schakenraad pakt nu de folder erbij van zijn eigen partij, Rosendael ’74. Een tiental gezichten staat erop. „Kijk, deze woont rond Leermolensenk. En deze. En deze. En deze.”

Politiek bedrijven in Rozendaal betekent mensen kennen in de raad en zo je invloed uitoefenen. „Draagvlak mobiliseren. Via de schutterij, de tennis. Met een borrel na afloop. Telefonisch, kan ook. Zo gaat dat hier.”

In zo’n klein dorp is iedereen direct belanghebbende

Fernand Schakenraad, commissaris van Stichting Behoud Karakter De Leermolensenk

Rosendael ’74 en PAK kozen voor De Bremheuvel. Ze sloten de handen ineen en behaalden bij de vorige gemeenteraadsverkiezingen samen een nipte meerderheid van vijf zetels, tegen vier voor BGR. En zo duwde Rosendael ’74, met PAK als nieuwe liefdespartner, bestuurderspartij BGR voor het eerst in de geschiedenis de oppositie in. Het chagrijn in de gemeenteraad hield de volle bestuursperiode aan en eind vorig jaar besloot de nieuwe coalitie, ondanks lopende procedures, alvast te starten met de bouw van de school. Uit vrees dat na de aankomende gemeenteraadsverkiezingen het liedje weer opnieuw begint.

Met de afronding van het schoolproject is Rozendaal „af”, zegt de burgemeester. Meer bebouwing in het dorp past vrijwel niet, omliggend gebied is beschermd Natura 2000, en andere problemen kent Rozendaal niet. „Directe democratie”, noemt hij het verloop.

Vriendjespolitiek, vindt een deel van de inwoners. Bij hen is het wantrouwen in de lokale politiek gegroeid.

Henk Verhelst is er nog niet klaar mee. Hij liet de bouwplannen narekenen en ontdekte „digitaal gefröbel”. Volgens hem staat de school tien meter dichter bij zijn huis dan gepland. „Ik kan nog naar de bestuursrechter in Arnhem.”

    • Freek Schravesande