Energietransitie haven mag van links sneller

Na de verkiezingen: duurzame haven Het is de grootste opgave waar de haven voor staat: de energietransitie. Het zelfstandige Havenbedrijf wil de CO2-uitstoot tot bijna nul reduceren. Welke rol blijft er over voor lokale politici?

Jerry Lampen / ANP

Op thema’s als integratie en identiteit is de verkiezingsstrijd in Rotterdam sterk gepolariseerd. Maar op zakelijker dossiers als woningbouw en economie zijn kandidaat-gemeenteraadsleden vaak opmerkelijk eensgezind. „Je zou wensen dat de lijsttrekkers de focus wat meer op dit soort onderwerpen zouden kunnen houden”, verzuchtte voorzitter Steven Lak van de havenwerkgevers na afloop van een debat voor een publiek van ondernemers, op de dag dat de Nida-tweet over IS en Israël het nieuws domineerde.

Niet dat de partijen de ondernemers naar de mond praten, tijdens het debat afgelopen maandag in congrescentrum Engels. Een lastenverlichting voor bedrijven om de concurrentiepositie van de haven te versterken, ziet geen enkele partij zitten. Zelfs niet de partijen aan rechterzijde – VVD en Leefbaar Rotterdam – die graag lastenverlichting beloven. De haven wint marktaandeel, dus wat is er mis met de concurrentiepositie, is de teneur.

Leefbaar Rotterdam is het minst uitgesproken over de haven. Het woord ‘haven’ komt precies één keer voor in het partijprogramma, met de feitelijke vaststelling dat Rotterdam als grootste haven van Europa een belangrijke draaischijf in de wereld is. Dat mag van weinig visie getuigen, de praktijk in het college heeft de afgelopen vier jaar uitgewezen dat de partij weliswaar niet warmloopt voor de energietransitie, maar zich schikt in de opgave die het Havenbedrijf zich heeft gesteld: de CO2-uitstoot tot nagenoeg nul terugdringen. Als de klimaatscepsis van alliantiepartner Forum voor Democratie al is overgewaaid vanuit Amsterdam, dan is dat in de opstelling van Leefbaar niet of nauwelijks merkbaar.

Stoel van de directie

Leefbaar en de VVD steunen dus de transitie en leggen zich neer bij de leidende rol daarin van het verzelfstandigde Havenbedrijf. Ook het CDA vindt dat de gemeente het Havenbedrijf moet blijven stimuleren om de haven te verduurzamen, maar niet op de stoel van de directie moet gaan zitten. Op links ligt dat anders: daar vindt men dat de gemeente als aandeelhouder meer moet meesturen. Zoals de discussie omtrent de kolenoverslag bij het bedrijf EMO illustreerde, zien de linkse partijen graag het primaat van de politiek terugkeren in de haven om de transitie te versnellen.

De vorm waarin dat zich moet manifesteren, varieert van „actief aandeelhouderschap” (GroenLinks) tot „harde afspraken” (PvdA) en een „belangrijke stimulerende rol” (Denk). Alleen de SP gaat zo ver dat ze de verzelfstandiging wil terugdraaien: „Het Havenbedrijf Rotterdam wordt weer een gemeentelijk havenbedrijf.”

Klassieke tegenstelling

De klassieke tegenstelling tussen links en rechts over de rol van de overheid uit zich ook in de bestrijding van de werkloosheid. Terwijl PvdA en SP een taak zien weggelegd voor de gemeente in het creëren van banen, vinden Leefbaar en VVD dat werkgelegenheid vooral baat heeft bij ruimte voor bedrijven in een goed vestigingsklimaat. Overigens verwachten de meeste partijen dat de energietransitie arbeidsplaatsen kan gaan kosten in de fossiele industrie, maar kansen biedt op andersoortige banen in duurzamere activiteiten, zodat er per saldo geen verlies aan werkgelegenheid hoeft op te treden.

Zo is er ook consensus over de hervorming van het onderwijs, dat te veel opleidt voor de banen van gisteren en te weinig voor die van morgen. Zeer brede steun is er vanuit de Rotterdamse politiek voor het recente idee van ondernemingsvereniging VNO-NCW om een IT-Campus op te richten, waardoor het aantal studenten dat een ‘digitale’ opleiding volgt kan verdubbelen van vier- naar achtduizend. Dit tot genoegen van havenvoorman Lak, die de ondersteuning de IT-Campus als een van de voornaamste taken van het nieuw te vormen college ziet, naast de vorming van een fonds om de energietransitie te stimuleren en het op peil houden van de infrastructuur rondom haven en stad.

    • Frank de Kruif